opinie De Nederlandse literatuur heeft geen sportieve inslag. Echt groots of raak beschreven sportmomenten ken ik niet veel. Zoals ze in onze kerken zonder opsmuk zongen, zo weerden we uit de letteren het al te onbeheerste en enthousiaste van de sportsensatie. Zwemmen, voetballen, biljarten; we kunnen het beslist, maar hoge kunst leverde het zelden op. Behalve dan toch het schaatsen. Dat is ons zo te zien zo aan het hart gebakken dat we er vanzelf een mooi plaatsje voor inruimen.
Beroemd is het gedicht van Gerrit Achterberg, waarin hij de schaatsenrijder beschrijft als een soort magiër: ’Over zijn strenge cirkels heen gebogen / eigent hij zich de middelpunten toe. / Hun trots bezit staat in zijn harde ogen. / Hij wordt de mathematica niet moe.’ Een van de krakers uit de Nederlandse literatuur.
Ook Simon Vestdijk, in het dagelijks leven geen al te sportieve figuur (al wandelde hij graag), wist ervan. In ’Terug tot Ina Damman’ is de ijsvloer het toneel van een zeer kortstondig. maar daardoor onvergetelijk geluksmoment tussen Anton Wachter en de aanbeden Ina. Schaatsen kan Anton niet echt: ’Juist kwam Kappie daar pijlsnel aangereden; hij volvoerde een vermetele spiraalboog, en stond meteen onverschillig stil. Anton wist, dat hij zelf lang niet zo vast op zijn schaatsen stond als zulke helden als Kappie, maar als hij zijn voeten wat scheef naar binnen zette kon hem niks gebeuren.’ Welke schaatskneus herkent het niet. Uiteindelijk wordt het niks tussen Anton en Ina, maar dit ene moment blijft in het geheugen gegrift als de schaatsen in het ijs.
Zelfs buitenlandse scribenten viel de Nederlandse handigheid op de schaats op. Ergens in de tijd van Alva schreef de alhier rondtrekkende Spaanse soldaat Mendoza over de klompachtige pantoffels met daaronder de aan de voorkant omhoog krullende stalen band waarmee men over bevroren meren en kanalen gleed, soms met manden en eieren op het hoofd: ’Ze zijn zo snel, dat ze volgens sommigen vliegen, en een man kan zonder veel moeite gedurende één of twee uur een slee achter zich aan slepen, waarop zijn vrouw en kind zich bevinden met 150 pond boter en evenveel kaas.’ Opmerkelijk eigenlijk dat we daar geen sport van gemaakt hebben: vrachtschaatsen. De enige beoefenaar die ik de afgelopen dagen zag was een moeder, schaatsend achter een kinderwagen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.