Geschiedenis is populairder dan ooit. Op de expositie ’Questioning History’ tonen kunstenaars hoe massamedia de beeldvorming bepalen.
Toen de fotografen Adam Broomberg en Oliver Chanarin in juni 2008 in Afghanistan arriveerden om een paar weken embedded de Britse troepen te volgen, hadden ze geen camera’s bij zich. Wel een grote doos met daarin een rol lichtgevoelig fotopapier van 50 meter lang. Elke keer als er iets gebeurde, stelden ze een reep van zes meter papier 20 seconden bloot aan het zonlicht. In een tot doka omgebouwd pantservoertuig werd het belichte fotopapier vervolgens ontwikkeld en gefixeerd.
Acht van deze fotowerken met onduidelijke lichtflitsen en grillige kleurschakeringen hangen nu in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam. De kijker mag er zelf de verhalen over de oorlog, de ellende en slachtoffers bij verzinnen. Dat tijdens het verblijf van Broomberg en Chanarin onder meer de honderdste Britse dode viel en dat er ook een dag voorbij ging zonder dat er iemand omkwam, is aan deze foto’s niet af te lezen. Die informatie moet je putten uit de bijgaande tekst en het videoverslag dat de fotografen maakten. Wat Broomberg en Chanarin vooral duidelijk willen maken met hun ’fotoreportage’ is dat oorlog en (beladen) geschiedenis zich niet als een realistisch getuigenverslag laten afbeelden. Beelden kunnen immers eindeloos worden gemanipuleerd, met de bloedige taferelen in de Gazastrook als meest actuele voorbeeld.
Zeventien kunstenaars uit diverse landen kijken op de expositie ’Questioning History. De verbeelding van het verleden’ in het Fotomuseum met kritische blik naar hoe de massamedia in hoge mate de beeldvorming van de geschiedenis zijn gaan bepalen. Met allerlei middelen, van film- en video-installaties tot fotoseries en sculpturen, leggen ze de werking van de media bloot en ontrafelen ze hoe historische gebeurtenissen worden be- en herschreven, vergeten, buiten zicht gehouden of zelfs gewist. Kortom: hoe ons historisch bewustzijn wordt gevormd en beïnvloed.
De aanleiding voor deze expositie, die werd samengesteld door gastcurator Frans van der Stok in samenwerking met Flip Bool en Frits Gierstberg van het Fotomuseum, is de populariteit van geschiedenis. Historie is ’hot’, wat zich uit op tal van terreinen: van een historische canon en de oprichting van een Nationaal Historisch Museum tot de Week van de Geschiedenis.
Onbekommerd foto’s kijken is er op deze expositie niet bij. Zonder achtergrondinformatie doorgrond je de meeste beelden niet. Wat te denken bijvoorbeeld van de op het eerste gezicht nietszeggende foto’s ’Gate’ en ’Kitchen’ van Thomas Demand van respectievelijk een detectiepoort op een luchthaven en een keuken. Pas als je weet dat het gaat om (reconstructies van) ’schuldige’ locaties die betrokken waren bij belangrijke momenten in de wereldgeschiedenis, krijgen ze betekenis. Demand bouwde de keuken in de schuilplaats van Saddam Hoessein na in de vorm van een maquette van karton en kunststof die hij vervolgens fotografeerde. Om de veiligheidspoort na te bouwen gebruikte hij de foto die door een bewakingscamera op 11 september 2001 werd gemaakt van de detectiepoort op het vliegveld van Boston, die Mohammed Atta ongehinderd kon passeren op weg naar het vliegtuig dat zich later op de dag in één van de Twin Towers van het World Trade Center in New York zou boren.
Gert Jan Kocken maakte voor deze tentoonstelling een serie foto’s van gebeurtenissen die historisch beladen zijn en in zekere zin voor ’kantelmomenten’ in de geschiedenis kunnen doorgaan. Hij fotografeerde onder meer het schilderij van koningin Wilhelmina, dat in 1960 in Jakarta werd beschadigd met verf en bajonetsteken door nationalistische studenten uit protest tegen de weigering van Nederland om Papoea Nieuw-Guinea onafhankelijkheid te verlenen. Het schilderij bevindt zich in het depot van het Rijksmuseum en het mag nooit gerestaureerd worden, omdat de beschadigingen deel uitmaken van de Nederlandse koloniale geschiedenis.
Ook de brave aquarel die Adolf Hitler in 1908 maakte in een tweede, vergeefse poging om toegelaten te worden tot de Weense Academie voor Beeldende Kunst, fotografeerde Kocken. Na de Tweede Wereldoorlog verdween deze aquarel met nog drie schilderijen van Hitler in de kluizen van het Pentagon, slechts aangeduid als ’The Watercolors”. In 2002 werd na een lange juridische strijd over de eigendomsrechten bepaald dat de aquarellen van Hitler het Army Center voor Military History nooit meer mogen verlaten. De vraag die zich onvermijdelijk opdringt bij het zien van Hitlers schilderkunst is hoe de wereld eruit zou hebben gezien als hij wel was toegelaten tot de kunstacademie.
Ook de voorpagina van de New York Times van die dinsdag 11 september 2001 fotografeerde Kocken, vanaf microfilm. Het is een wat bleke pagina met veel berichten, maar zonder duidelijke uitschieters. Kennelijk was het nieuwsaanbod wat mager geweest.
Hoe bedrieglijk beelden kunnen zijn maar ook kunnen worden gemáákt, demonstreert Deimantas Narkevicius met zijn film Once in the XX Century, waarin hij een bestaand filmpje over het neerhalen van een beeld van Lenin in Vilnius in Litouwen zo heeft bewerkt, dat het tafereel in omgekeerde volgorde is te zien. Het lijkt alsof de mensen staan te juichen bij het weer op zijn sokkel plaatsen van Lenin. Net alsof de revolutie nooit heeft plaatsgevonden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.