De drijfveren om de top te bereiken zijn voor vrouwen anders dan voor mannen. Judocoach Chris de Korte ziet een overeenkomst met die van allochtonen.
Vrouwen hebben meer het idee dat ze zich moeten waarmaken dan mannen, meent judocoach Chris de Korte (70). Dát maakt hen succesvoller in de topsport, niet omdat ze anders zouden zijn.
Op zijn sportschool stoomde De Korte decennia lang judoka’s klaar voor grote titels. Olympisch kampioen Mark Huizinga was zijn boegbeeld, in Marjolein van Unen, Angelique Seriese en Edith Bosch had en heeft hij grote kampioenen bij de vrouwen.
„Ik heb meer vrouwen die zich geroepen voelen tot het bedrijven van topsport dan mannen. Dat is altijd zo geweest.”
„Ik zie in mijn sportschool in Hoogvliet ook veel allochtonen. Die ontwikkelen zich over het algemeen beter dan de Nederlandse jeugd. Zij werken zich omhoog uit een voor hun gevoel ondergeschikte positie. Dat is de motivatie om extra hun best te doen.”
„De vrouw is in onze cultuur ondergesneeuwd, pas de laatste dertig jaar is dat veranderd. Maar ik merk dat ze nog steeds het idee hebben dat ze zich moeten waarmaken om te kunnen zeggen: ik gedraag me als vrouw en ben daarmee net zo goed als een man. Dat is de motivatie achter hun succes in judo, en ook in de totale sport.”
Is dat in Nederland anders dan in andere landen?
„Vrouwen zijn hier vrij. In judolanden als Georgië, Tunesië, Algerije en Marokko zie je geen vrouwen op de mat. Of enkelen die echter niet boven komen omdat ze nog moeten beginnen met het leren van autorijden.”
„Daarbij komt dat vrouwenjudo qua trainingsarbeid gelijk is gekomen met mannenjudo. Het is niet meer zoals jaren geleden, toen degene die het hardst huilde won. Nu staan er sterke, volwassen vrouwen. Wie aan de top wil komen heeft discipline en structuur nodig. Over het algemeen hebben in judo vrouwen dat eerder dan mannen.”
„In China is judo enorm vooruitgegaan. Vooral bij de vrouwen, bij de mannen gebeurt niets. Dat komt door die regeling van één kind per gezin. Als het een jochie is, wordt hij enorm verwend. Een meisje wordt opzij geschoven, daar heb je niets aan. Daarom willen die meisjes zich waarmaken. Topsport heeft altijd te maken met een bepaalde motivatie. Dat kan gaan om een complex, haat, landsbelang of clubbinding.”
De Korte ziet geen verschil in werken met vrouwen of mannen. „Het is persoonsgebonden. De mannen en vrouwen waarmee ik heb gewerkt, zijn totaal verschillend.”
Zijn oud-pupil en vrouwenbondscoach Marjolein van Unen signaleert dezelfde drijfveren. „Als judoka vond ik het vervelend dat ik als vrouw minder aandacht kreeg. Daarvoor moest je echt uitzonderlijke dingen doen. Dat is tegenwoordig niet meer, maar vrouwen willen zich meer naar de top vechten omdat ze nog altijd in dat emancipatieproces zitten.”
Volgens haar is er wel een verschil in samenwerken. „Vrouwen zijn emotioneler, complexer. Dat heeft te maken met hormonen en met het feit dat vrouwen de problematiek van thuis meenemen. Er moet veel worden gesproken. In het begin zeiden ze tegen mij: jij zit altijd te lullen met die vrouwen. Maar het is nodig. Ze zijn leergierig en willen problemen van zich af praten. Het hoofd moet vrij zijn.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.