*

 

Risico op kanker na nachtdiensten is onduidelijk

Van onze redactie wetenschap − 06/01/09, 00:00

De verhoogde kans op borstkanker bij vrouwen in nachtdienst is klein. Bovendien is onbekend of het risico ook door het nachtwerk wordt veroorzaakt.

De FNV heeft leden met borstkanker gisteren opgeroepen zich te melden als ze minstens tien jaar nachtarbeid hebben verricht. De bond doet dit in navolging van Denemarken, waar al tien verpleegsters een schadevergoeding hebben gekregen. De FNV wil richtlijnen die het aantal uren nachtdienst aan banden leggen.

Nederlandse deskundigen reageren verdeeld op het initiatief. In het Nederlands Kanker Instituut (NKI) in Amsterdam vinden ze het ’voorbarig’, want wetenschappelijk staat niet met zekerheid vast dat nachtwerk borstkanker veroorzaakt. In bevolkingsonderzoeken komt weliswaar een verhoogd risico aan het licht, maar dit kan volgens het NKI ook veroorzaakt zijn doordat nachtwerksters pas op latere leeftijd hun eerste kind krijgen.

Dick Heederik, hoogleraar gezondheidsrisicoanalyse aan de Universiteit Utrecht, vindt het te gemakkelijk om het verband tussen nachtdienst en borstkanker zo weg te redeneren. „Het risico komt consistent naar voren uit allerlei typen onderzoek in verschillende landen. Het lijkt me stug dat die allemaal dezelfde fout vertonen.” Heederik noemt de zaak dan ook zorgwekkend. „Op zich is het risico klein. Maar de ziekte komt zo vaak voor dat het al snel aantikt.”

Monique Frings-Dresen, hoogleraar arbeidsgezondheidskunde in het AMC/Coronel Instituut voor arbeid en gezondheid in Amsterdam, werkte in 2006 mee aan een rapport dat de Gezondheidsraad aan het probleem wijdde. Zij relativeert het gevaar. „Het verhoogde risico treedt pas op bij mensen die twintig tot dertig jaar achtereen nachtarbeid hebben verricht.” In de studies is nachtwerk bovendien verschillend en onduidelijk gedefinieerd, wat conclusies bemoeilijkt.

De Gezondheidsraad concludeerde in 2006 dat vrouwen na twintig tot dertig jaar nachtdienst anderhalf keer zoveel kans op borstkanker hadden als normaal. Dat getal was volgens de hoogleraar met grote onzekerheid omgeven, omdat in veel onderzoek slecht was geregistreerd hoeveel uur de deelneemsters ’s nachts hadden gewerkt. Het lijkt haar daarom lastig om richtlijnen op te stellen op basis van de wetenschap, en al helemaal om schadevergoedingen los te peuteren. „Ik vind het wel goed als vrouwen afgewogen voorlichting krijgen.”

Het wachten is nu op een rapport van het kankeronderzoekcentrum van de Wereldgezondheidsorganisatie (IARC), dat in de zomer zal verschijnen. „Dit rapport zal het helderder maken of nachtdiensten echt borstkanker veroorzaken”, verwacht Heederik. Maar Frings-Dresen heeft er een hard hoofd in. „Het aantal uren nachtdienst is vaak zo slecht gedocumenteerd. Ik laat me verrassen of IARC daar een oplossing voor heeft gevonden.”

mailIcon print |