opinie Van de week bezocht ik een middelbare school, waar een vriend van mij Nederlands geeft. Voor de les begon kwam er een leerling van een andere klas binnenstormen met het plaatje van Francis Dickoh. ’Hier, voor mijn vriend’. ’De laatste’, glunderde die, ’nu heb ik twee albums compleet.’
Het succes van de voetbalplaatjes-spaaractie van Albert Heijn heeft iets van een jaarmarkt voor oude ambachten. Terwijl rondom ons heen het technologisch universum voortjaagt en wij alles wat wij willen weten van het internet kunnen downloaden, staan we in de rij om te kijken hoe stoelmatters het vroeger deden en applaudisseren we voor het kampioenschap schaapscheren.
Het verzamelen van de voetbalplaatjes doet denken aan een oude, bijkans vergeten tijdpassering. Zoals wij vroeger speldjes verzamelden en sleutelhangers en in nog verder vervlogen tijden sigarenbandjes en lucifermerken. Maar kennelijk werkt deze oervorm van sparen nog, alsof er in de tussentijd niks gebeurd is. Dat wil zeggen; de plaatjes zijn min of meer hetzelfde, het voetbal zelf is volstrekt veranderd.
Ongetwijfeld zullen er nu mensen zijn die mij aan de hand van hun album kunnen vertellen hoeveel geboren Nederlanders er nog in de vaderlandse competitie rondlopen: beslist een minderheid schat ik. Wij voetballen inmiddels met Zwitserse staatsburgers die N’Kufo heten en een heel continent Noord-Afrikanen lijkt bij ons geland: El Hamdaoui, Boussaboun, Idabdelhay... De jeugd van nu groeit op met Oluwafemi Ajilore.
Bij de start van de spaaractie waren de verhoudingen trouwens alweer veranderd. Berry Powell, op de plaatjes nog van FC Groningen, speelt inmiddels bij ADO, Klaas-Jan Huntelaar is zelfs al niet meer in het land, trainers als Verbeek, Stevens en Van Hanegem ruimden in weerwil van de plaatjes het veld. Kortom, de wereld verandert waar je bij staat.
Jammer vind ik het dat de actie zich beperkt tot clubs. Ik had de commentatoren er wel bij willen hebben: Tom Egbers, Jack van Gelder, Hugo Borst, Johan Derksen. Die tientallen stemmen eromheen. Wat me opvalt is dat dat keurkorps Nederlands is gebleven. Geen Braziliaanse import van mensen die minutenlang ’goooooooooaaaaaaaaal’ kunnen roepen, of een verslaggever uit Ivoorkust die uit z’n dak gaat. Nee, oude, calvinistische waar. Uit de school van Bob Spaak. Die van de week trouwens zelf nog in leven bleek.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.