Nog geen half jaar geleden putten premier Balkenende en zijn vicepremier Wouter Bos zich uit in wederzijdse complimenten, maar nu lijkt het kabinet terug bij af. Het is een vechtcoalitie, waarin Balkenende en Bos elkaar niet lijken te vertrouwen.
De christendemocraat en de sociaaldemocraat hadden elkaar gevonden in een begroting, die een en al optimisme ademde. In de begroting zat een flinke lastenverlichting terwijl er ook nog eens een overschot op de begroting mocht worden verwacht.
Balkenende en Bos hadden het kabinet in die zomermaand eendrachtig de weg gewezen. Ze hielden gezamenlijk de dissident, minister Donner van sociale zaken in toom. Partijpolitieke tegenstellingen leken even wat ze vaker in wezen zijn: gehakketak op de vierkante centimeter.
Een paar maanden later is alles anders. De economie wordt harder door de kredietcrisis getroffen dan zelfs de meest pessimistische econoom voor mogelijk hield. De overheidsbegroting wordt daardoor ongehoord hard getroffen. Het aangekondigde begrotingsoverschot van september lijkt met de wijsheid van nu een dwaze voorstelling van zaken.
In het kabinet reageren de kopstukken vreemd genoeg met de reflexen waar we in de zomer van dachten af te zijn. De één probeert de ander de loef af te steken en de ander is boos om de streek die hem geleverd wordt. Deze coalitie leek steviger in het zadel te zitten, maar blijkt bij de eerste tegenwind als los zand aan elkaar te zitten.
Nu is de huidige crisis niet de geringste tegenwind. De problemen zijn enorm: miljarden aan extra uitgaven en misgelopen inkomsten. Het kabinet zal ingrijpende beslissingen moeten nemen en zit daarbij met grote dilemma’s. Bezuinigen betekent een verdieping van de crisis, terwijl niet-bezuinigen betekent dat de noodzakelijke sanering van de overheidsfinanciën met het oog op de vergrijzing (opnieuw) wordt uitgesteld.
Een kabinet dat met dergelijke dilemma’s om moet gaan, doet er verstandig aan de burger bij de zwaarte van komende beslissingen te betrekken. Vanaf het begin. Het leek er op dat het kabinet daarover vorige week ook een afspraak had gemaakt. Donner donderdag en Balkenende en Bos vrijdag waarschuwden via de journalistiek Nederland onorthodoxe maatregelen niet langer uit te sluiten. Het regeerakkoord hoeft daarbij niet langer de enige leidraad te zijn.
In dat regeerakkoord kondigde de coalitie aan, dat er niet zou worden getornd aan verworven rechten zoals de AOW-gerechtigde leeftijd of de hypotheekrenteaftrek. Op de herhaalde vraag of dat laatste ook nader zou worden overwogen, kregen journalisten het geijkte antwoord: het kabinet sluit niets uit.
Natuurlijk begrijpt iedereen die een beetje nadenkt dat dat nog niet onmiddellijk betekent dat het kabinet nu ook van plan is aan de hypotheekrenteaftrek te gaan sleutelen. Er is veel, zo niet alles voor te zeggen om daar het mes in te zetten, maar het is economische zelfmoord om dat nu juist op dit moment te overwegen.
Balkenende is, wellicht met in het achterhoofd het lot dat verre voorganger als CDA-leider Elco Brinkman in de jaren negentig trof toen de partij door wilde gaan met de bevriezing van de AOW-uitkeringen, kennelijk als de dood voor het risico dat niet iedereen een beetje doordenkt. Hij vond het in ieder geval nodig een verklaring uit te geven dat een kabinet onder zijn leiding nooit ofte nimmer zou gaan morrelen aan de hypotheekrenteaftrek. Het is tekenend dat hij dat deed zonder overleg met Bos. Althans, dat er geen overleg is geweest moet je welhaast afleiden uit de knorrige reactie die Bos weer gaf na de verklaring van de premier.
Het kabinet lijkt terug bij af. Het is een vechtcoalitie, waarin vooral Balkenende en Bos elkaar niet lijken te vertrouwen. Dat wekt niet al te veel vertrouwen is een succesvolle afloop van de discussies in het kabinet over de vraag hoe de crisis tegemoet te treden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.