Ook voor de vakbeweging is het tijd zich te mengen in de kwestie rond de pensioenleeftijd.
Minister Donner van sociale zaken constateert dat „het denken over een hogere pensioenleeftijd is verruimd”. Maar dat geldt (nog) niet voor de vakbeweging. Na het o-woord (ontslagrecht) volgt daar nu het p-woord, van pensioenleeftijd.
Bracht de omstreden versoepeling van het ontslagrecht de vakbonden een dik jaar in de loopgraven, het geschut is zich nu aan het verplaatsen voor de aanval op het verhogen van de AOW-leeftijd. De blokkade die ze opwerpen rond het p-woord lijkt echter moeilijk houdbaar. Temeer omdat ze zetelen in de besturen van de pensioenfondsen. Van daaruit hebben ze een verantwoordelijkheid om die gezond te maken.
Veel pensioenfondsen zijn ongenadig hard geraakt door de kredietcrisis, bleek vorige week toen de eerste, waaronder pensioenreus ABP, met nieuwe cijfers naar buiten kwamen. De meesten zijn door de ondergrens gezakt en moeten drastische maatregelen nemen. De idee van waardevaste pensioenen en het zo robuuste Nederlandse pensioenstelsel ligt in duigen. De situatie noopt pensioenbesturen tot herstelplannen, in te leveren voor 1 april bij toezichthouder de Nederlandsche Bank (DNB). Maar ze maakt het ook noodzakelijk met DNB en de politiek verder te kijken, alleen al omdat het herstelvermogen en de duurzaamheid van het pensioenstelsel ongewis is.
Het brengt het vergrijzingsvraagstuk weer in zijn volle omvang op tafel. Hoe zorgen we dat onze welvaart op peil blijft en wie gaat dat betalen? Minister Piet Hein Donner (sociale zaken) sprak eerder over de noodzaak door te werken tot 70 jaar om de kosten van de vergrijzing op te vangen. Die suggestie afgelopen zomer in De Telegraaf oogstte een storm van kritiek vanuit vakbondskringen.
Kort daarvoor had de commissie-Bakker in haar voorstellen aan het kabinet over hervormingen van de arbeidsmarkt en het sociale stelsel het verhogen van de pensioenleeftijd in de laatste etappe geplaatst. Niet voor niets, de experts in de commissie kenden het krachtenveld: er rust een taboe op. Hun plan is daarom op z’n egeltjes, vanaf 2011 zou de pensioenleeftijd jaarlijks een maand omhoog moeten. Maar toen ze met haar advies kwam, waren het andere tijden. De economie bloeide, pensioenfondsen blaakten van gezondheid. Er lag bovendien al de uitdaging om de werkelijke pensioenleeftijd, rond 62 jaar, omhoog te krijgen.
Het is niet zo gek dat sommigen het plan-Bakker nu naar voren willen halen en zelfs versnellen. Op termijn kan dat miljarden extra betekenen om de financiële buffers van de pensioenfondsen en de staatskas (waaruit AOW wordt betaald) te versterken. Maar niet iedereen zal vanwege zijn gezondheid en zwaarte van het beroep langer kunnen doorwerken. Dit bezwaar van vakbondszijde kan niet zomaar weggewuifd worden. Het zou mooi zijn als alle metselaars en brandweerlieden na hun 55ste naar een lichtere baan kunnen overstappen. Maar dat is niet realistisch.
Er is echter nog een reden voor de vakbeweging om het p-debat te zoeken. Willen ze zich verjongen, dan kunnen ze niet aan de noodsignalen van jongeren voorbijgaan. Die waarschuwen, bijvoorbeeld bij monde van CNV Jongeren, dat ze niet alle lasten van de vergrijzing op hun schouders kunnen torsen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.