*

 

De enige oplossing: nooit spelletjes spelen

Cees van der Laan en Teun Lagas − 05/01/09, 00:00

Kent oud-bewindsman Henk Kamp ook twijfels? Wel degelijk, maar niet als hij eenmaal een beslissing heeft genomen. Zo werkt dat bij hem. Heeft aarzelen en twijfelen nut, of moet je altijd zeker zijn van je zaak? Dat komt enkele keren ter tafel, pratend over zijn afscheid van het Binnenhof en zijn dertigjarige tocht door de VVD, de lokale en de landelijke politiek.

Twee dagen geleden is Henk Kamp geland op Flamingo Airport, Bonaire. De container met verhuisspullen wordt uitgepakt in zijn nieuwe woning in Kralendijk. De 56-jarige liberaal van de rechtervleugel liet zijn VVD-Tweede Kamerzetel achter zich om op de Antillen als ambtelijke ’rechterhand’ van staatssecretaris Bijleveld van koninkrijkszaken aan de slag te gaan.

Bonaire, St.Eustatius en Saba lokken, de klus is voor drie jaar. Kamp moet helpen van de drie kleine eilanden een soort Nederlandse gemeenten overzee te maken. Hij kent de Antillen en laat weinig twijfel blijken over de ontvangst die hem te wachten staat. „Ik ben een geaccepteerd figuur daar. Ik zal ze niet teleurstellen.”

Twee weken geleden, vlak voor Kerst: het inpakken in Zutphen van die verhuiscontainer gebeurt in wat hij noemt ’een unieke week die ik niet meer mee zal maken’. Er is het mooie avontuur: in de schuur staan twee klassieke legergroene Moto Guzzi’s V50 klaar voor transport. Met zijn vrouw Linda zal hij er straks mee over de weggetjes pruttelen rond de hete zoutpannen van Bonaire. Maar hij heeft ook zojuist zijn moeder begraven.

Was zijn moeder trots op die mooie functie aan de andere kant van de oceaan? Nee, zo redeneerde zij niet, legt hij uit. „Ze zag het gewoon als een nieuwe taak voor de publieke zaak. Of ik nou gemeenteraadslid was, Kamerlid of minister, het maakte haar niet zoveel uit.”

Zijn moeder was 84 toen ze stierf. „Ik ben er niet door van slag, nee. Ze was tot op het laatst scherp, ze overleed na een ziekbed van twee dagen. Nogal wat anders dan toen mijn vader stierf. Ik was twaalf jaar toen hij na zeven maanden ziekte overleed. Mijn moeder bleef achter met vier jonge kinderen, een enorme dreun. Ze moest de papiergroothandel van mijn vader draaiende zien te houden. Mijn moeder was een heel plichtsgetrouwe vrouw, ze heeft het helemaal alleen gedaan en dat heeft ze goed gedaan. Natuurlijk ben je verdrietig over haar dood, maar het gevoel dat ze een mooi leven heeft gehad en dat ze is overleden zonder een lang ziekbed, dat overheerst.”

Die ’publieke zaak’ heeft Henk Kamp hoog, zeker voor een politicus uit de partij van vrijheid van burgers en ondernemers, die zo min mogelijk last zouden moeten hebben van de overheid. Voor hem is in de VVD niet het vrijheidsgevoel het belangrijkste. „Ik denk dat alle liberalen zich heel goed realiseren dat mensen niet alles alleen kunnen. Ook liberalen nemen als vaststaand feit aan dat er veel gedaan moet worden door de overheid, maar wel effectief en efficiënt.”

Als gepassioneerd nieuwsconsument („Krantenlezer vanaf mijn derde klas lagere school.”) raakte hij als tiener doordrongen van de noodzaak om als burger betrokken te zijn bij de publieke zaak. Het gezin was KVP, de zoon koos voor de VVD. De stap om lid te worden van een politieke partij was net zo vanzelfsprekend als volwassen worden, trouwen en kinderen krijgen.

