*

 

Veel twijfels over grondoorlog

Inez Polak − 03/01/09, 00:00

Het luchtoffensief van Israël weet Hamas nog niet op de knieën te krijgen. Alles lijkt gereed voor een grondoffensief, al is het de vraag of Israël daar verstandig aan zou doen.

Heeft Israël, net als twee jaar geleden in Libanon, de kans laten lopen op een tijdig einde van de strijd rond de Gazastrook? Had het na de eerste keiharde klap moeten ingaan op het voorstel van Frankrijk eenzijdig een staakt-het-vuren uit te roepen? En is een grondoffensief, klein dan wel groot, onvermijdelijk?

De grote fout van de Libanonoorlog van 2006 was volgens velen – ook volgens het vernietigende onderzoeksrapport – dat de Israëlische regering onbesuisd de oorlog was ingegaan en onhaalbare doelen had gesteld: het bevrijden van gekidnapte soldaten – die zoals later bleek al dood waren – en het uitschakelen van Hezbollah.

Dit keer heeft Israël gewacht, terwijl de raketbeschietingen doorgingen. Het heeft bovendien geen duidelijke doelen gesteld, zozeer zelfs dat commentatoren zich spottend afvragen hoe het kan dat in een land waar alles altijd uitlekt, de doelen van de oorlog geheim blijven. Terwijl minister van buitenlandse zaken Tzipi Livni spreekt over het uitschakelen van Hamas, heeft minister van defensie Ehoed Barak het over ’een veranderen van de veiligheidssituatie in het zuiden zodat dat gebied niet langer doelwit is van raketten’. In feite wil Barak zo snel mogelijk een nieuw bestand.

De eerste week van de oorlog bestond wat Israël betreft uit luchtaanvallen met duidelijke doelen: de tunnels en ondergrondse wapendepots, de lanceerinstallaties en gebouwen die het regime van Hamas symboliseerden, zoals overheidsgebouwen.

Donderdag kwam daar nog een doel bij. Met de liquidatie van Hamasleider Nizar Rajan stuurde Israël de boodschap dat Hamasleiders ’legitiem’ doelwit zijn.

In tegenspraak daarmee is overigens dat Israël zegt hem en omstanders tevoren te hebben gewaarschuwd opdat het bombarderen van zijn huis conform het oorlogsrecht is. Terwijl andere Hamasleiders allang ondergedoken zijn, keerde Rajan donderdag terug naar huis.

Mogelijk vertrouwde deze alom vereerde ’strijder-geestelijke’ erop dat niemand in zijn woonplaats, het dichtbevolkte Jabalia, hem zou verraden. Dat moet toch gebeurd zijn.

Maar in feite bestaat meer en meer de indruk dat Israël ’uitgebombardeerd’ is, terwijl Hamas niet verslagen lijkt en de beschietingen voortzet, met dagelijks zo’n veertig raketten. Dat daarbij nauwelijks slachtoffers zijn gevallen, is veelal een wonder.

Ook tweeënhalf jaar geleden meende Israël dat een luchtoffensief voldoende was om de vijand op de knieën te dwingen, tot uiteindelijk, onvoorbereid, een grondoffensief werd ingezet.

Dit keer is het grondoffensief wel voorbereid. Zo’n tienduizend soldaten staan klaar nabij de grens. Alleen is het leger niet erg happig de Gazastrook binnen te vallen, omdat het zijn tol zal eisen aan Israëlische kant. En de Gazastrook is, in tegenstelling tot het zuiden van Libanon, een klein, uiterst dichtbevolkt gebied: tien bij veertig kilometer, met anderhalf miljoen mensen.

In Libanon konden de mensen vluchten. In Gaza kunnen ze geen kant op en is de kans op zeer veel burgerslachtoffers groot.

Het betekent ook dat de kans dan toeneemt dat Israël gedwongen wordt in te stemmen met een bestand zonder zijn voorwaarden te kunnen opleggen. Het verklaart mogelijk waarom Hamas Israël haast tart een grondoffensief te beginnen. Premier Olmert heeft gezegd dat hij bij elk toekomstig bestand internationaal toezicht eist. De vraag is alleen nog wanneer dat bestand er komt: voor of na een grondoffensief.

mailIcon print |