Nederland wil genitale verminking aanpakken. Frankrijk geldt als voorbeeld. Maar dat kijkt weer jaloers naar de inzet van de overheid hier.
In haar kantoor pal boven het beroemde café Les Deux Magots aan Place St. Germain in Parijs werpt Linda Weil-Curiel een vermoeide blik op de stapel dossiers op haar bureau.
Voormalig fotomodel en vrouwenactiviste Waris Dirie is zojuist de deur uit. Nieuwe gasten maken hun opwachting. „Die komen in verband met de Internationale dag tegen genitale verminking op 6 februari”, zegt Weil-Curiel. „Aan mijn advocatenpraktijk kom ik amper toe!”
Al sinds de jaren tachtig strijdt de advocate tegen genitale verminking. Ze was er dan ook bij toen de Nederlandse staatssecretaris Jet Bussemaker vorig jaar november in Frankrijk haar licht kwam opsteken. Niet toevallig deed de bewindsvrouw dat in het departement Seine-Saint-Denis, rond de voorstad Saint-Denis ten noordwesten van Parijs. Daar wonen veel mensen uit landen waar genitale verminking gebruikelijk is, zoals Mali, Senegal en Soedan.
Bussemaker wilde weten hoe in Frankrijk de strijd tegen genitale verminking werd gevoerd, om dit probleem in Nederland gerichter aan te kunnen pakken. Aan bod kwamen enkele ideeën, zoals een ’contract’ waarin ouders verklaren hun dochters te behoeden voor een besnijdenis zodra ze naar het thuisland op vakantie gaan.
„Een uitstekend idee”, noemt Weil-Curiel dat, al verduidelijkt ze dat zo’n contract, geïnitieerd door de overheid, in Frankrijk helemaal niet bestaat. „Wat we wel hebben is een verklaring van een arts waarin hij stelt dat het meisje intact is en dat de ouders gevangenisstraf riskeren als bij terugkomst blijkt dat zij is verminkt.”
Dat contract moet de ouders helpen tijdens die vakanties. Vaak is de druk van de familie in het land van herkomst om een besnijdenis te laten uitvoeren enorm, en de verklaring van de arts is dan een steun. „Die wordt opgesteld op verzoek van de ouders”, stelt Weil-Curiel. „Van een verplichting is geen sprake.”
Verplichting of niet: in Seine Saint-Denis werden de afgelopen jaren opmerkelijke resultaten geboekt in de strijd tegen genitale verminking. Zo werd het aantal verminkingen op jaarlijkse basis teruggebracht van ongeveer vijfduizend naar nul. Dit in de eerste plaats dankzij preventieve maatregelen. Als een vrouw bevalt en de arts ziet dat zij besneden is, kan hij bijvoorbeeld een gesprek beginnen over haar ervaringen. En de moeder erop wijzen dat die praktijk in Frankrijk verboden is. Ook zijn er de medische centra, waar alle kinderen tot hun zesde jaar gecontroleerd worden – ook hun geslachtsdelen.
Als het vermoeden rijst dat een meisje tijdens de zomervakantie in het thuisland besneden zal worden, stelt een arts voor een bovengenoemde verklaring op te stellen. Als het risico te groot wordt geacht, kan een rechter beslissen dat het meisje niet mag gaan. Weil-Curiel: „We hebben ons enorm moeten inspannen om artsen en rechters zover te krijgen dat ze de zaak serieus namen.”
Anders dan in andere landen kwam het in Frankrijk ook tot vervolging. In Seine-Saint-Denis werden enkele tientallen ouders vervolgd nadat genitale verminking bij hun kinderen was vastgesteld. Twee personen die de besnijdenis uitvoerden, kregen straffen van acht jaar cel.
Toch blijft de situatie volgens Weil-Curiel verre van ideaal. „Van een systematische aanpak door de overheid is geen sprake. Alles komt neer op de inzet van individuen.” Daarom is ze blij met het initiatief van Bussemaker. „Als de Nederlandse overheid werk van genitale verminking maakt, zou dat wellicht ook Franse politici in beweging zetten.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.