De verzekering van premier Balkenende dat, wat het kabinet ook zal doen tegen de economische crisis, de hypotheekrenteaftrek buiten schot blijft, heeft feitelijk geen betekenis. Er is niemand in bestuurlijk en politiek Den Haag die er onder de huidige omstandigheden, waaronder een stilstaande huizenmarkt, over piekert aan deze fiscale faciliteit te morrelen. In politieke zin was de uitspraak echter onverstandig, in meer dan één opzicht.
Van het kabinet wordt in deze crisistijd een vaste hand verlangd. Dat betekent dat het de partijpolitieke belangen in enge zin even ver naar de achtergrond moet schuiven. De premier zelf beklemtoonde vorig najaar in de Kamer dat de opgave om de rust en stabiliteit in de financiële sector te herstellen partijpolitieke grenzen te boven gaat. Daar had hij gelijk in. Het oude adagium van de sociaal-democraat Burger 'Regering, regeer!' geldt in versterkte mate nu zich ook een economische crisis aandient.
Dat adagium verdraagt zich slecht met partijpolitieke reflexen over de hypotheekrenteaftrek. Van Balkenende wordt nu meer dan ooit verwacht dat hij de premier van alle Nederlanders is, niet de CDA-leider die vanwege een kop in De Telegraaf of een kuchje van de VVD-oppositie bang is de gunst van de huiseigenaren te verliezen. Dat brengt als vanzelf mee dat hij ook meer dan ooit waakt voor de eenheid van het kabinetsbeleid. Dat is onder normale omstandigheden al de taak van de minister-president, maar wanneer zoals nu onorthodoxe maatregelen worden overwogen om de crisis te bestrijden komt het erop aan de gelederen te sluiten.
Het is dan ook begrijpelijk dat Balkenende met zijn uitspraken ergernis heeft gewekt bij de coalitiepartners. Als je de ene zaak bij voorbaat met een partijpolitiek taboe belegt, waarom dan ook niet andere zaken, zoals de AOW-leeftijd of de aanrechtsubsidie, kwesties die bij PvdA en ChristenUnie gevoelig liggen?
Daar komt bij dat het niet de eerste keer is dat de premier op een cruciaal moment zijn CDA-pet opzet. In het eerste jaar van het kabinet deed hij dat in het conflict over het ontslagrecht door zich openlijk achter zijn partijgenoot minister Donner te scharen. Dat is voor een premier een hoofd-, zo niet een doodzonde: in zijn functie hoort elke minister hem even lief te zijn.
De uitspraken van de premier zijn een slecht signaal van een kabinet dat zich opmaakt desnoods met onorthodoxe middelen de crisis aan te pakken. Daar is politieke moed voor nodig, geen politiek met een kleine p.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.