Terug uit Afrika merk ik dat ik de nationale tuinvogeltelling heb gemist! Dit jaar hebben 22.657 mensen samen 847.979 vogels geteld. Bijna 850 duizend vogels, een record. Ik voorspel dat volgend jaar de grens van een miljoen gepasseerd wordt. Omdat er nog meer mensen tellen en het dan vast niet vriest. Volgens Vogelbescherming is de vorstperiode er de oorzaak van dat er per teller minder vogels geteld zijn dan vorige jaren.
Tijdens de tuinvogeltelling wordt dat clubje mezen dat de tuin in- en uitvliegt door u en uw buren geteld. En als u ze niet individueel herkent, zou u ze een kwartier later zomaar weer kunnen turven. Maar dat is ieder jaar zo, de foutenmarge blijft min of meer gelijk. En daarom zeggen grote verschillen wel iets. De topvier is gelijk gebleven: huismus, koolmees, merel, pimpelmees. De vink is gestegen van 6 naar 5, maar de spreeuw gezakt van 5 naar 7. Met spreeuwen gaat het niet goed, al zijn er nog genoeg van om tegen de avond met duizenden rond te zwermen. Met mussen gaat het ook niet goed, maar gelukkig blijft de mus aan de top. Dat is niet tegenstrijdig. Als alle vogels in aantal dalen, blijft de rangorde gelijk. Huismussen lijden aan het dichtplamuren van muren en daken, het verharden van tuinen en het gebrek aan graanresten op het platteland. Moet u in de nazomer op het Oost- of Zuid-Europese platteland eens opletten. Oorverdovend is er het getjip van miljoenen mussen. Zo was het tot de jaren vijftig ook in Nederland. Dat herinneren we ons niet meer. Nu zijn we blij met een handvol levende mussen in de tuin.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.