*

 

Zelf leren fietsen is al een grote stap

Harriët Salm − 17/02/09, 00:00

Het kabinet bezuinigt op het persoonsgebonden budget. Ook het speciaal onderwijs wordt hierdoor geraakt. Het is de vraag of Jort (6) volgend jaar nog wel naar school kan.

  • Wouter van Onna en Birgit Buijs met hun zoon Jort. De ouders weten niet of hun zoon volgend jaar nog naar school kan gaan. (FOTO KOEN VERHEIJDEN)

De zesjarige Jort zit met een riem vast in zijn stoel en wordt geholpen door een klassenassistent met het eten van een boterham. Als zijn moeder Birgit Buijs onverwacht de klas binnenkomt, begint hij spontaan te huilen. „Het doorbreken van de dagelijkse gang van zaken op school, vindt hij moeilijk”, zegt Buijs, terwijl ze haar zoontje troost en hem vervolgens zorgzaam verder helpt met zijn lunch.

Jort is zowel verstandelijk als lichamelijk gehandicapt. Sinds augustus gaat hij naar het speciaal onderwijs op scholengemeenschap Mariëndael in Arnhem. Zijn ouders hebben een persoonsgebonden budget (pgb) gekregen. Zij hevelen een deel van de toegewezen uren over naar de school die er assistenten van inhuurt.

Het kabinet bezuinigt op de pgb’s. Er zijn strengere criteria gekomen en nog dit jaar krijgt Jort een nieuwe beoordeling. Daarna zullen zijn ouders minder uren krijgen voor hulp, is de verwachting.

„We weten niet of we Jort dan nog naar school kunnen laten gaan, ik vrees dat we alle toegewezen hulp thuis moeten inzetten”, zegt zijn vader, Wouter van Onna. Mogelijk gaat Jort dan alleen nog naar een kinderdagcentrum, waar hij minder leert en puur verzorgd wordt. Voor zo’n instelling hoeven zijn ouders geen pgb in te leveren.

Jort is daarmee een van de veertig leerlingen op deze school (220 leerlingen in totaal) die door de bezuiniging getroffen zullen worden, vreest directeur Bert Klaassen. „Al die gezinnen leven nu in onzekerheid of ze volgend jaar nog wel hun kind naar school kunnen brengen.”

In heel Nederland, stelt de Wec-raad, belangenbehartiger van het speciaal onderwijs, raakt deze bezuiniging de hulp aan tussen de 2500 en 3000 kinderen. Klaassen: „Gezinnen die het al heel zwaar hebben. Dit is heel erg.”

Vijf weken na zijn geboorte kregen Wouter van Onna en Birgit Buijs te horen dat hun zoon medisch niet in orde was. Hij lag lang aan een monitor omdat zijn ademhaling niet goed functioneert.

Hij heeft een zus van acht en een broer van vier, maar Jort vraagt zeker 80 procent van de aandacht van zijn ouders. Van Onna: „Hij kan zich niet alleen vermaken. Ja, soms heel even voor de tv. Maar je kunt hem niet alleen laten, hij moet altijd iemand zien.”

Buijs: „Je moet hem ook in de gaten houden, hij loopt instabiel en als hij moe is, valt hij veel. Laatst heeft hij nog zijn been gebroken doordat we even niet opletten en hij een afstapje miste.”

Voor dit jaar staat in Jorts doelen: ’Op school zijn tas uitpakken en brood in daarvoor bestemd mandje leggen, tien meter zelfstandig fietsen op zijn aangepaste rijwiel, zelfstandig leren eten, beter communiceren’.

Onderwijs betekent voor deze kinderen niet dat ze leren rekenen of schrijven, zegt directeur Bert Klaassen. „Recht op onderwijs betekent voor hen het recht zich te ontwikkelen. Wij leren ze zo zelfstandig mogelijk te zijn.”

Van Onna: „Onze droom is dat Jort ooit in een woongemeenschap kan leven, in plaats van in een instelling.” Hij zal nog veel moeten leren voor dit mogelijk is, vult Buijs aan. „En daarvoor moet Jort wel op deze school kunnen blijven.”

mailIcon print |