*

 

Baby van twee dagen voelt het ritme al aan

Redactie wetenschap − 28/01/09, 00:00

Misschien begint de muziekschool in de baarmoeder, en vormt moeders hartslag de basis voor het ontluikende ritmegevoel. Hoe dan ook, de hersentjes van baby’s van twee dagen oud blijken al in staat om enig ritme te herkennen. Als van een eenvoudig riedeltje op een drumstel de meest essentiële tonen worden gewist, knippert het babybrein met een ’foutsignaal’.

Kinderen van een half jaar musiceren, met handen of tenen, al half mee, maar dat kan geleerd zijn. Nu blijkt dat er na twee dagen al een rocker in ons zit, wat bewijst dat we met enig ritmegevoel worden geboren. Psychologen merkten dat op bij 14 slapende baby’s die fragmenten te horen kregen van drum en bekken. Soms werd daar een detail van weggelaten. Vooral als de inzet van een nieuwe maat ontbrak –nogal wezenlijk voor het ritme–, dan verried een scan dat het babybrein een gaatje in de deun opmerkte. Mogelijk is dit prille ritmegevoel later belangrijk voor de spraak.

Opgevrolijkte tuatara wordt als 111-jarige nog vader

Tot voor kort was hij een ouwe chagrijn, mogelijk vanwege een hinderlijke tumor aan zijn onderlijf: Henry, een tuatara. Henry heeft twee bijzonderheden. Hij behoort tot de laatsten der Sphenodontia, reptielen die wat op hagedissen lijken maar het niet zijn. Ze zijn van verder terug, hebben nog visachtige ribben, en liepen ooit samen op met de dino’s. Maar Henry is vooral gevierd omdat hij onlangs als 111-jarige vader is geworden.

Tuatara’s komen alleen voor in Nieuw-Zeeland, en Henry leefde er al 40 jaar in een museum. Trek in de vrouwtjes had hij al lang niet meer, en hij was knorrig tegen soortgenoten. Maar na verwijdering van een tumor knapte zijn humeur op. Hij kreeg kennis aan de 80-jarige Mildred, paarde met haar en inmiddels zijn elf eitjes uitgekomen. Henry heeft intussen een harempje met drie aanbidsters, dus wellicht zit er nog meer kroost in het vat.

Keizerpinguïns dreigen gedecimeerd te worden

Slinkt het ijs in Antarctica zoals klimaatmodellen nu voorzien, dan zijn de keizerpinguïns in 2100 mogelijk uitgedund tot 5 procent van het huidige aantal. Biologen rekenen in de PNAS voor dat de kans groter is dan één op drie dat van de huidige 6000 broedparen straks nog maar 400 over zijn.

De pinguïns trekken over de ijsvlakten landinwaarts, naar hun broedplaats. Vrouwtjes leggen één ei, dat de mannetjes daarna beheren. Wie vrij is kan naar zee om vis en kril te vreten. Maar het ijs is hier vriend en vijand. Te veel ijs, betekent lange foerageertrips en minder energie voor de kinderzorg. Minder ijs betekent weer minder kril en vis, én minder tijd om te broeden, om voor het afbrokkelen weg te wezen. De meest gangbare klimaatmodellen (van de IPCC) voorspellen nu een ijsontwikkeling die miserabel uitpakt voor deze leefstijl. Daar verzinnen dieren soms een passend antwoord op, maar die flexibelheid verwachten de biologen niet van de bedaarde keizerpinguïns.

mailIcon print |