*

 

Helpen sancties?

Martijn Roessingh − 08/01/09, 19:28

Iran wil zijn nucleaire programma niet stopzetten in ruil voor cadeautjes. Financiële sancties moeten de druk op Teheran verder verhogen. Maar helpt dat?

De internationale gemeenschap probeert al jaren (vergeefs) om Iran te laten stoppen met het verrijken van uranium. Dat gebeurt met de wortel- en stokomethode: de ene keer krijgt Teheran handelsvoordelen aangeboden als het zijn nucleaire programma opgeschort. Als dat niet helpt volgen doorgaans ssancties.

Het laatste voorbeeld daarvan stamt uit juni 2008, toen de EU financiële sancties tegen Iran aanscherpte door de tegoeden te bevriezen van Bank Melli, de grootste bank van Iran. Daar lopen rekeningen van bedrijven die werken aan Irans nucleaire programma.

Dergelijke sancties zijn volgens analisten een beter drukmiddel dan bredere strafmaatregelen zoals een volledige handelsboycot, omdat ze de bevolking minder treffen. In Irak bleken ’brede sancties’ veel humanitair leed te veroorzaken, terwijl het regime er niet door ging wankelen. Voor Iran vreest men zelfs dat de steun voor de regering door grove strafmaatregelen zal toenemen.

De financiële sancties worden aangejaagd door de Verenigde Staten, die samen met Israël het meest overtuigd zijn dat Iran kernwapens nastreeft. Washington maakte in 2005 twintig Iraanse personen en instellingen tot doelwit van sancties, en breidde die lijst de afgelopen jaren gestaag uit – afgelopen oktober bijvoorbeeld met Bank Saderat. Die personen en instellingen mogen geen zaken meer doen met de Amerikaanse banken en bedrijven.

De straf is effectief omdat de VS een knooppunt zijn van internationaal geldverkeer en omdat de voor Iran cruciale oliegelden afgerekend worden in dollars. Die worden dus direct of indirect vrijwel altijd via de Amerikaanse markt afgerekend. De sancties hebben bovendien gevolgen buiten de VS, omdat alle belangrijke banken in de VS belangen hebben en zich daarom ook aan de sancties moeten houden. Zo kreeg ABN Amro in 2005 tachtig miljoen dollar boete omdat de bank de VS-sancties tegen Iran (en Libië) had overtreden. Onder dit soort druk hebben veel niet-Amerikaanse banken zich uit Iran teruggetrokken, zoals Deutsche Bank, HSBC en Credit Suisse.

Ook de VN-Veiligheidsraad nam gerichte sancties tegen Iran aan. De resoluties 1737, 1747 en 1803 bevatten kleinere lijsten met namen en instellingen dan de Amerikaanse, maar hun effect is groot omdat alle VN-lidstaten verplicht zijn ze na te volgen. Zo moeten de lidstaten alle transacties verifiëren met Bank Saderat en Bank Melli, en moeten ze vracht naar Iran controleren.

De sancties beginnen effect te sorteren. De handel met de EU, de belangrijkste handelspartner, neemt af en Iraanse zakenlui moeten met zakken geld de grens over om spullen te kunnen inkopen. Deze week ging ook het gerucht dat Iran 75 miljard euro aan tegoeden uit Europa haalt uit angst voor nieuwe EU-sancties.

Maar Iran is nog niet door de knieën, omdat het nog opties heeft. De handel met China stijgt, zelfs al steunt Peking de VN-sancties. De hoge olieprijs compenseert bovendien de dalende export in andere sectoren. En er zijn altijd kleinere banken of bedrijven, zonder banden met de VS, die het gat willen opvullen dat grotere instellingen laten vallen.

Maar de Amerikanen en Europeanen geven de hoop nog niet op. Ze kunnen steeds meer banken, personen en sectoren treffen, of kunnen de boetes bij overtreding verhogen. Uiteindelijk hopen ze dat voor Iran de kosten van voortzetting van het atoomprogramma te hoog worden.

mailIcon print |