Het vertrouwen in Paus Benedictus heeft een flinke knauw gekregen. Het beeld dringt zich op van een kerkvorst die het contact met het hier en nu kwijt is. Hij kan veel leren van de Tony Blairs en Barack Obama’s van deze wereld. Empathische leiders, die feilbaar durven zijn.
Hoe zou Tony Blair het gezegd hebben? We stellen ons de scene voor: Blair komt binnen, eerbiedig en vol respect, blijft op enige afstand staan en zegt dan: „Heilige Vader, neem me niet kwalijk, natuurlijk kunt u, als u dat wilt, de bisschoppen van de priesterbroederschap in genade aannemen binnen onze kerk, maar zou het geen idee zijn om eerst toch even te onderzoeken wie we precies in huis halen?”
Waar was je, Tony? En waar ben je, nu er grote brokken gemaakt zijn, die gelijmd moeten worden.
De film ’The Queen’ laat zien hoe de jonge Tony Blair, net premier, de Britse vorstin Elisabeth de principes van het moderne koningschap bijbrengt. Er is zojuist een ramp gebeurd: prinses Diana is omgekomen bij een auto-ongeluk in Parijs.
Het volk is in shock, de koninklijke familie zit prinsheerlijk in Balmoral en brengt de dagen gekleed in huiselijke plunje door met jagen en picknicken. Zelfs de gedachte om eerder dan gepland naar Londen te gaan, is niet bij koningin Elisabeth opgekomen. Haar blikveld bestaat uit de groene heuvels van Schotland. Ze ziet haar volk niet staan, huilend bij de hekken van Kensington Palace, waar Lady Di woonde.
De jonge premier Tony Blair waagt het op dat cruciale moment, het onaantastbare boegbeeld van de Britse traditie voorzichtig een andere weg te wijzen. Hij laat haar de beslissing, maar geeft aan dat ze eigenlijk geen keus heeft. Er is sprake van een ernstige vertrouwenscrisis. Als de koninklijke familie zich nu niet laat zien, raakt de monarchie in diskrediet en verliest het Britse volk het vertrouwen in de dynastie. Dat zou een onbeheersbare situatie tot gevolg hebben, met sociale onrust en onvoorspelbare gevolgen.
Korte tijd daarna zien de Britten op de tv hun koningin met haar echtgenoot langs het hek van Kensington Palace lopen en de bloemenzee en de vele brieven bekijken die daar voor Diana zijn neergelegd.
Zo maakte het Engelse koningshuis zich in een sprong een nieuwe stijl eigen. Niet meer dat ongenaakbare, niet meer heersen door onzichtbaarheid, onbeweeglijkheid, afstandelijkheid, niet meer bouwen op de mythe van onaantastbaarheid. Tony Blair liet zien hoe een moderne vorst waardigheid en gezag behoudt: door zichtbaar te zijn, aanwezig, betrokken, door enkele herkenbare menselijke trekjes te laten zien. Een paar maar, dat is voldoende, zoals verlegenheid bijvoorbeeld, of ongemakkelijkheid. Die trekken zijn voor het volk snel te herkennen. Meer is niet nodig om een gevoel van verbondenheid te laten zien. Dan groeit het vertrouwen.
Nog is het stof rond het Vaticaan niet genoeg neergedwarreld om de balans op te maken. Maar dat het vertrouwen in paus Benedictus XVI is afgenomen, kan wel worden vastgesteld. Niet alleen de joodse gemeenschap wereldwijd, dus ook het opperrabbinaat, heeft zich afgevraagd wat de band met de rk kerk nu precies waard is, ook vele gewone katholieken krabben zich achter de oren, met de vraag: bij welke kerk horen we nu precies? Willen we wel bij deze kerk horen waarin bisschoppen worden binnengehaald die ongekend kwetsende opmerkingen maken aan het adres van joden, vrouwen en doorsnee katholieken die menen dat God ook in andere kerken te vinden is?
En waarom zegt de paus niets tegen die katholieken, om ze gerust te stellen, om iets uit te leggen en ze bij de kerk te houden.
Het is niet te veel gezegd: de rk kerk beleeft een vertrouwenscrisis, net als banken al een tijd meemaken. Banken en kerken kunnen elkaar de hand geven: vertrouwen is voor beide hun onzichtbare kapitaal. Gelovigen vertrouwen dat hun kerk een veilige verblijfplaats is, klanten van de bank vertrouwen dat de bank goed op hun geld past. Dat vertrouwen is maar zo weg is en niet zo makkelijk terug te winnen. Daarvoor is modern leiderschap nodig. Want over brokken maken gesproken: daar kunnen ze bij de bank ook wat van.
Terug naar de rk kerk. Het hoofd van een miljard rooms-katholieken wereldwijd heeft een ongekende verantwoordelijkheid, veel groter dan die van de Britse vorstin of van de bestuursvoorzitter van een bank. Die verantwoordelijkheid vraagt om adequaat leiderschap, dus aangepast aan de tijd. Met Johannes Paulus II kwam er in 1978 een paus die gebruikmaakte van moderne middelen om aan zijn gezag en geliefdheid te bouwen. Een paus ook die inzag dat goede communicatie, binnenshuis en naar buiten, de basis is voor vertrouwen.
