Steeds meer scholen zetten hun beste leerlingen in aparte brugklassen. Andere doen dat bewust niet. Hoe ziet dat er in de praktijk uit?
„Ik had m’n Citotoets goed gemaakt. Dus toen kon ik naar het gymnasium. Ik dacht: je kunt het altijd proberen”, zegt Ghislaine Engel, leerling in de gymnasiumbrugklas van het Damstede, een scholengemeenschap in Amsterdam-Noord. En dat bevalt. „Latijn is wel een beetje saai. Maar ook interessant.”
Steeds meer scholen zetten hun gymnasiasten en andere vwo’ers al in de brugklas apart, blijkt uit cijfers die Trouw gisteren publiceerde. Ook het Damstede doet dat: het heeft sinds een paar jaar een afzonderlijke gymnasiumbrugklas.
„We willen deze leerlingen uitdaging bieden”, zegt Jaap Zwarthoed, afdelingsleider van de eerste klassen. „Op de basisschool hebben ze vaak alles cadeau gekregen. Daarna hebben ze behoefte aan een grote stap. Als ze niet worden uitgedaagd, worden ze denklui.”
Er is nog een ’bijkomend argument’, voegt rector Redmer Kuiken daaraan toe: „Ouders willen het. Een gymnasiumafdeling is een verrijking voor de school. Maar zonder aparte gymnasiumbrugklas kunnen we de concurrentie met de zelfstandige gymnasia in de stad niet aan.” Zwarthoed: „Dan kunnen we onze gymnasiumafdeling meteen opdoeken.”
De klas van Ghislaine is eigenlijk heel gewoon. „Best druk zelfs”, zegt lerares aardrijkskunde Hanneke van Willigen. Ze gebruikt in deze klas een wat moeilijker boek dan in de rest van het vwo, met meer tekst en minder plaatjes. Ook het niveau in de les zelf is nogal abstract. De lerares doceert, de leerlingen schrijven: „Bij elke fabriek gaan er grondstoffen in en komen er producten uit.”
Echt geboeid is de klas pas als Van Willigen uitlegt dat de rijke landen de prijs voor de grondstoffen uit arme landen bijna altijd laag weten te houden.
„Aaah”, verzuchten er een paar medelijdend. En Emiel, op het achterste bankje, mompelt: „Ik zou me best wel gedist voelen. Wat een naaiers!”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.