*

 

Zuurkoolpoffers

Janny de Moor − 29/01/09, 00:00

Ons woord poffer stamt af van het Hoog-Duits Puffer. Hier staat het voor iets wat bol van vorm is maar het etymologisch woordenboek beweert dat Puffer slaat op het gepuf van het vet bij het bakken van de Duitse (aardappel)pannekoekjes.

De Kartoffelpuffer (zelfde recept maar met 500 g aardappels) vind je overal in Duitsland. In Keulen en Berlijn bijvoorbeeld struikel je over de kraampjes. Als heimwee naar voorbije tijden „toen niemand zonder werk zat en een broodje 5 Pfennig kostte” gewezen Oost-Berlijners bekruipt bakken ze bij voorkeur Sauerkrautpuffer, een Saksische variatie. Liefst met Saksisch Zwiebelfleisch: varkensschouder 2 uur gekookt met kruiderij, geserveerd onder uiensaus. Hier een vlugge versie.

* Vlees met laurier, kruiderij, zout, water en 1 gepelde ui gaarkoken (15 minuten snelkookpan). Uit de pan nemen, stoofvocht inkoken tot 1½ dl. Zeven. De boter smelten, de tweede ui, in vieren gesneden en in schelpjes verdeeld, glazig fruiten, vleesvocht toevoegen. Onder deksel sudderen tot ze zacht zijn. Vocht binden met wat aardappelmeel. Vlees erin warmen, serveren met de ui bovenop.

* Aardappels grof raspen. Uitdrukken in een doek. Zuurkool uitknijpen en uit elkaar plukken. Goed mengen. Bloem, kruim, kruiderij, bieslook en zout erdoor werken. Ten slotte het losgeklopte ei toevoegen.

* Een flinke bodem olie heet laten worden in een stevige koekepan; het ’aardappeldeeg’ in 6 bergjes verdelen. Om ze rond te maken in een ring van 9 cm scheppen. Aandrukken met de achterkant van een lepel. Met een pannekoekmes in de hete olie laten glijden. Bruin en knapperig bakken (5 minuten per kant), laten uitlekken op keukenpapier. Serveren met het vlees, en een glas Rijnwijn.

mailIcon print |