*

 

’Bedrijfscultuur in Azië dient ons tot voorbeeld’

Sybilla Claus − 09/02/09, 00:00

Nederland moet in zijn bedrijfsvoering meer Aziatische waarden opnemen en minder Amerikaanse. Dat zegt hoogleraar Segers uit Groningen.

  • (Trouw)
  • Een Chinees vervoert een Haier-wasmachine in de oostelijke Chinese stad Nanjing. (FOTO REUTERS)

De eerste aziatiseringsgolf in de jaren tachtig en negentig werd vooral door Japan bepaald. De tweede golf zal vooral Chinees zijn. Een voor ons onbekende naam als Haier wordt de koning voor huishoudelijke apparatuur, met goede kwaliteitsproducten. De grap met de Chinese Landwind-jeep, die het in 2006 niet lang uithield op een Duitse testbaan, is eenmalig. De nieuwe auto’s komen eraan, zij hebben een Italiaans design, een Japanse motor en Chinese prijzen, zegt Rien Segers, directeur van het Centrum voor Japanstudies aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Oost-Azië gaat de volgende eeuw bepalen, omdat hier in één regio relatief dicht bij elkaar lage lonen, arbeidsethos, kwaliteit en geld te vinden zijn. „Nederland doet het met Amerika. Wij zijn zo op de Verenigde Staten gefocust, dat we een andere relatie overbodig vinden”. Onverstandig, vindt Segers. Vanmiddag is er een door hem georganiseerd symposium in de universiteitsaula van Groningen over ’het Aziatische tijdperk’. Daar wordt ook zijn boek ’Japan en de onontkoombare aziatisering van de wereld’ gepresenteerd. Japan combineert westerse systemen van politiek, onderwijs en technologie met oosterse waarden als toegewijdheid, een groot arbeidsethos en respect voor de groep.

„Waar bij Amerikaanse bedrijven aandeelhouders en de raad van bestuur het beleid bepalen, gaat het in Japan meer om de waarde die werknemers voor het bedrijf creëren”, vertelt Segers. Japanners bekommeren zich om alles, van design tot verkoop, om hun klanten zo goed mogelijk te bedienen. Tegelijkertijd willen ze ook actoren als gemeente en provincie te vriend houden. „Dat is duurzamer dan het Amerikaanse model.” Dat bleek de afgelopen maanden. Waarom bleef het Amerikaanse General Motors maar grote, energieverslindende auto’s maken, tot aan hun bijna-faillissement?

Segers maakte al in 1998 in Tokio een proefrit in een energiezuinige elektrische Toyota. „De Amerikanen hebben het idee: alles moet groter.” Het effect is dat ze worden gepasseerd door de Aziaten. Zo werden na een periode van afkeuring (’wat een goedkope rommel’) en protectionisme (minder import uit Japan), vorig jaar ín de VS meer Japanse auto’s gemaakt dan in Japan zelf.

Ook in Nederland zijn op elke hoek Aziatische producten te koop. Hoogleraar Segers vindt het verbazingwekkend dat Europa zich nooit afgevraagd heeft: ’Hoe doen zij dat?’

„Dat kan ons er beter bovenop helpen. Tegelijk kunnen we het Amerikaanse model meer loslaten. Want een gezond bedrijf is meer dan gigawinst maken.” Als open economie heeft Nederland het qua interesse in Azië nog het minst slecht gedaan binnen de EU, meent Segers. „Hoewel ook Den Haag gevangen zit in de gevestigde structuren met Brussel en Washington. Daar moet echt een derde weg bij komen: die naar China, Japan, maar ook naar landen als Singapore, Taiwan, Korea.”

De cijfers zijn verbluffend. Momenteel leveren China en India jaarlijks al bijna een miljoen ingenieurs af, tegen 70.000 in de VS. Het aantal patenten is evenredig daaraan meeveranderd, en ook Nederland is behoorlijk gezakt op die ranglijstjes.

Het goede nieuws vindt Segers dat kleinere bedrijven niet hoeven te wachten op een overheidsstrategie. Ze kunnen daar zelf een kijkje gaan nemen, en hun bedrijfscultuur aanpassen. „Dat loont echt.” En wat hem betreft gaat Nederland volop proberen Chinese bedrijven binnen te halen, dat is voor de toekomst van ons land van cruciaal belang. „Wij moeten voor China en heel Oost-Azië de poort naar Europa worden.”

mailIcon print |