Het nieuws van deze week heeft voorgangers in de geschiedenis. Het protectionisme steekt de kop op. Een vergelijking met de Amerikaanse Smoot-Hawley Tariff Act uit 1930.
De grote internationale instellingen als IMF, Wereldbank, VN-arbeidsorganisatie Ilo, Oeso en wereldhandelsorganisatie WTO maken zich grote zorgen over het opkomend protectionisme. De crisis die de wereld in zijn greep heeft mag niet bestreden worden met een bescherming van de eigen industrie door de wereldhandel aan banden te leggen. De welvaart van de afgelopen decennia is voor een groot deel te danken aan de toename van die wereldhandel. Zo dankt China zijn welvaartstijging aan de vraag uit de rest van de wereld. Aziatische Tijgers als Zuid Korea en Taiwan, maar ook Japan, gingen China voor. Dichter bij huis is de Europese Unie het mooiste voorbeeld. Handel, en meer specifiek de onderlinge verbondenheid tussen landen via die handelscontacten, wordt interna-tionaal gezien als de beste verzekering tegen oorlogen. Of het nu de Europese Commissie is die waarschuwt voor het opkomend protectionisme of de vijf multilaterale instellingen. Bij elke waarschuwing die gegeven wordt, speelt in het achterhoofd het protectionisme uit de jaren dertig een dominante rol.
Twee namen zijn onlosmakelijk verbonden met die, naar later zou blijken, zo desastreuze bescherming van het eigen belang ten koste van de buren. De Republikeinse senatoren Reed Smoot (uit Utah) en Willis C. Hawley (uit Oregon) namen eind jaren dertig het initiatief voor de later naar hen vernoemde Smoot-Hawley Tariff Act. In de wet, getekend door president Herbert Hoover werd vastgelegd dat voor 20.000 geïmporteerde goederen de invoertarieven naar recordhoogte werden gebracht. Hoover, eerst tegen, tekende uiteindelijk wel voor de wet. Een petitie van 1028 economen die zich tegen de wet verzetten ten spijt. Zelfs een gang naar het Witte Huis van autofabrikant Henry Ford mocht niet baten. Ford noemde de wet ’een economische stommiteit’. Volgens de overlevering zou Thomas Lamont, de toenmalig topman van bank J.P. Morgan bijna een smeekbede hebben gehouden om Hoover te bewegen de wet van een veto te voorzien.
De wet kwam er en zorgde voor een keten van protectionistische reacties in de wereld. Tussen 1929 en 1934 zakte de wereldhandel met 66 procent. De werkloosheid in de VS, in 1930 nog maar 7,8 procent, liep op naar 25 procent in 1933. En dat terwijl bescherming van de Amerikaanse werknemer het doel van de Smoot-Hawley-wet was.
Na de Tweede Wereldoorlog riep de internationale gemeenschap: Dat nooit meer. De bescherming van de eigen industrie en de eigen arbeider werd als een van de belangrijkste oorzaken voor de Tweede Wereldoorlog gezien. De in 1944 in het Amerikaanse Bretton Woods opgerichte Wereldbank en Internationaal Monetair Fonds, en later de Gatt die uitmondde in de WTO, waren een reactie op het protectionisme dat aan de oorlog vooraf ging.
Ditmaal zijn het niet de tariefmuren die omhoog gaan. Het protectionisme verandert van uiterlijk. Overheden steken geld in hun banken en verstoren daarmee de internationale verhoudingen. De Britten lijken banen vooral te willen bestemmen voor Britten. De VS steunen hun eigen autofabrikanten en dat doen de Duitse, Franse en Zweedse overheden eveneens. Als minister Bos de bank ING steunt met kapitaalinjecties en vervolgens eist dat 25 miljard euro op het Nederlandse erf aan leningen moet worden uitgezet, kan daarin een signaal van ’eigen bank’ eerst gelezen worden.
Net als in de jaren van Smoot en Hawley moeten regeringsleiders hun eigen volk tevreden stemmen en tegelijk de internationale verhoudingen bewaken teneinde een complete herhaling van de geschiedenis te voorkomen. Er is een groot verschil met de tijd van Smoot en Hawley: IMF, Wereldbank, EU, Ilo, Oeso en WTO waren er toen niet.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.