De twee partijen stemden in 2003 zelf in met politieke steun aan Irakoorlog.
Het was een roerige week. Iedere dag trok het onderzoek naar het hoe en waarom van de politieke steun aan de Irakoorlog ontzettend veel aandacht. De debatten en reacties heb ik met grote belangstelling en betrokkenheid gevolgd. Als lid van de PvdA Tweede Kamerfractie stemde ik in 2003 als enige tegen het conceptregeerakkoord van CDA en PvdA, omdat daarin politieke steun aan de inval in Irak was opgenomen. Het CDA-PvdA kabinet kwam er uiteindelijk niet. VVD, CDA en D66 deden wel zaken en het tweede kabinet Balkenende van die politieke samenstelling gaf de door mij gewraakte politieke steun aan de Irak oorlog wel.
Een terugblik op alle verwikkelingen van de afgelopen week vraagt in mijn ogen om een korte reactie op twee opmerkelijke zaken. De eerste is de manier waarop de oppositie de door de premier voorgestelde commissie voorbaat in diskrediet brengt. Dat is gebeurd op een ongekend harde en insinuerende manier. Ik kan me geen voorbeelden voor de geest halen waarin politieke voormannen – en vrouwen op een zelfde manier tegen mensen met een grote en onberispelijke staat van dienst tekeer zijn gegaan: een oud-president van de Hoge Raad der Nederlanden en (mogelijk) Ministers van Staat.
Ik geef een aantal citaten. Agnes Kant: „Het kabinet gaat z’ n eigen straatje schoon vegen”. Wilders: „De premier haalt een politiek vriendje binnen”. Femke Halsema: „Dit heeft de schijn van een politieke commissie”. Alexander Pechtold: „Wij kunnen niet controleren of alle informatie daadwerkelijk bij de commissie terecht komt”. Rutte: „De uitkomst zal bij voorbaat controversieel zijn”.
Als belangrijke opinieleiders op zo’n manier een gezaghebbend figuur als oud-president van de Hoge Raad Willibrord Davids in opspraak brengen, dan staat ons land er echt slecht voor. Dan is absoluut niemand meer te vertrouwen.
Oppositie voeren is – dat weet ik ook uit eigen ervaring – lastig. Iedere keer sta je voor de keuze er hard tegen in te gaan of juist even een keer te zeggen dat je een aanpak wel kunt steunen.
Het tweede punt dat aan mij blijft knagen is de gemakzucht waarmee D66-leider Pechtold en VVD-leider Rutte over hun eigen rol in het tweede kabinet Balkenende zijn heen gestapt. Laten we wel wezen: Pechtold was minister in het tweede kabinet en Rutte was staatssecretaris in het eerste en het tweede kabinet Balkenende. Zij hebben op basis van de (ontoereikende?) informatie die beschikbaar was de politieke steun aan de Irak-oorlog gegeven. Noch zij, noch hun politieke geestverwanten in de Tweede Kamer hebben kennelijk goed en grondig doorgevraagd waarop die politieke steun uiteindelijk was gefundeerd.
Ik weet maar al te goed dat een fractie niet hoort te worden opgeknoopt aan het doen en laten van de bewindspersonen van haar politieke kleur. Maar ik weet ook dat er dagelijks zeer intensief overleg is tussen bewindspersonen en hun fractie, zeker bij grote kwesties als het wel of niet verlenen van politieke steun aan een oorlog.
Wie nu zo hard schreeuwt en toen zo veel boter op zijn hoofd had, zou er beter aan hebben gedaan de toon een stuk te matigen. Met een beetje excuus zou de opstelling van VVD en D66 in de afgelopen roerige week een stuk overtuigender zijn geweest.
Peter van Heemst
fractievoorzitter PvdA Rotterdam en Tweede-Kamerlid van 1991 tot 2006
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.