*

 

Mauretaans dagboek: dribbelaar

Koos Dijksterhuis − 28/01/09, 00:00

Als we drieteenstrandlopers vangen, brengen we ze in een krat per auto naar het veldstation, waar we ze meten, wegen en ringen. Uit het gewicht is onder meer af te leiden of ze in conditie zijn.

Als maat voor hun omvang gelden de vleugellengte, de kopomvang, de lengte van hun teen en vooral van hun tarsus. De tarsus is bij een vogel wat bij ons de voet is. Bij vogels staat die voet rechtop, ze lopen op hun tenen. Wat een knie lijkt is hun enkel. Drietenen lopen op drie tenen aan elke voet. Alle andere strandlopers hebben een vierde teen die naar achteren steekt. Drietenen niet en ik heb eens gelezen dat ze daarom zo goed kunnen rennen. Maar Jeroen betwijfelt dat, en bewezen is het niet. Hoe dan ook, drietenen zijn echte loopvogels. Ze rennen langs de waterlijn aan zee.

Ze overwinteren op stranden van Schotland tot Zuid-Afrika. Sommige blijven in Nederland, andere gaan naar Mauretaniƫ, de volgende gaan naar Ghana. Tegenover de langere vliegreis staat een hogere temperatuur en een lager energieverbruik. Jeroen wil achterhalen wat de voor- en nadelen van die drie plekken zijn.

Drietenen broeden heel noordelijk, er zijn maar weinig gebieden noordelijk genoeg: enkele Canadese eilanden, het noorden van het Siberische schiereiland Taimyr en Noord-Groenland. Daar brengt Jeroen drie zomers door. In twee zomermaanden je kuikens grootbrengen, is haastwerk. Sommige drietenen weten zelfs twee gezinnen op te voeden. Maar daarover leest u komende zomer meer in het natuurdagboek uit Groenland, waar ik Jeroen en de drietenen dan voor de derde keer bezoek.

De wonderbaarlijke reis van de drieteen, over onder meer Mauretaniƫ, verschijnt komende herfst.

mailIcon print |