*

 

Wat ons beweegt

Wim Boevink − 13/02/09, 00:00

Ik had een oom, Jan, die leefde in Lancefield, een gehucht ten noorden van Melbourne. Hij was politieman, the only copper in town, zei hij niet zonder ironie, en zijn territorium besloeg een gebied van zo’n vijftig vierkante kilometer. Ik zocht hem op, het was februari 1984.

  • Branden-Australië (\N)

Lancefield was niet meer dan een kruising waartegen wat houten huizen, een milk bar en een hotel waren aangebouwd. Het politiebureau was gevestigd in een grote stacaravan en in Jans tuin stond de gevangenis: een wit geschilderd houten hok. Hij had het nooit hoeven gebruiken.

We maakten een toer door de nabijgelegen streek rond Mount Macedon, verkoolde hellingen, met stakerige boompjes erop. En de resten van huizen. Dit was het rampgebied van de grote bosbrand van een jaar eerder, de brand van Aswoensdag 1983, de grootse bosbrand in de Australische geschiedenis. Een vuurstorm die 75 mensenlevens eiste. Van de huizen stonden alleen nog maar de schoorstenen – die waren van steen. Oom Jan liet een beroemde schoorsteen zien: die van het huis van operazangeres Joan Sutherland. „Ze was ontroostbaar geweest”, zei oom Jan. Zelf had hij moeten helpen met de identificatie van verkoolde lichamen. Het was het ergste geweest wat hij ooit had meegemaakt.

Ik heb dezer dagen de foto’s van Lancefield nog eens bekeken en teruggedacht aan dat landschap, de uitgestrekte schapenweiden, sommigen bevolkt door kamelen, de grote eucalyptusbossen, de rotsformatie van Hanging Rock.

Oom Jan leeft niet meer. Hij overleed in 2007. Lancefield staat nog overeind. Het ligt aan de rand van het rampgebied, oom Jan zou de rookwolken aan de horizon hebben kunnen zien. Het inferno van 2009 is hem bespaard gebleven.

Het overtrof dat van 1983 vele malen, met een dodental dat tegen de tweehonderd loopt en vuurhaarden die nu al bijna twee weken oplaaien, doven en weer oplaaien.

Een aantal van die haarden zou zijn aangestoken, het rampgebied is een plaats delict geworden. Op de site van The Age, de landelijke in Melbourne uitgegeven krant, lees je de gruwelverhalen van ooggetuigen, de titanenstrijd van brandweerlieden (vrijwilligers!), de nood in ziekenhuizen. Een tweejarig meisje, totaal verbrand, op haar kruin na, vocht nog twee dagen voor haar leven.

En dan, te midden van deze hel, verschijnt dit beeld. Een koalabeer, met verbrande poten, die in een verschroeid bos dankbaar een fles water aanneemt van een brandweerman. Het tafereel werd gefilmd met een mobieltje, en ging via YouTube de wereld rond.

De koala kreeg de naam ’Sam’, werd naar een opvang gebracht, waar haar poten werden verpleegd en gezalfd. De brandweerman zocht haar op en schoot vol. Sam was de troost geworden, niet alleen van de mensen in het rampgebied, maar van heel het continent, een knuffel voor een getraumatiseerde natie.

Een gered buideldier. Meer is niet nodig om ons allemaal te bewegen.

mailIcon print |