*

 

Jongeren trekken massaal schaatsend landschap in opinie

Thomas van Slobbe − 06/01/09, 00:00

De natuur is niet iets waar veel jongeren wakker van liggen. Behalve als het kwik onder nul zakt.

Nu de winterkou nachtenlang over de velden trekt, heeft de schaatskoorts weer volop toegeslagen. Schaatsen in de natuur is één van de mooiste dingen die er is. Het ijs, het riet, de prachtige Hollandse luchten. Aan alle kanten ontrollen zich prachtige vergezichten. Het is een genot om ouderwets op sloten, vaarten en meren door ons eigen landschap te kunnen schaatsen.

Opmerkelijk is dat het vooral jongeren zijn die er massaal op uit trekken. Volgens veel deskundigen hebben jongeren weinig tot niets met natuur. Er zou sprake zijn van een ’natuurlijke time-out’. De interesse voor natuur, die jongeren soms van kinds af aan is bijgebracht, zou vanaf het moment van puberen op een lager pitje komen. Je kunt hooguit hopen, zeggen de deskundigen, dat hun gevoel bij natuur jaren later weer wat oplaait.

Als je jongeren op straat aanspreekt en vraagt wat zij over natuur vinden, lijkt dat ook wel te kloppen. Tijdens straatinterviews van Stichting wAarde geven jongeren in eerste instantie vooral nietszeggende antwoorden. „Natuur? Och*.gaat wel.” Natuur lijkt hen weinig te kunnen schelen en voor een wandeling in de vrije natuur hebben ze het echt te druk.

De meeste jongeren leven pas op als je vraagt naar hun favoriete sporten. Een breed scala van activiteiten ontrolt zich: hardlopen, fietsen, zwemmen, paardrijden, schaatsen. Voor sporten máák je tijd, geven de jongeren aan op een toon alsof dat bijna te vanzelfsprekend is om te noemen. En natuurlijk sporten ze liever buiten in de natuur, dan in een drukke beslotenheid van stad of sporthal.

’Frisse lucht’, scoort hoog. En ’buiten wordt je minder moe’, zoals een tiener uit de binnenstad van Nijmegen onlangs bijna achteloos verklaarde. Stadsjongeren hechten aan gezondheid, veiligheid en vrijheid die met buitensporten samengaan. „Geluiden in het bos geven een ander gevoel en sfeer,” geven ze aan. En: „In de stad met betonnen muren en bakstenen ziet het er niet gezond uit. Baksteen en beton is dood. Je krijgt een opgesloten idee in de stad. Niet zo vrij”.

De Nederlandse jongeren, die door de natuurbeweging vaak als een onbereikbaar geachte en haast ’verloren generatie’ worden opgegeven, weten de natuur prima te vinden als het om sporten gaat. De schaatsers kennen als geen ander het ’zoemende’ geluid van ijs, als dit onder hun gewicht gebukt gaat als ze over komen glijden, ze zien de pracht van het riet en wier dat in magische patronen in het bevroren water ligt opgeslagen en genieten van de ganzen die in grote groepen toekijken naar het langs schaatsende publiek.

Met het oog op het draagvlak voor natuurbescherming in de toekomst is het van belang dat deze betrokkenheid van jongeren bij natuur goed gewaardeerd en uitgebouwd wordt. Voor veel jongeren is sport dé ingang naar natuur. De natuurbeweging zou hier, veel meer dan ze tot op heden doet, structureel op kunnen inspelen. Misschien is dat wel de belangrijkste les die ze van Koning Winter leren kan.

mailIcon print |