*

 

De fietsendief wordt boos

adri vermaat − 05/01/09, 00:00

Jaarlijks worden in Nederland ongeveer 800.000 fietsen gestolen. Bijna één op de twintig fietsers ziet zijn of haar karretje op een dag niet terug. Fietsendiefstal scoort hoog op alle lijsten van veelvoorkomende criminaliteit.

Meewerken om het oplossingspercentage op te krikken, doet het publiek nou ook weer niet. Regelmatig is er een politiechef of gezaghebbend instituut dat gedupeerden aanspoort aangifte te doen van de verdwijning van hun fiets. Maar in zelfs nog geen kwart van alle diefstalgevallen gebeurt dit ook daadwerkelijk.

Voor de politierechter staat vanmiddag een man (21) van weinig woorden en met ogen die nog jongensachtig de wereld inkijken. Hij groet de rechter en kijkt eens om zich heen. Op een akkefietje van heling na kwam hij niet eerder in aanraking met justitie. Nu wordt hij ervan verdacht dat hij twee damesfietsen, een grijze Gazelle met kinderzitje en een blauwe Union, heeft gestolen. Agenten vonden na een melding van een oplettende voorbijganger beide fietsen in de tuin van de verdachte, thuis bij zijn ouders.

De getuige was het opgevallen dat de verdachte met twee fietsen over straat zeulde. Aangezien de beide achterwielen blokkeerden, leidde de tipgever hieruit af dat de fietsen op slot waren en dat er een dief aan het werk moest zijn. Meteen na de vondst van de fietsen in de tuin vertelde de verdachte de politieagenten dat hij één van deze rijwielen twintig minuten eerder had gekocht.

Voor dertig euro, van een hem onbekende blanke knul. En de tweede fiets? „Die heeft de verkoper natuurlijk in de tuin neergezet omdat de politie hem op de hielen zat. Ik weet van niks”, herhaalt de verdachte anderhalf jaar later voor de rechter.

Die wil weten waarom hij de hem eerder aangeboden schikking van 400 euro heeft geweigerd. „Ik kon zo’n groot bedrag niet betalen, ik zoek nog werk in de haven”, antwoordt de verdachte.

De officier noemt hem een ’brutale fietsendief’. Nu hij geen geld heeft én geen werk, vindt zij een werkstraf, van veertig uur, de beste sanctie. „Twintig uur werken per fiets”, licht zij toe. „Er staan hogere straffen op, maar ik houd er rekening mee dat meneer geen geld heeft.”

De verdachte wordt voor de eerste en enige keer deze zitting boos. „Dit slaat nergens op”, roept hij bij het horen van de eis. „Ik betaal liever die 400 euro dan dat ik die werkstraf doen. Ik heb nu even geen werk, maar dat zegt niks. Als ik in termijnen mag betalen, komt het allemaal goed. Ik werk normaal voor mijn brood.”

De rechter veroordeelt hem tot 400 euro boete, in acht termijnen te voldoen.

mailIcon print |