Het was hem niet om dat gezag of die geliefdheid zelf te doen, dat zijn alleen instrumenten om de boodschap van de rk kerk uit te dragen. Sommige opvattingen van paus Johannes Paulus II mochten en mogen dan conservatief heten, in zijn communicatie was hij een rasechte moderne leider. Hij benoemde de beste journalist die hij kende, de Spanjaard Joaquin Navarro Valls, tot hoofd communicatie. Geen priester, wel onverdacht katholiek, want lid van het Opus Dei. De Spanjaard ging twee jaar terug met pensioen. Het is speculeren, maar als er iemand was die dringend had kunnen voorstellen om eerst te zien wie de rk kerk in huis haalde met die vier bisschoppen, dan was hij het wel. Of anders Tony Blair.
In tijd van crisis komt het erop aan. Dan blijkt de ware aard van de leider. Met zoveel mondige, goed opgeleide gelovigen kan een geestelijk leider tegenwoordig niet meer op een klassiek autoritaire manier zijn gezag doen gelden. Gezag gebaseerd op het principe dat de leider altijd gelijk heeft, nooit fouten maakt en dat het altijd de medewerkers of de klanten zijn die het mis hebben, verdwijnt in deze tijd akelig snel.
Autoritair leiderschap, onfeilbare leiders die onzichtbaar zijn als het moeilijk wordt en hun ondergeschikten het vuile werk laten opknappen, dat kan niet meer. Waar vroeger afstandelijkheid nog wel werkte om het gezag weer te vestigen, werkt dat tegenwoordig juist vervreemding in de hand en dus averechts. Een leider die op afstand blijft, zich afzijdig houdt en onzichtbaar blijft, die niets zegt ook al kan iedereen zien dat er iets grondig mis is, die verliest het vertrouwen.
Aanwezigheid en gewoon verwoorden wat iedereen kan zien, dat zijn de middelen waarmee de moderne leider vertrouwen en loyaliteit wint of in ieder geval behoudt. Barack Obama liet dat deze week zien, na de mislukte poging om Tom Daschle te benoemen tot minister van volksgezondheid. Het lijken simpele middelen, maar ze zijn belangrijk en ze zijn moeilijk toe te passen in een omgeving waarin van de leider onfeilbaarheid verwacht wordt.
Dat ook een geestelijke leider in een traditionele kerk met moderne middelen dichtbij de gelovigen kan zijn en vertrouwen kan wekken door nabijheid, heeft de nieuwe patriarch Kirill van de Russisch orthodoxe kerk, laten zien. Hij heeft een enorme status binnen zijn kerk en een eigen televisieprogramma.
Op momenten dat er iets mis gaat, komt het er opaan.
Johannes Paulus II, naoorlogse paus in een tijd dat de massamedia alles in de openbaarheid brachten, heeft er veel ervaring mee opgedaan. Neem de seksschandalen met Amerikaanse en Ierse priesters. Van heel andere orde, met een reikwijdte van eeuwen terug, was er de verhouding met de joodse geloofsgemeenschap. Niet makkelijk om mee om te gaan en het vertrouwen van gelovigen en andere partijen te behouden. Doen of er niets aan de hand was, dat kon niet, bleek op een zeker moment.
Het duurde even, maar er kwam een dag dat Johannes Paulus II ondubbelzinnig zijn afkeuring uitsprak over iedere priester die zich heeft schuldig gemaakt aan seksueel misbruik. Er kwamen klachtenprocedures, processen en de rk kerk in de VS ging bijna failliet aan smartegeld.
Wat de verhouding tot de joodse gemeenschap betreft, heeft paus Johannes Paulus II een manier gevonden om het eeuwenlange onrecht dat katholieken joden hebben aangedaan ter sprake te brengen, maar zonder door het stof te gaan. Bezoeken aan de staat Israƫl bereidden de verzoening voor. Beelden van paus Johannes Paulus II, zwijgend en in gebed bij de Klaagmuur, gingen de wereld over. De tekst van de brief die de paus daar op 26 maart 2000 achterliet, ook: hij vroeg vergeving voor het lijden dat joden in de loop van de geschiedenis was aangedaan.
Geen expliciet en openlijk mea culpa, maar dat hoefde niet, zei een woordvoerder van de joodse gemeenschap. Het vragen van vergeving was genoeg. Sterk punt was ook dat de paus voor zichzelf een agendapunt had opgesteld. Dat noemde hij ook: „Wij wensen onszelf toe te wijden aan echte broederschap met het volk van het Verbond.”
Dan strijk je, jood of katholiek, je hand over je hart.
Het is een kunst apart, maar tegelijk ook iets heel alledaags, gewoon toegeven dat er iets is misgegaan, of dat er lange tijd misstanden zijn geweest, dat er doofpotten waren en oogkleppen. Iedereen die in een gezin opgroeit of die in een werkkring zijn geld verdient, weet dat het lastig is en dat het ook moet. Je kunt er niet meer omheen. Doen of er niets aan de hand is terwijl iedereen ziet dat er iets mis is, dat werkt averechts. Dat zwijgen, dat niet benoemen, werkt vervreemding in de hand. En vervreemding is dodelijk voor een gezagsdrager met mondige mensen om zich heen. Want mondige mensen zwijgen niet.
Ook mondige katholieken niet en daarvan komen er snel meer. Er is een sterk modern leiderschap nodig om hun loyaliteit, talent en inzet voor de kerk te behouden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.