Het aantal geregistreerde Chinese slachtoffers van mensenhandel in Nederland stijgt fors. Vooral vrouwen worden te werk gesteld bijvoorbeeld in kap- en massagesalons. Haung, masseuse en illegale prostituee, vertelt over haar reis naar Nederland in de achterbak van een bestelbus.
Haung is terecht. De 33-jarige Chinese masseuse en prostituee werkt na een omzwerving van negen maanden van Amsterdam, via Antwerpen, Brussel en Berlijn weer in een Chinese massagesalon in de Wagenstraat in Den Haag.
Eind 2007 publiceerde Trouw het verhaal van haar vermissing en van de illegale prostitutie die achter Haagse Chinese kap- annex massagesalons schuilgaat. Haung – ook wel bekend als Ah Yun – werkte afwisselende in twee massagesalons, in de St. Jacobsstraat en de Wagenstraat, beide in Den Haag en indertijd in het bezit van dezelfde eigenaar. Maar opeens stonden daar een voor de masseuses onbekende Chinese man en vrouw in de zaak, die Haung meenamen. Niemand wist waarheen.
Haar collega’s hebben haar negen maanden lang niet kunnen bereiken. Ze dachten dat ze was ’verhandeld’ naar een andere zaak, of dat ze naar China was teruggevlogen. Sommige masseuses zeiden zelfs dat ze ’misschien wel dood’ was.
Totdat ze ineens weer in de Hofstad werd gesignaleerd. Sterk vermagerd, langer haar, maar wel met een lach. De mollige Chinese die altijd serieus keek, is niet meer, zeggen de anderen. Haar voormalige collega’s vertellen dat ze ’weer hoop’ heeft, maar dat ze wel weer hetzelfde werk doet. Ook al is het in een andere, nieuwe massagesalon.
Het is niet gemakkelijk om Haung te spreken te krijgen. In de zaak mag niemand weten dat ze met de krant praat. Daarom kan ze alleen na werktijd afspreken. De Chinese werkt bijna hele dagen van tien uur ’s morgens tot elf uur ’s avonds. Ze wil pas daarna worden geïnterviewd en alleen met haar voornaam in de krant. Haung wil niet op de foto.
„Het lijkt alsof ik heel West-Europa ben rondgereisd, maar het enige wat ik heb gezien zijn snelwegen en de kleine kamertjes in massagesalons waar ik werkte”, begint ze haar relaas. Ze spreekt half Nederlands, half Engels, maar ze kan zich goed verstaanbaar maken.
„Ik kan nu ook een beetje Duits en een beetje Frans. Nee, ik heb nooit les gevolgd. Ik leer het van de klanten. In negen maanden kun je veel opsteken. Dat is een van de weinige positieve dingen die ik aan die omzwervingen heb overgehouden. En een beetje geld dat ik kon sparen om naar mijn familie te sturen. Gewoon in een envelop.”
Hoopvol stapte Haung zes jaar geleden in het vliegtuig met bestemming Oekraïne. Ze wilde naar het rijke Europa om daar geld te verdienen, zodat ze voor haar twee kinderen, die bij haar ouders in China wonen, een rooskleurige toekomst kon opbouwen. „In elk geval een veel betere dan mijn toekomst.”
Ze komt uit een arm gezin, ze heeft nooit gestudeerd. Haung werkte in een winkel als verkoopster in Dalian, een havenstad boven Peking in het noordoosten van China.
Haung vertelt dat ze altijd maar klaagde over haar werk, totdat een collega haar een telefoonnummer gaf van een reisagent die ’toekomstreizen’ aanbood richting Europa. ’Voor werk en geluk in overvloed’.
’s Avonds sprak ze erover met haar familie en de volgende morgen draaide ze dat nummer. Een week later zat ze in het vliegtuig naar Oekraïne. Via Oekraïne zou ze, volgens haar reisagent, overstappen op ander vervoer om snel naar West-Europa te reizen. Haar paspoort had ze toen nog bij zich.
