*

 

Knevel toont juist de kracht van de EO

Willem Schoonen − 07/02/09, 00:00

Het verhaal in de krant van donderdag was helder, maar de kop klopte niet. ‘EO laat het scheppingsverhaal los’, stond er. Dat was te kort door de bocht.

We moeten daarvoor excuses aanbieden, en dat hebben we ook gedaan. Aanleiding voor het artikel was het optreden van Andries Knevel bij zijn eigen EO, dinsdagavond. Daarin stelde de televisiemaker dat ook een orthodox gelovige niet alle verhalen uit de Bijbel letterlijk hoeft te nemen. Zo gelooft Knevel niet dat de wereld in zes dagen geschapen is. Knevel nam daarmee geen afstand van de Schepper, en zelfs niet van het scheppingsverhaal, maar wel van een letterlijke lezing ervan.

Zijn uitspraken werden in het artikel keurig geplaatst in de verruiming van het denken, die bij de EO al jaren gaande is, en die de omroep krachtig heeft gemaakt. Daarom was ik wat verbaasd over de reactie van EO-directeur Arjan Lock, die het optreden van Knevel ‘niet verstandig’ noemde en betreurde dat er nu discussie kwam over de vraag of de EO van zijn geloof was gevallen.

Het optreden van Knevel en vooral de berichtgeving daarover brachten rumoer in de achterban; de EO kregen tientallen telefoontjes van leden. Dat vindt een directeur niet leuk, want die moet leden winnen, niet verliezen. Maar die zorg moet hij voor zichzelf houden. En verder moet hij pal naast de medewerker gaan staan die het rumoer veroorzaakte.

Want dat behoort tot de taken van media: uitdagen, het denken prikkelen, dogma’s ter discussie stellen en conventies beproeven. Ook als dat leidt tot felle reacties in de eigen achterban. Ik word door krant, radio en televisie graag bevestigd in mijn denken. Maar een krant die uitsluitend dingen schrijft waarmee ik het roerend eens ben, wordt voor mij een dode letter. Ik moet ook artikelen en opinies tegenkomen die mij vreemd zijn, die ik belachelijk vind, die me irriteren.

Een medium moet leven. Als de krant van morgen mij geen verrassing brengt, kan ik hem net zo goed ongelezen laten. Dat betekent niet dat de journalist bewust op zoek moet naar verhalen die zijn lezers in de hoogste boom doen klimmen. Het betekent dat hij niet de pen moet neerleggen omdat zijn onderwerp te gevoelig ligt. Dat weet de EO als geen ander, want de omroep is de oude, beklemmende dogmatiek ontstegen. Lock had deze affaire kunnen aangrijpen om met trots die kracht uit te stralen.

Een andere programmamaker van de EO, Arie Boomsma, werd een paar maanden geleden geïnterviewd door Arjan Visser, in onze reeks de Tien Geboden. In dat gesprek zei Boomsma dat God voor hem niet dé waarheid is, die hij moet verkondigen, maar een waarheid, die hij graag ter discussie stelt. Een overtuiging die door een groot deel van de EO-achterban niet wordt gedeeld, maar die wel respect afdwingt.

Dat respect verdient ook de EO. Ik vind het daarom jammer dat er door sommige media zo stompzinnig wordt gereageerd op de ‘affaire Knevel’. Die gaan dan EO-directeur Lock de vraag voorleggen of hij zelf het scheppingsverhaal letterlijk neemt. Dat gaat je geen donder aan, placht A.J. Klei te zeggen als hem naar zijn geloof werd gevraagd. Klei was lange tijd chef van de kerkredactie van Trouw, en over de identiteit van deze krant was hij glashelder. Maar met zijn persoonlijke overtuigingen had niemand wat te maken.

Een goede krant, een goede omroep, heeft een duidelijke identiteit, maar laat zich daardoor journalistiek niet gijzelen.

mailIcon print |