„Ik was van de middelbare school, werd in mijn diensttijd afgekeurd op mijn knie, ging werken, begon mijn eigen huishouden. Ik was 23, mijn vrouw 21 en we kregen kinderen. Bij mezelf dacht ik: ik ben nu volwassen, ik wil lid worden van een partij. Vervolgens bedacht ik welke partij. Mijn oorspronkelijke klik om voor de VVD te kiezen had te maken met de dreiging van het communisme en de atoomwapens. Ik werd partijlid, niet om minister te worden, maar gewoon omdat ik vond dat dat moest.

„Bewuste burgers zouden eigenlijk veel meer dan nu lid moeten zijn van een partij. Het hoeft niet allemaal zo actief, maar een paar keer per jaar meedenken en meebeslissen over wat de overheid moet doen en wie dat mogen uitvoeren, is toch niet te veel gevraagd. De democratie die we hebben, blijft niet vanzelf in stand. Helaas werkt het zo dat de verschillende partijen zich allemaal proberen te profileren door te zeggen dat de anderen, de concurrerende politici, het bij het verkeerde eind hebben. Vervolgens denkt te kiezer dat alle partijen er naast zitten. Politieke partijen spreken vooral tegen elkaar in plaats van met elkaar. Uiteindelijk is het de politiek die zo zichzelf beschadigt. De enige oplossing is nooit spelletjes spelen, niet overdrijven en anderen recht doen. Als je eerlijk en consequent bent, houd je misschien de kiezer vast die zich afkeert van de politiek.”

Mooi streven, maar hij zag hij wel zijn eigen VVD in de problemen raken, een versplintering die veroorzaakt werd door partijgenoten die oorspronkelijk dicht aan zijn zijde opereerden: Geert Wilders, Rita Verdonk, Ayaan Hirsi Ali. Dat moet hem toch aan het hart zijn gegaan?

„Nee, ik heb geen heftige emoties bij mijn oud-collega’s Wilders, Verdonk en Hirsi Ali. Ik was blij dat Ayaan bij de VVD kwam. Ze is een begaafde vrouw en een voorloper voor nieuwe Nederlanders die we ook aan de partij willen binden. Mijn vrouw en ik gingen ook privé met haar om. Het is jammer dat Ayaan en Rita met elkaar in de clinch gingen, met als uiteindelijk gevolg dat het kabinet viel. Dat vinden ze zelf ook.

„Het kabinet waarin ik minister van defensie was viel, en er kwamen vervroegde verkiezingen. Die verkiezingsavond van 22 november 2006 was voor mij het dieptepunt in mijn politieke leven. Ik heb het nog op mijn netvlies. Ik heb op die uitslagenavond een briefje in mijn hand en tel op: PvdA, SP, GroenLinks, D66, ChristenUnie, Partij voor de Dieren, ik kom aan 76 zetels. Ik zie alles wegvallen. We hadden in het derde kabinet-Balkenende toen de laagste inflatie van Europa voor elkaar gekregen, de laagste werkloosheid van Europa, economische groei in de Europese topdrie, overheidstekort helemaal weggewerkt, overschot op de begroting, het aantal kansarme immigranten met de helft teruggedrongen. Toen hadden we echt in vier jaar en zeven maanden dingen gedaan die ik belangrijk vond en wilde vasthouden en voortzetten. Ik zag dat in één keer wegvallen door een linkse meerderheid in de Kamer.”

Zijn VVD kreunde en kraakte in die periode, ook nog na de slecht verlopen verkiezingen. Toch kijkt hij louter koel en analyserend terug op de manoeuvres van Rita Verdonk, de eigenzinnige nummer twee die de leiding van lijsttrekker Mark Rutte niet accepteerde. „Ik vind dat het in een team niet kan, wat Rita heeft gedaan. En als je niet in een team kunt functioneren dan moet je er uit. Uiteindelijk vond ik haar vertrek niet slecht voor de VVD.”

„Hirsi Ali en Verdonk, die twee vrouwen, ik word er niet emotioneel door geraakt, ik kan het plaatsen, beredeneren, het is werk. Ik vind de Nederlandse politiek behoorlijk stabiel en de Nederlandse overheid door de bank genomen goed presteren.”

