In zijn boek ’In de beste families’, dat deze maand verscheen, beschrijft Paul Teunissen onder meer het leven van Frans Loomans, wiens vrouw Greetje op vroege leeftijd dement wordt. Vandaag deel 6 en slot: ze dansten nog even samen.
Greetje woonde twee maanden in Lidwina. Het personeel was enthousiast over haar. De jongens gingen drie keer per week op bezoek. Zelf ging Frans twee keer per dag. ’s Ochtends om acht uur stond ze hem bij de deur van de gesloten afdeling op te wachten. Dan nam hij haar meteen mee naar buiten en nestelde ze zich tegen zijn lichaam. Op zulke momenten voelde hij dat ze nog iets speciaals hadden dat alleen zij samen deelden.
Maar sinds een week kon ze ineens haar aandacht verliezen en bij hem vandaan lopen. Daarom had Frans die ochtend een zak spekjes meegebracht, die hij haar zou geven zodra ze aanstalten maakte om weg te lopen.
Greetje stond niet bij de deur. Hij was dan ook een uur later dan de andere dagen. De avond ervoor was hij op stap geweest met de buurmeisjes. Vorige week waren ze bij hem binnen komen lopen, hadden brutaal zijn agenda gepakt en bij vrijdag geschreven: ’Frans gaat samen met Berdine en Sonja naar de kermis’. „Ik moet naar Greetje”, had hij tegengesputterd.
Frans groette het verplegend personeel dat hij in de gangen passeerde. Lieve meiden waren het, die van aanpakken wisten. Hij klopte op de deur van Greetjes kamer en stapte naar binnen. Ze lag nog in bed. Meestal lag ze te zappen, van 1 naar 99 en weer terug, maar nu staarde ze met grote ogen naar de muur.
„Greetje, wat doe je nou?”, vroeg hij opgewekt. „In bed gaan allemaal*”
„* mensen dood.”
„Nou, d’r uit dan.”
Hij wilde haar actief houden, anders kon het snel bergafwaarts gaan in die prikkelarme omgeving. „Kom, we gaan lekker wandelen”, zei hij.
Greetje kwam overeind. Ze had vreemd ondergoed aan. Een broek en hemd aan één stuk, met een ritssluiting op de rug. Het stoorde hem dat hij er niet over was ingelicht. Dit bevestigde zijn gevoel dat ze haar steeds meer van hem afnamen. Frans hielp haar met aankleden. Kamde haar haren, deed een beetje lippenstift op. Hij pakte het flesje parfum. Meteen strekte Greetje haar blote polsen zijn richting uit, zodat hij er een beetje kon opspuiten.
Naast haar bed lag het dagboek. Voorin had hij familieportretten geplakt, uit de tijd dat ze nog een gelukkig gezin waren. Ze hadden het goed gehad, leefden van twee inkomens en konden drie keer per jaar op vakantie.
Frans las dat een buurmeisje, Annelies, op bezoek was geweest. Ze was een eind met Greetje wezen fietsen, op de tandem.
„Wat heb je gisteren gedaan met Annelies?”
„Wandelen.”
„Niet, je bent wezen*” Om haar te helpen maakte hij een roterende beweging met zijn handen. „Wandelen.”
„Nee. Je bent wezen fiet*”
„* sen”.
„Goed zo.”
Frans nam haar mee de gang op. Bij de uitgang haalde hij de alarmband van haar pols en gaf deze aan de portier. Voor ze naar buiten liepen, bukte hij even achter haar om te kijken of ze een vieze broek had. Hij had al twee keer meegemaakt dat ze ’s avonds nog met een volle luier van die ochtend liep. Begon ze zich daar te krabben en kon ze een ontsteking oplopen. Frans had de dames van de verpleging erop aangesproken. Het was zijn taak om erop toe te zien dat Greetje geen slons werd.
Ze liepen het parkje achter het tehuis in. Het was hem afgeraden om Greetje te veel uit haar nieuwe woonomgeving te halen. Eerder die week had hij haar tegen het advies in meegenomen op een autorit naar haar geboortedorp. Onderweg zong ze luidkeels mee met de cd van Paul de Leeuw. De muziek had veel meer losgemaakt dan de aanblik van haar ouderlijk huis.
Volgend weekend zou hij haar voor het eerst mee naar huis nemen. Zijn zoons en hun vrouwen zouden er zijn. Een van de jongens had mooi nieuws voor haar. Het brandde hem op de lippen. „Je wordt oma.” Hij kon het haar best zeggen. Morgen zou ze het waarschijnlijk vergeten zijn.
Frans verlangde ernaar om haar weer een keer thuis te hebben. Haar nachtjapon lag nog op haar hoofdkussen. Op het antwoordapparaat werden bellers begroet door Greetje en Frans.
Ze was verhuisd, maar ze waren nog steeds een paar. Van de week hadden ze nog samen gedanst, toen er een accordeonist speelde in de grote zaal van Lidwina. Maar halverwege de dans had ze zich van hem losgemaakt en was ze de geur van het verse gebak gevolgd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.