Nu de affaire-Rasmussen langzaam maar zeker is weggeëbd, kan de Rabobankploeg weer vooruit kijken. Zakelijker dan voorheen. En duidelijker.
Met terugwerkende kracht werd het wielerjaar 2008 gisteren door Harold Knebel, directeur van de Rabobankploeg, als een overgangsjaar bestempeld. De ploeg had zich volgens hem niet voldoende getoond in de grote wedstrijden, had een strakkere organisatiestructuur nodig en worstelde nog altijd met de nasleep van de affaire- Rasmussen.
De val van de vals spelende Deense klimmer – in de noodlottige Ronde van Frankrijk van 2007 – is nog altijd een ijkpunt voor het team. Vanaf de dag dat hij door zijn eigen mensen uit de Tour werd genomen omdat hij tegen zijn ploeg had gelogen over de locatie van zijn training, is de wielerploeg gaan beseffen dat de ’oude’ manier van begeleiden niet per definitie de beste was. Vorig jaar werd al bekend dat de renners van de ploeg nauwlettend worden gevolgd door een aantal rennerregisseurs, mannen die voorheen met ploegleider werden aangesproken.
Gisteren maakte de ploeg tijdens de presentatie voor het nieuwe jaar bekend dat de samenwerking tussen renner en regisseur wordt geïntensiveerd. De vijf ploegleiders van de Rabobank – oud-renner Jan Boven is toegevoegd aan de technische staf – hebben ieder een ’kernteam’ onder zich. De coureurs zijn per specialisme opgedeeld en gekoppeld aan een ploegleider. Op die manier hoopt de ploeg op meer resultaat en een betere onderlinge samenwerking.
De meest in het oog springende verandering is de nieuwe rol van Erik Dekker. Hij krijgt in het nieuwe jaar een groep rijders onder zich die een rol van betekenis moeten gaan spelen in de voorjaarsklassiekers. Met Flecha, Langeveld, Postuma, Stamsnijder en de aanwinsten Nuyens en Tjallingii heeft hij de beschikking over renners die zijn gespecialiseerd in eendaagse wedstrijden als de Ronde van Vlaanderen en de Amstel Gold Race. Gevolg is wel dat Dekker dit jaar niet als ploegleider zal meegaan naar de Tour de France.
„We zijn tot die verdeling gekomen naar aanleiding van intensieve gesprekken die we met de ploegleiders en de renners hebben gevoerd”, zegt Knebel. „Ik gebruik voor onze ploeg graag de metafoor van de pizza. Vorig seizoen hebben we hard gewerkt om de bodem goed te krijgen. Dit jaar zullen we ons wat meer bezig gaan houden met de ingrediënten die er op komen. Het veranderingsproces dat is ingezet moet worden doorgezet en daar zijn deze ontwikkelingen een onderdeel van.”
De wielerploeg heeft de afgelopen maanden ook gebruikt om goede afspraken te maken met de renners. Dekker legt uit: „We hebben ze gevraagd om doelen te formuleren. Met een antwoord als ’een goed voorjaar rijden’ komen ze er niet meer. In welke wedstrijden willen ze goed zijn en aan welke klassering denken ze dan? We zijn uiteindelijk naast een wielerploeg ook een bedrijf en we willen duidelijk kunnen evalueren. Dan moet je dus doelstellingen hebben.”
„Vroeger, vóór de affaire-Rasmussen, werd ons vaak gevraagd waarom we bepaalde dingen op onze eigen manier deden. Het antwoord was dan vaak: Omdat we het altijd zo hebben gedaan. Met de komst van eerst Henri van der Aat en nu Knebel is die lijn doorbroken. Dat is een logisch gevolg van het hele traject dat we met elkaar hebben meegemaakt.”
„Nu hebben we duidelijke doelen, kunnen we renners daarop afrekenen. Bij een afscheid van een renner zeiden we vroeger: Je past niet meer bij ons. Met deze nieuwe weg kunnen we precies aangeven wat er goed is gegaan en wat er fout is gegaan. Ik zie dat als een duidelijke verbetering. En dat ik niet naar de Tour ga is daarvan een logisch gevolg. Ik heb me daarin ook kwetsbaar opgesteld. Ik heb tegen collega-ploegleider Erik Breukink gezegd: Als je mij niet mee wilt nemen naar de Tour, moet je dat niet doen. Je moet me niet meenemen omdat je me niet tegen de schenen wilt schoppen. Het gaat om prestaties en om de renners. Dat moet voor iedereen duidelijk zijn.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.