Marjolein van Unen was als judoka al een pionier, nu is ze dat als bondscoach. „Ik voel me wel prettig in die mannenwereld.”
Weliswaar volgt haar karakteristieke schaterlach, de kwinkslag die Marjolein van Unen (46) maakt heeft een serieuze ondertoon. „Misschien heb ik een afwijking en ben ik daarom bondscoach.”
Serieus: „Ik vraag me wel eens af, als ik vrouwen op mijn sportschool bij elkaar zie zitten, waarom ik niet zoals zij over kleren kan zitten praten, over ditjes en datjes? Ik ben altijd met mijn vak bezig. Dat is wel eens raar, ik heb er zelfs aan getwijfeld. Maar al die dingen interesseren me zo verdomd weinig.”
Begin november werd Van Unen tijdens een feestelijke bijeenkomst in de ’rookzaal’ van de Tweede Kamer geëerd als coach achter olympische medailles. In de zaal zaten circa honderd olympische coaches, onder wie drie vrouwen.
„Eén assistent bondscoach van het waterpolo en Susannah Chayes van het roeien. Dan houdt het wel zo’n beetje op. In het voetbal hebben we nog Vera Pauw. Ik was de eerste Nederlandse vrouw als bondscoach, in die situatie is nauwelijks iets veranderd. Ook internationaal was ik lang de enige. Nu is er een Spaanse, bij de Fransen loopt er een rond en er is een Braziliaanse.”
Ze was ook de eerste Nederlandse topjudoka. In die hoedanigheid werd ze driemaal Europees kampioen en tweede op de WK. Toen judo als olympische demonstratiesport lonkte, maakte een rugblessure op 23-jarige leeftijd een vroeg einde aan haar carrière. In de afgelopen twintig jaar heeft ze in het judo veel zien veranderen, maar niet de positie van coaches.
„Ik meldde me als achttienjarige bij Chris de Korte in Hoogvliet. Twee weken later zie ik in Actueel of Panorama een interview met hem staan waarin hij zei dat vrouwen er niets van konden. „Ze janken om het minste of geringste”. Daarover heb ik ’meneer De Korte’, want zo ging dat toen nog, aangesproken. Ja, zo was judo inderdaad. Dat was zijn eerste selectie, op hardheid. Je blijft daar niet hangen als je er niet tegen kunt. Nu staan daar keiharde meiden.”
Van Unen is met onder andere De Korte een van de beleidsbepalers van het succesvolle judo. Nadat ze was afgekeurd voor topsport, stortte ze zich op haar eigen sportschool in Brielle. Een decennium lang hield ze afstand van de topsport.
„Voor een vrouw is het helemaal niet lastig werken in een mannenwereld. Wat wel moeilijk is geweest, was om erin te komen. Ik wilde bondscoach worden, en moest daar als eerste vrouw voor inbreken. Dat ging zo simpel niet. Maar toen ik er eenmaal was, mezelf had bewezen en het gevoel gaf een van hen te zijn met dezelfde ambities, was het maar fantastisch. Ik moet eerlijk zeggen, ik werk liever met mannen dan met vrouwen.”
Twee woorden lopen als een rode draad door haar betoog: keuzes maken. Van Unen concludeert dat vrouwen heel goed kunnen kiezen voor een topsportcarrière, maar niet voor de volgende stap. „Als ik nu kijk naar de judowereld waar ik toen inzat, dan is daar niemand van over.”
„De wereld is nog altijd traditioneel. De vrouw krijgt kinderen en zorgt voor hen. Ik zit zo niet in elkaar, ik erger me erover. Waarom worden zo weinig vrouwen bondscoach? Dan moet ik me afvragen: welke vrouw wil leven zoals ik leef? Mijn leven is voor een groot stuk judo. Daar heb ik bewust voor gekozen, daar ga ik volledig voor.”
„Het is eigenlijk moeilijk om het zo uit te spreken. Maar ik heb me afgevraagd of ik, als ik ze al zou kunnen krijgen, kinderen zou willen. Of moet ik dan zoveel concessies doen voor het een of voor het andere? Ik heb daar een strakke keuze in gemaakt. En of ik daar nu spijt van krijg ja of nee, het is wel de weg voor mij geweest.”
„Als ik zie hoe vaak ik van huis ben, dan is dat met een kind haast niet te realiseren. Of je moet een man hebben die dat op zich neemt. Dat heeft te maken met emancipatie van man en vrouw in een relatie. Wat ik zie, ook in het bedrijfsleven, zijn veel vrouwen die roepen van, ’dat wil ik ook’. Maar vervolgens hebben ze er een heleboel niet voor over. Dit is mijn waarheid: als je een functie ambieert, en die vraagt totale toewijding, dan kan je niet aankomen met een parttime job. Dat is de keuze die vaak niet hard wordt gemaakt.”
„Als je het afzet tegen de prestaties van de vrouwen op Olympische Spelen, dan is het raar dat zo weinig vrouwen de volgende stap zetten. Het valt me op, het maakt me verder weinig uit.”
„Het is wel een raar beeld in zo’n geëmancipeerd land. In de politiek zie je steeds meer vrouwen, maar die zijn over het algemeen wat ouder. In de sport zit het structureel fout. Vrouwen zouden als coach een enorme toevoeging kunnen zijn. Maar ik zou niet weten hoe we ze er in moeten krijgen. Misschien moet NOC-NSF er een project van maken.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.