De vlucht was zwaar, weet Haung zich nog goed te herinneren. „Vooral emotioneel, ik miste mijn kinderen, mijn ouders en mijn man. Ik ben nog nooit langer dan twee dagen weggeweest. Nu ging ik weg, zonder datum van terugkeer. Ik zou werk zoeken en proberen om in zo min mogelijk tijd zoveel mogelijk geld te sparen en mee terug te nemen. Maar toen ik eenmaal aan het werk was, was er geen weg terug. Op het moment dat ik dat besefte, stuurde ik het geld maar op. Ik ben in China van mijn man gescheiden, omdat die verbintenis misschien een belemmering zou zijn voor een eventuele status in Europa. Sindsdien ben ik nooit meer naar China teruggeweest. Ik denk niet dat mijn man mij ooit nog terug wil. Ik vraag me af of ik mijn zonen, die nu 10 en 7 zijn, ooit bij me kan houden. Ik heb spijt.”
Ze realiseert zich dat de reisagent lid was van een Chinese mensensmokkelbende. Chinese mensenhandelaren worden ook wel slangenkoppen genoemd.
Zodra Haung in Oekraïne uit het vliegtuig stapte, moest ze mee met een paar Aziatisch ogende mannen in een busje. „Hun ogen leken op die van Chinezen, maar ze waren geen Chinezen.” Ze bleek niet de enige Chinese in het busje te zijn. De bestelwagen zat vol. „In die kleine bus zaten twaalf Chinese meisjes. Sommigen zaten al urenlang in die auto te wachten. Ze waren met een andere vlucht gekomen. Twee moesten zelfs op schoot bij twee mannen die ons naar onze bestemming zouden brengen.”
Haar paspoort moest ze aan de chauffeur geven. ’Voor de grensbewaking’, werd haar gezegd. Maar ze zou het pas vijf jaar later terugzien.
Het busje reed naar Roemenië en na een tussenstop ging het door naar Bulgarije. Daar splitste de groep. „Een deel ging naar het noorden, Tsjechië en Polen. Om daar als prostituee te werken, bleek toen. Ik dacht geluk te hebben, want ik zou werk krijgen in een kapsalon in het westen. Die gelukkige gedachte verdween elke dag van de reis stukje bij beetje. We stapten in Bulgarije over in een ander, al even oncomfortabel busje, nu begeleid door Bulgaren.”
Haung vertelt over mishandelingen van meisjes die wilden vluchten. Zelf hield ze aan haar reis blauwe plekken over en dat kwam niet van de hobbelige, oncomfortabele reis die het bestelbusje aflegde.
Onderweg stopten ze om te eten, te slapen en te werken. Dan werd er een matras achter in de bus gelegd en moesten de Chinese vrouwen ter plekke masseren. „De klanten verwachtten natuurlijk meer dan alleen massages. Buiten wachtten de andere meisjes. De drie Bulgaren stonden erbij als bodyguards.”
De masseuses kregen klappen als ze niet voldeden aan de wens van de klanten. De angst op straat te komen staan zonder kleren en paspoort, deed de vrouwen gehoorzamen.
Parijs was het eindstation van het busje. Haung werd meteen op een vliegtuig gezet naar Nederland, waar ze op Schiphol werd opgewacht door een Chinese man en vrouw. Die brachten haar naar Rotterdam om daar in een massagesalon te werken als masseuse en illegale prostituee. Ze verbleef er twee jaar, waarna Den Haag wachtte. Daar werkte ze in twee salons, totdat ze door hetzelfde Chinese echtpaar dat zij nog van Schiphol kende, werd opgehaald om mee te reizen naar Chinatown Amsterdam, massagesalons in Antwerpen, Brussel en in Berlijn. Telkens op huurbasis, althans het geld ging naar haar baas en bazin.
Na negen maanden kwam ze terug. Het Chinese echtpaar King en Song, zoals ze zich noemden, hadden haar paspoort. Ze heeft jaren niet geweten waar dat was. Haung kreeg haar pas niet, ’omdat zij een verblijfsvergunning voor mij regelden’.
Tegenwoordig masseert en prostitueert ze zich tegen relatief kleine bedragen, variërend van 15 tot 100 euro, afhankelijk van wat ze de klant heeft te bieden. Vaak zonder condoom. Haar leven is in die jaren niets veranderd: ze werkt in de Haagse Wagenstraat in een massagesalon, zonder familie, met wat geld in een envelop, in de greep van slangenkoppen. En nog steeds zonder paspoort.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.