*

 

Frans en Greetje

Paul Teunissen − 02/01/09, 00:00

In zijn boek ’In de beste families’, dat deze maand verscheen, beschrijft Paul Teunissen onder meer het leven van Frans Loomans, wiens vrouw Greetje op vroege leeftijd dement wordt. Vandaag deel 4: de mensen durven niet meer op bezoek te komen.

„Gaat het nog, pa?”, vroegen de jongens hem keer op keer.

„Tuurlijk.” Het ging nog best.

Kennissen zeiden hem: „Je bent nog jong. Waarom breng je haar niet naar een verpleeghuis? Dan kun je zelf weer gaan leven.”

„Ik ben nog gelukkig met mijn vrouw”, zei hij dan.

Tot hij ’s nachts ineens pijn in zijn arm had gevoeld. Greetje lag naast hem te slapen. Hij stond op, liep naar de telefoon, maar tilde de hoorn niet op. Wat moest er van Greetje komen als ze hem zouden meenemen? Hij wachtte tot de volgende ochtend en belde zijn eigen huisarts. Binnen een kwartier werd hij per ambulance naar het ziekenhuis gebracht.

Dat maakte veel indruk op Greetje. „Onze Frans heeft een hartinfarct gehad”, riep ze tegen iedere passant.

Daarna waren dames van de thuiszorg gekomen. Ook moest hij van de jongens meer voor zichzelf gaan doen. Elke vrijdagmiddag ging hij op het terras in het dorp zitten. De eerste keer hoorde hij voor zijn gevoel de mensen fluisteren dat hij lekker zat te genieten, terwijl hij zijn zieke vrouw in de steek liet, maar die gedachte ebde na verloop van tijd weg.

Vroeger hadden ze altijd volk over de vloer gehad, maar de mensen konden het niet aanzien hoezeer zijn vrouw was veranderd. Greetje was Greetje niet meer. Met de laatste carnaval was haar broer nog langsgekomen. Greetje was naar de dagopvang. Kort voor vieren stond hij ineens op. Hij moest gaan. De kinderen zouden zo thuiskomen.

„Blijf toch nog even”, zei Frans. „Je kunt haar beter onder ogen komen, want straks durf jij die stap niet meer te zetten.”

Even later kwam Greetje binnen. Ze vloog haar broer meteen in de armen.

Frans was ervan overtuigd dat ze doorhad dat de mensen niet meer kwamen.

Greetje was naar boven vertrokken. Zodra het donker werd ging ze naar bed. De laatste tijd trok ze haar kleren niet meer uit. Frans zou het straks wel doen, als hij de puf nog had. Eigenlijk kon hij haar niet meer alleen laten. Een paar dagen eerder had hij ineens gekreun gehoord, een hoog dolfijnachtig geluid dat leek op te stijgen uit haar buik. Hij vond haar op de badkamervloer. De tegels zaten onder het bloed, maar Greetje leek geen pijn te voelen. Ze kreunde omdat ze niet overeind kon komen.

De laatste dagen had Frans veel nagedacht en zich afgevraagd of hij nog wel in staat was om haar thuis te houden. De tijd dat hij haar bij zich had, was hij haar alleen maar aan het verzorgen. Verder ondernamen ze niets meer. Hij was het beu om haar op straat continu in de gaten te houden. Hij betrapte zich er steeds vaker op dat hij boos tegen haar deed.

Frans pakte de telefoon en toetste het nummer van zijn oudste zoon in.

„Met je vader”, zei hij, toen hij de stem van zijn zoon hoorde. „We moeten een plek voor ons mam gaan zoeken.”

Daarna belde hij zijn andere zoon.

Binnen een uur hingen ze opnieuw aan de telefoon.

„Het is goed zo, pa.”

Eerdere afleveringen: www.trouw.nl/fransengreetje

’In de beste families. Een zoektocht in dertien verhalen naar wat het betekent om dierbaren te zien lijden aan een psychische ziekte.’ Uitgeverij Veen, euro 18,90.

mailIcon print |