Het is alweer een tijdje stil rond de Franse banlieues. Dat wil niet zeggen dat er geen rellen meer zijn. Maar ze doen zich tegenwoordig ver van de pers voor in provinciesteden. Juist daar, en niet in Parijs of Lyon, veranderen de buitenwijken in hoog tempo in getto’s, aldus de socioloog Didier Lapeyronnie.
Samira dacht dat ze gek werd, zozeer verstikte het leven in het getto haar. Ze vluchtte weg. Naar Londen. Daar, in de armen van een getrouwde man, ontdekte de 24-jarige Française haar seksualiteit en individualiteit. Een terugweg bleek niet meer mogelijk.
De 28-jarige Malek besloot te blijven. Zijn school maakte hij niet af, maar hij is trots op de wijk waar hij opgroeide en hij een duidelijke plek heeft. Zijn liefdesleven beperkt zich tot dromen van een huwelijk en prostitueebezoek.
Samira en Malek zijn personages uit Ghetto Urbain, het geruchtmakende boek van de Franse socioloog Didier Lapeyronnie. Alleen al vanwege de titel is het een controversieel boek: in Frankrijk wordt het woord ’getto’ angstvallig vermeden. Onderzoekers willen er niet aan omdat het de bewoners zou stigmatiseren; beleidsmakers en politici niet omdat het indruist tegen de republikeinse ideologie. Getto’s komen voor in de Verenigde Staten, klinkt het dan, in steden als Washington, Detroit en Chicago. In Frankrijk bestaat zoiets niet.
Integendeel, meent Lapeyronnie, die vindt dat het getto een realiteit is die niet langer mag worden genegeerd. „Je hoort vaak dat de situatie in Frankrijk onvergelijkbaar is met die in de Verenigde Staten”, zegt Lapeyronnie in zijn werkkamer van de Université Panthéon-Sorbonne in Parijs. „Mij viel juist op hoeveel gelijkenis er was. In de manier waarop de familie is gestructureerd bijvoorbeeld, of in de wijze waarop jongens en meisjes met elkaar omgaan. Wat ik wilde begrijpen was niet waarom Frankrijk zo anders is, maar juist waarom er zoveel hetzelfde is. Waarom vertonen jongens uit de Magreb hetzelfde gedrag als jonge zwarten uit de buitenwijken van Washington?”
Voor Ghetto Urbain verrichte Lapeyronnie samen met een team van assistenten ruim vijf jaar onderzoek in een buitenwijk van een niet bij naam genoemde stad in het Zuidwesten van Frankrijk. Een tweede opmerkelijke constatering: voor het getto in zijn meest zuivere vorm moet je volgens Lapeyronnie niet in de banlieues rond Parijs en Lyon zijn, maar in de provincie.
Waarom juist daar?
„Ik zeg niet dat de situatie in de voorsteden van Parijs en Lyon niet alarmerend is. Toch is daar nog steeds relatief veel verkeer tussen de arme wijken en de stadscentra. Provinciesteden liggen vaak zelf al tamelijk geïsoleerd. Aan de rand heb je dan een wijk waar bijna alleen maar immigranten wonen. In het centrum hebben die mensen eigenlijk niets te zoeken en mogelijkheden om in de regio hun economische positie te verbeteren ontbreken. In die wijken is de werkloosheid nog hoger dan in de grote steden en de segregatie is er vrijwel absoluut.”
Hoe ontstaat een ’stadsgetto’?
„Het getto is een product van twee mechanismen. Aan de ene kant zorgen racisme en werkloosheid ervoor dat mensen opgesloten raken in hun wijk. Daarbinnen geven ze gestalte aan een universum met eigen normen, een eigen economie en soms zelfs een eigen politiek. Die tweede dimensie is betrekkelijk nieuw in Frankrijk en rechtvaardigt de benaming ’getto’. De mensen die er wonen, voelen zich door de Republiek buitengesloten en hebben hun eigen universum geschapen dat hen beschermt, maar dat tegelijk ook een belemmering is om de samenleving tegemoet te treden. Daarom is het getto tegelijk een gevangenis en een cocon.”
Waarin verschilt het stadsgetto dat u beschrijft met de arbeiderswijken van vroeger?
