Tijdens de PSV Diving Cup 2009 in Eindhoven ervoer uitblinker Yorick de Bruijn zowel de kick van een geslaagde sprong als de desillusie van een mislukking.
Twee volle minuten stond Haakon Haavik Nystad op het hoogste platform van de springtoren te weifelen. Toen klonk het fluitje en kon hij zich aankleden. Voor de door angst bevangen Noorse jongen werden vijf nullen genoteerd.
„Ik kan me er wel iets bij voorstellen”, zegt Yorick de Bruijn. „Een black-out kan gebeuren, al zou het mij niet snel overkomen. Het heeft met ervaring te maken.”
Die ervaring leidde de 22-jarige schoonspringer bij de PSV Diving Cup dit weekend naar de winst op de driemeterplank en een derde plaats bij de éénmetersprong. Over het eerste was hij tevreden, over het tweede niet.
„Die laatste sprong ging helemaal mis”, keek hij terug op de mislukte sprong die hem van de topplaats kegelde. „Toen ik daar stond, kreeg ik een flashback van het EK van vorig jaar. Daar deed ik die sprong als laatste, hij mislukte en ik miste er de halve finale door. Ik heb die sprong echt wel in de vingers, maar op dit soort momenten overstijg ik mezelf, waardoor ik de controle verlies.”
Schoonspringen is een zaak van ervaring en geduld. „De sleutel tot een goede sprong is herhaling”, zegt De Bruijn. „Daar komen wedstrijdspanning en adrenaline bij. Dat geeft een heel apart gevoel. Je voelt je geest sterk en je spieren toch slap. Het is een mix van spanning en zenuwen.”
„Het gaat erom zo weinig mogelijk spetters te maken als je het water raakt”, simplificeert hij de kwintessens van een geslaagde sprong. „Mij geeft het een kick als ik voel dat de sprong goed is. Je voelt het als je het water inglijdt. Eerst de aanraking met je handen en dan voel je het water langs je lichaam kruipen.”
Hoe minder gespat, hoe beter dus. „Een goede landingshoek is een optelsom van sprongparabool en lichaamsspanning. Je moet in één rechte lijn het water inglijden. Dat vereist uiterste beheersing.”
Met passie beoefent De Bruijn al een decennium zijn sport. De Almeerder van oorsprong stapte van de trampoline naar de zwemplank over. Daarop ontwikkelde hij zich tot een topspringer in Nederland. „Dankzij mijn wedstrijdmentaliteit kwam ik in de nationale selectie”, vertelt hij trots.
Met drie andere mannen en vijf vrouwen vormt hij de nationale selectie die dagelijks in Eindhoven traint. Die keurgroep is er nog niet zo lang. Tot voor kort trainde iedere schoonspringer bij zijn club. „Aan de uitslagen hier kun je het nut van de selectie zien”, meent Jack van Kalken, manager van de Diving Cup. „De selectieleden halen hier de finales. Dat was in het verleden wel anders.”
Het oefenprogramma van Oranje bedraagt 25 uur per week waarvan circa achttien in het zwembad. De rest brengen de springers door in de droogspringruimte waar een trampoline staat en een droogplank met blokkenbak.
Doelstelling van de zwembond en de springers is Londen 2012. Daarvoor moet nog hard gewerkt worden. Met voldoening meldt De Bruijn dat hij de selectie voor het EK in Turijn (april) al gehaald heeft. Volgende doel is deelname aan het WK, in juli in Rome. „Ik heb daarvoor al wel de punten gesprongen die nodig zijn, maar nog niet in een selectiewedstrijd. Dat moet eind deze maand tijdens een Grand Prix in Rostock gebeuren. Dat wordt moeilijk, want daar springt de hele wereldtop.”
„Maar ik heb dit weekend gezien dat ik het in me heb”, vervolgt hij zelfverzekerd. Hij legt uit dat het erom gaat bekendheid te verwerven: „Het is een jurysport; ze kennen me nog niet.”
De Bruijn toont zich realistisch als hem gevraagd wordt waar de Nederlandse springtop op het mondiale toneel staat. „Bij het synchroonspringen moet een finaleplaats op de Olympische Spelen haalbaar zijn. Individueel hebben we een uitschieter nodig om de finale te bereiken. We zullen ons zeker mengen in de strijd om een finaleplaats.”
Om die positie te bereiken zijn offers nodig. Vooralsnog ondervindt De Bruijn hoe klem je kunt zitten in een bestaan met bijna fulltime trainingsinzet, (nog) geen financiële steun van NOC-NSF („Ik ben financieel afhankelijk van mijn hardwerkende ouders”) en geen werk of opleiding. „Je kunt van schoonspringen namelijk niet leven. Ik ben zoekende naar een opleiding, maar het is allemaal net niet. Mij ontbreekt gewoon de tijd om zowel het ene als het andere te doen.’’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.