Het ging hem evenmin echt aan het hart toen Geert Wilders uitstapte en zijn eigen Partij voor de Vrijheid begon. In één klap was Kamp niet meer de rechtsbuiten van het parlement, maar de rechtsbinnen. Het bracht hem niet aan het twijfelen of de VVD een verdere ruk naar rechts zou moeten maken.

„Het standpunt van de PVV over integratie en immigratie is het verhaal van: er komt geen moslim meer het land in, de Koran moet worden verscheurd en Mohammed is een pedofiel. Dat is niet mijn verhaal. Ik denk niet dat wij het recht hebben alle moslims over één kam te scheren. Dat is strijdig met alles waar wij in Nederland voor staan.”

„Ik heb altijd veel kritiek gehad op het immigratiebeleid. We lieten in dit land te veel kansarme immigranten toe, die geen goede uitgangspositie hadden. Dan krijg je een samenleving die uit elkaar valt. Er zijn nog steeds grote kritische kanttekeningen te zetten bij het immigratie- en integratiebeleid. Er is veel onrust onder de bevolking en er zijn mensen die dit ongenuanceerd verwoord willen horen. Die mensen kunnen zich nu op de PVV richten. Ik vind niet dat de VVD dingen als de PVV moet gaan zeggen om daarmee de meest rechtse kiezers aan zich te binden. Dat is niet waarvoor ik in de politiek zit. Je gaat niet iets zeggen alleen maar omdat je denkt dat je daarmee meer steun krijgt.”

„Ik heb ooit als Kamerlid intensief en heel goed met Wilders samengewerkt. Zoals hij zich nu uit over moslims of over bewindslieden, dat kan dus niet in de VVD. Dat wordt niet geaccepteerd. Ik vind het onvermijdelijk en dus opnieuw niet slecht voor de VVD dat hij eruit is gegaan.”

Dergelijke politieke verwikkelingen tijdens ’het werk’ aan het Binnenhof sloegen Henk Kamp niet uit het lood. „Wat mij persoonlijk pas raakte waren de gewonde militairen en de familieleden van overledenen, tijdens mijn ministerschap op defensie. Ik kan me de namen van de gesneuvelden in mijn periode stuk voor stuk herinneren.”

Twijfel over de noodzaak de krijgsmacht in te zetten voor ’goede zaken’ in Irak of Afghanistan had hij niet. „Bij de besluitvorming over zo’n missie weeg je het belang van het handhaven van de internationale rechtsorde af tegen de risico’s voor de militairen. Dan kan het antwoord ja zijn, met natuurlijk de plicht de risico’s voor de militairen zoveel mogelijk te beperken.”

Hij zat in het kabinet dat politieke steun verleende aan de Amerikaans-Britse interventie in Irak en later stuurde hij zijn militairen naar Zuid-Irak om na die oorlog de toestand zo stabiel mogelijk te houden. Was dat zinloos, gezien het geweld dat nog steeds in Irak oplaait?

„Nee, ik vind niet dat de geest uit de fles is gekomen door de internationale troepenmacht, hij was er al uit onder het bewind van Saddam Hoessein. De beslissing van de Nederlandse regering om toen de interventie tegen Saddam te steunen, was zuiver, doordacht en goed afgewogen. Ik sta daar nog steeds achter. Ja, er is de roep om een onderzoek. Ik zou niet weten wat daar nou aan te onderzoeken valt. De regering heeft dat verhaal keer op keer uitgelegd. Dan ga ik toch niet omdat sommigen een Irak-onderzoek willen van dat verhaal afwijken?”

Achteraf geen twijfel? „Ik twijfel niet meer als een besluit eenmaal is genomen, wel vooraf. In essentie is goed bestuur in de eerste plaats dat je jezelf realiseert wat het probleem is. In de tweede plaats dat je denkt over alternatieve oplossingen, en daaruit moet je er eentje kiezen. Dus voorafgaan aan dat moment moet je per definitie twijfelen. Maar dan moet het besluit genomen worden en vervolgens uitgevoerd.”

mailIcon print |