Miljarden van overheid zijn niet voldoende om vertrouwen te herstellen. Bankiers laten een perfide houding zien door geen rekenschap af te leggen.
Vlak voor de herfstvakantie van 2008 stelden politieke leiders nog harde voorwaarden voor de eerste ronde van kapitaalinjecties in het internationale bankwezen. Zo zei de Franse president Sarkozy: ,,Er is geen redding zonder straf”. De Engelse premier Brown was het roerend met hem eens: „Er is geen steun zonder penitentie voor falen”. Het klassieke principe van vergelding gooide hoge ogen. Wie schuld heeft, zal boeten.
Maar er gebeurde niets. We zijn nu een paar maanden verder, de voorjaarsvakantie staat voor de deur en een tweede ronde van precaire hulpacties voor banken is al ingezet. Was de herfstactie onvoldoende en zal de voorjaarsaanbieding redding bieden? Het verschil tussen afgelopen herfst en komend voorjaar is enorm: de torenhoge problemen van de banken zijn in de tussentijd omgetoverd in dramatische overheidsverplichtingen en staatsschulden. Toch bleef er iets bij het oude: de perfide attitude van bankiers. Bankiers deden in de herfst niets. En doen nog steeds niets. Ze verstrekken geen leningen meer. Ze geven geen tekst of uitleg. En ze betuigen al helemaal geen spijt. De hebzucht van bankiers bracht de financiële wereld aan de rand van de afgrond. Dat was voor de herfstvakantie. Zal de eerzucht van bankiers het stelsel na de voorjaarsvakantie over de rand duwen?
Eerzucht legitimeert falende bankiers tot voortmodderen of tot tussentijds of voortijdig vertrek. En dit zonder verantwoording af te leggen. Wat is er toch aan de hand met ons dat wij bankiers laten lopen zonder dat zij zich verantwoord hebben voor hun doen en laten? Verantwoording is een eerste voorwaarde voor herstel van bankvertrouwen. Voor arrogante bankiers is verantwoording een vorm van verootmoeding. Dat veronderstelt inzicht in eigen falen en tekort schieten. Het is iets anders dan boetedoening. Boetedoening staat in het perspectief van de compensatie en legitimeert het vrijuit gaan van betrokkenen na de juridische of financiële afhandeling. Verootmoediging is meer dan dat en zou normatief moeten zijn in een monetaire ethiek. Waar burgers baat bij hebben, is als bankiers fouten erkennen. Beschaamd vertrouwen wordt niet hersteld door reparatie, goodwill-injectie, overheidsgarantie of systeemcorrectie.
De ingrepen van de centrale overheden zijn vooral gericht op herstel van vertrouwen tussen banken onderling en op veiligstellen van spaartegoeden van burgers. Ze leiden niet tot marktherstel. Nog steeds weet niemand hoe groot het zwarte gat op de geldmarkt is. Daarvan zal eerst sprake zijn als bankiers het stilzwijgen verbreken. De zowel noodzakelijke als voldoende voorwaarde daarvoor is verootmoediging van de verantwoordelijke bankiers: het opbiechten van het eigen falen en de bereidheid daarvan rekenschap en verantwoording af te leggen.
Een overtuigend voorschot daarop gaf voormalig ABN Amro-bankier Dolf van den Brink vlak voor de herfstvakantie. „Wij bankiers moeten ons schamen”, schreef hij in NRC Handelsblad van 11 oktober 2008. Van den Brink blijft als oud-bankier buiten schot en kan zich verootmoedigen. Dit geldt niet voor de hoofdrolspelers in de crisis. Zij blijven niet buiten schot en kunnen zich ook niet verootmoedigen. Die laatste, verontrustende conclusie hangt samen met het aansprakelijkheidsrecht. Juridische complicaties staan in de weg van het aantrekken van het boetekleed. Dit verzwakt de positie van de bankier in een eventuele aansprakelijkheidsprocedure en zal bovendien de dekking van zijn aansprakelijkheidsverzekering als bestuurder of toezichthouder in gevaar brengen. Geconstateerd moet worden dat het recht verootmoediging blokkeert.
Een vorm van monetaire ethiek als verantwoordingsethiek, los van vergelding, is de enige uitweg uit deze blokkade. De parallel met de Zuid-Afrikaanse Waarheids- en verzoeningscommissie dringt zich op. De crisis aldaar, bij beëindiging van het apartheidsregime, lag in de dreigende volledige ontwrichting van het systeem als de misdragingen uit het verleden grootschalig vergolden zouden worden. Men koos voor een systeem van gereguleerde bekentenis en verootmoediging binnen die commissie, gericht op herstel van vertrouwen van de samenleving in betrokkenen, in beginsel zonder andere vorm van boetedoening. Dat kan voor de financiële wereld ook effectief zijn.
Peter Kattenberg en Kid Schwarz
vmbo-leraar godsdienst Leiderdorp; hoogleraar ondernemingsrecht Universiteit Maastricht
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.