*

 

Nonchalant dribbelt Chailly Concertgebouwtrap weer af

Peter van der Lint − 17/02/09, 00:00

De deuren boven aan de Concertgebouwtrap zwiepten zondagavond open, en daar was hij weer! Riccardo Chailly. Na bijna vijf jaar afwezigheid dribbelde hij op zijn bekende charmant-nonchalante manier de treden af, bereikte het podium, schudde twee orkestleden de hand, en beklom de bok om het applaus in ontvangst te nemen. Dat zwol klaterend aan. Het was geen groots ’verloren zoon’-applaus, maar wel een zeer warme ’welkom terug’-ontvangst.

Voor dat ’verloren zoon’-gevoel zal Chailly toch echt het Koninklijk Concertgebouworkest moeten dirigeren, het orkest waarvan hij zestien jaar chef-dirigent was. Nu presenteerde hij in het Concertgebouw zijn nieuwe orkest, het Gewandhausorchester Leipzig.

Het oudste orkest ter wereld (opgericht in 1743) speelde onder zijn nieuwe chef twee keer een Derde symfonie – die van Mendelssohn en die van Bruckner. Sinds 1994 (toen onder Kurt Masur) was het Gewandhausorchester niet meer in het Concertgebouw opgetreden. Het waren andere tijden: Chailly zat nog stevig in het zadel in Amsterdam en leidde dat jaar Mahlers Zevende symfonie. De Derde van Bruckner werd dat jaar door het Concertgebouworkest gespeeld en opgenomen onder leiding van Nikolaus Harnoncourt.

Andere tijden! Vijftien jaar later doet Chailly de Derde van Bruckner met het orkest van Leipzig in een versie (de tweede uit 1878) die haast nooit hoorbaar is. Typisch Chailly, zoals het ook typisch Chailly is dat hij Mendelssohns ’Schotse’ op de lessenaars zet in de ’Londense versie’ waarin ruim honderd maten nieuw en anders zijn.

Zo nonchalant als Chailly de trap af liep, zo nonchalant leek ook zijn interpretatie. Maar achter deze no-nonsense, historisch bewuste uitvoeringen (eerste en tweede violen gescheiden op het podium) school meer dan het oor in eerste instantie oppikte. Klip-en-klaar-interpretaties waren het, waarin sentimentaliteit bij Mendelssohn vermeden werd.

Chailly bleef niet hangen op de hoogste noot in de prachtige melodie van het derde deel (veel dirigenten staan daar te kwijlen), maar speelde stug door en nam een maat later ietsjes gas terug als om te zeggen: ’Mooi was dat daarnet, niet?’ Het orkest speelde lumineus en vibrato-arm en gaf flink van jetje in het laatste deel waar oorspronkelijk guerriero (oorlogsachtig) boven stond.

Machtig klonk ook Bruckner, maar ondanks alle decibellen (na vijf jaar liet zijn akoestisch geheugen hem misschien wat in de steek) hield Chailly meesterlijk overzicht over vorm en voortgang.

Gewandhausorchester Leipzig olv Riccardo Chailly op 15/2 in Concertgebouw, Amsterdam.

mailIcon print |