„Het fundamentele verschil is het racisme. Bovendien was er in de arbeiderswijken sprake van een sterk ontwikkelde cultuur, gesmeed door de Parti communiste. Het draaide er om werk en dat bood trots. Dergelijke positieve noties zijn er niet in het getto dat in hoofdzaak bevolkt wordt door immigranten. Wat men deelt is de negatieve ervaring van het racisme. Het huidige getto heeft noch een eigen cultuur, noch een tegencultuur; de bewoners delen de waarden van de omringende wereld; ze willen zoals iedereen consumeren, een huis, een carrière of op vakantie. Maar dat ligt allemaal buiten hun bereik. Daarom zeggen mensen in het getto ook vaak dat ’het echte leven elders is’.”
Dat maakt de notie van ’cocon’ nogal betrekkelijk.
„Dat is het ook. Je ziet ook vaak dat bewoners tegelijkertijd trots zijn op hun wijk en erop afgeven. Die ambivalentie wilde ik proberen te begrijpen. Mensen die er wonen, verkeren in een penibele situatie waar ze uit willen, maar dat kunnen ze niet. Gezamenlijk doen ze dan of het juist heel mooi is dat ze er wonen terwijl ze individueel proberen eruit te komen. De droom blijft een samenleving die elders is. ’Ik zit hier goed, maar ik wil niet dan mijn kinderen hier eindigen’ is een opmerking die je regelmatig hoort. Sommigen lukt het te ontsnappen; de mensen die dat niet lukt stellen zich doorlopend de vraag: ’Komt het omdat ik in een kooi zit of ligt het aan mijn eigen gebrek aan capaciteiten?’”
U stelt dat het bestaan van de getto’s van invloed is op de verhouding tussen jongens en meisjes. Hoe komt dat?
„Meisjes uit het getto weten dat ze door gebruikmaking van hun vrouwelijkheid aan het racisme kunnen ontsnappen. ’Als ik een minirokje aandoe kom ik in iedere disco binnen’, hoorde ik vaak. Jongens wordt die toegang meestal geweigerd. Zij ervaren dat als een diepe vernedering en zien de ’emancipatie’ van de meisjes als een extra verraad. Om hun gelijkwaardigheid ten opzichte van de meisjes te behouden, vallen ze terug op traditionele omgangsvormen en ontwikkelen ze een zeer paternalistisch en viriel idee van mannelijkheid.”
De wijk waar u onderzoek deed wordt voornamelijk bevolkt door mensen afkomstig uit de Magreb. Toch besteedt u niet apart aandacht aan de islam. Is religie geen factor?
„Ik had de islam niet speciaal nodig om het gedrag dat ik observeerde, te kunnen verklaren. Ik denk dat de problemen in eerste aanleg raciaal en sociaal zijn en dat het terugvallen op religie gebeurt vanuit het zoeken naar rechtvaardiging achteraf. Antisemitisme komt niet voort uit de islam, maar ontstaat uit omstandigheden in het getto. Daar wordt dan binnen de religie een houvast voor gevonden.”
In Frankrijk geldt de school als het belangrijkste instrument tot integratie en sociale mobiliteit. Toch lijkt de school haar rol in het getto niet waar te maken. Waarom niet?
„De bewoners van het getto hebben het idee dat school juist een obstakel tot integratie is. Dat zou anders zijn als een schooldiploma zicht zou geven op werk of een reële lotsverbetering. Maar omdat ze talrijke voorbeelden kennen van vrienden en familieleden die hun school of studie hebben afgemaakt, maar nog steeds thuis zitten, ervaren jongeren school als een permanente vernedering. Je zag dat terug tijdens de revolte van 2005 toen veel scholen in vlammen op gingen.”
Is er een oplossing mogelijk?
„Aanvankelijk had ik een politiek getinte conclusie op het oog. Ik bedacht me toen dat de mensen in het getto zelf al lang niet meer geloven in een oplossing vanuit de politiek. Daarom heb ik uiteindelijk gekozen voor het beschrijven van individuele strategieën. Vandaar dat ik besluit met twee getuigenissen: van een vrouw die het getto ontvlucht en van een jongeman die besluit te blijven. Ze kunnen elkaar niet meer ontmoeten. Dat is niet erg optimistisch. Mijn collega-sociologen nemen me dat kwalijk, maar ik heb Ghetto Urbain dusdanig opgebouwd dat de lezer zelf ervaart hoe het is om in een getto te wonen. Ik wilde het lezen tot een fysieke ervaring maken en de lezer aan het einde geen uitweg bieden in de vorm van een of andere pasklare oplossing.”
Ghetto Urbain (625 p.) verscheen afgelopen najaar bij uitgeverij Robert Laffont in Parijs. Prijs: 23 euro
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.