*

 

Heffingskortingen Wanneer en waar een heffingskorting

Door: redactie − 02/01/09, 00:00

Algemene heffingskorting. Iedere belastingplichtige heeft recht op de algemene heffingskorting. Partners hebben ieder zelfstandig recht op deze heffingskorting. Zij kunnen deze korting niet overdragen aan hun partner. Als één van de partners geen of weinig inkomsten heeft en dus zijn eigen heffingskorting niet (helemaal) gebruikt, kan hij onder bepaalde voorwaarden (een deel van) het bedrag rechtstreeks uitbetaald krijgen door de Belastingdienst. Weinig inkomen betekent in dit verband een salaris, uitkering of pensioen van alles bij elkaar minder dan 5991 euro per jaar. Voorwaarde is dat de partner van de belastingplichtige voldoende inkomen heeft en voeldoende belasting betaalt.

Arbeidskorting. Een belastingplichtige heeft recht op arbeidskorting als hij één van de volgende soorten inkomsten heeft: loon of salaris, winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden. Het moet gaan om inkomsten uit tegenwoordige arbeid. De hoogte van de arbeidskorting is afhankelijk van het gezamenlijk bedrag van de inkomsten uit tegenwoordige arbeid. Voor ouderen vanaf 57 jaar geldt een hogere arbeidskorting. Dit in het kader van het streven van het kabinet om ouderen langer door te laten werken.

Alleenstaande-ouderkorting. Een belastingplichtige heeft recht op de alleenstaande-ouderkorting als hij in 2009 meer dan zes maanden geen partner heeft en een huishouden voert met een kind dat hij in belangrijke mate onderhoudt en dat op hetzelfde woonadres ingeschreven moet staan. Bovendien zijn er in dit huishouden geen mensen van 27 jaar en ouder.

Aanvullende alleenstaande-ouderkorting. Een belastingplichtige heeft recht op de aanvullende alleenstaande-ouderkorting als hij recht heeft op de alleenstaande-ouderkorting en die een kind te onderhouden heeft van jonger dan 16 jaar. De hoogte van de aanvullende alleenstaande-ouderkorting bedraagt 4,3 procent van de inkomsten uit werkzaamheden buiten de huishouding, maar maximaal 1484 euro.

Jonggehandicaptenkorting. De jonggehandicaptenkorting geldt voor de belastingplichtige die in het kalenderjaar recht heeft op een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (een zogenoemde Wajonguitkering), tenzij voor hem de ouderenkorting geldt. Men komt ook voor de jonggehandicapten-korting in aanmerking, als weliswaar recht bestaat op een Wajong-uitkering maar niet daadwerkelijk een Wajonguitkering wordt ontvangen.

Ouderenkorting. Een belastingplichtige heeft recht op de ouderenkorting als hij op 31 december 2008 65 jaar of ouder is en een verzamelinkomen heeft van niet meer dan 32282 euro.

Alleenstaande ouderenkorting. De alleenstaande ouderenkorting kwam in 2006 in de plaats van de aanvullende ouderenkorting. Voor de alleenstaande ouderenkorting geldt - anders dan voor de aanvullende ouderenkorting het geval was - geen maximum inkomensgrens. Een belastingplichtige heeft recht op de alleenstaande ouderenkorting als hij recht heeft op een AOW-uitkering voor alleenstaanden.

Levensloopverlofkorting. In het kader van de invoering van de levensloopregeling, werd met ingang van 2006 de levensloopverlofkorting geïntroduceerd. Op deze korting heeft men recht bij een reguliere opname van levenslooptegoed. De levensloopverlofkorting is gelijk aan het bedrag van het opgenomen levenslooptegoed, maar ten hoogste 191 euro per jaar waarin is gestort in de levensloopregeling. Bedragen aan levensloopverlofkorting die in voorafgaande jaren al zijn genoten worden in mindering gebracht.

Ouderschapsverlofkorting. De ouderschapsverlofkorting geldt voor de belastingplichtige die gebruik maakt van zijn wettelijke recht op ouderschapsverlof. Het wettelijk recht op dat verlof wordt per 1 januari uitgebreid van 13 naar 26 weken. Hierdoor wordt het maximale bedrag voor de ouderschapsverlofkorting ook hoger. De koppeling tussen het recht op de korting en het verplichte inleg in de levensloopregeling is verdwenen.

De korting wordt berekend door het aantal uren ouderschapsverlof in het kalenderjaar te vermenigvuldigen met een bedrag van 50 procent van het bruto minimumuurloon per opgenomen verlofuur. De korting bedraagt niet meer dan de terugval in het belastbare loon in 2009 ten opzichte van 2008.

Doorwerkbonus. Dit extraatje voor werken vanaf 62 jaar is nieuw. Ook na de pensioengerechtigde leeftijd kan iemand die doorwerkt zo'n bonus krijgen, al is de subsidie dan aanzienlijk lager (918 euro voor 65- en 66-jarigen en de helft voor 67 en ouder).

Korting maatschappelijke beleggingen. De korting geldt voor de belastingplichtige die belegt in erkende maatschappelijke belggingen (groene beleggingen en beleggingen in sociaal-ethische projecten). De korting is 1,3 procent van het bedrag dat gemiddeld is vrijgesteld op grond van de bepalingen rond de heffing op vermogen (de vermogensrendementsheffing).

Korting beleggingen in durfkapitaal en cultuur. Ook in dit geval geldt een korting van 1,3 procent van het bedrag dat gemiddeld is vrijgesteld op grond van de bepalingen rond de heffing op vermogen.

mailIcon print |