De Nederlandse ploeg heeft de wereldkampioenschappen per afstand in Vancouver afgesloten met goud en zilver op de ploegachtervolging. Toch is er reden voor zorg.
Het blijft een enigszins vreemd gezicht: drie schaatsers die zo hard mogelijk achter drie andere schaatsers aanrijden in de hoop de beste tijd te rijden. In een poging het schaatsen een wat moderner karakter te geven is een aantal jaren geleden het onderdeel ploegachtervolging aan het programma toegevoegd. Een discipline waar Nederland vrij goed in is; in de nacht van zondag op maandag wonnen de mannen op de WK per afstand in Vancouver goud en voor de vrouwen was er een zilveren medaille.
Dat bewees maar weer eens dat het met de kwaliteit in de breedte wel goed zit in het Nederlandse schaatsen. Zowel bij de mannen als bij de vrouwen staat de ploeg die volgend jaar actief zal zijn op de Olympische Spelen nog geenszins vast. Dit keer reden bij de mannen Kramer, Verheijen en Olde Heuvel, bij de vrouwen mochten Groenewold, Wüst en Voorhuis het ijs op.
Of zij ook volgend jaar tijdens de Spelen zullen rijden is onzeker, want er zijn tal van schaatsers die ook in aanmerking denken te komen voor een plekje in de formatie. Kramer is bij de mannen een vaste waarde en bij de vrouwen zullen Wüst en Groenewold waarschijnlijk aantreden. Wie de overige plaatsen opvullen is nog onzeker.
Het kwantitatieve overschot aan Nederlandse schaatsers is voor de ploegachtervolging een zegen: de weg naar een vrij zekere olympische medaille ligt open. Ook in Vancouver was de suprematie van de Nederlanders immens. De winnende tijd van de mannen was ruim vier seconden sneller dan de tijd van Zweden, de verrassende nummer twee.
„Dat toont wel aan dat je met wat mindere schaatsers toch een goed team kunt vormen”, aldus Kramer. „Dat zag je tijdens de vorige Spelen ook. Toen won Italië, terwijl dat land van te voren niet was getipt als winnaar. De Zweden trainen erg veel op dit onderdeel. Dan zie je dus dat het werkt. Het is trainbaar.”
De wereldkampioenschappen in Vancouver lieten echter ook zien dat Nederland op dit moment échte specialisten ontbeert. Bij de mannen was Kramer op de vijf en tien kilometer ongenaakbaar, maar werden er op de kortere afstanden geen medailles gewonnen. Op de 500, 1000 en 1500 meter speelde Nederland geen rol van betekenis. De bronzen medaille op de 10 kilometer (Bob de Jong) was het enige eremetaal bij de mannen dat niet werd gewonnen door Kramer.
Bij de vrouwen was er iets meer spreiding. Groenewold won goud op de drie kilometer, Wüst zilver op de 1500 meter en Boer brons op de kilometer. Bovendien eindigden Bruintjes (vierde op de 1000 meter) en Voorhuis (vierde op de 3000 meter) net naast het podium. Mogelijk kan een herstelde Paulien van Deutekom volgend seizoen op de Olympische Spelen ook meedoen om de prijzen; al zal ze dan heel wat beter moeten presteren dan dit jaar.
De met jubel ontvangen prestaties van Kramer – een natuurtalent zonder weerga – kunnen niet camoufleren dat het specialistische niveau in Nederland op dit moment niet enorm hoog is. Vooral de Amerikanen (met Marsicano en Davis) zijn een belangrijke bedreiging voor de Nederlandse equipe. Dat moet een jaar voor de Spelen zorgen voor opgetrokken wenkbrauwen. En wellicht zelfs enige zorg.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.