opinie En ineens kon Nederland honkballen. We hoorden het uit verre buitenlanden, waar Oranje met maar kleine cijfertjes verloor van geweldenaren als Porto Rico en Venezuela en nota bene won van een heuse Goliath, de Dominicaanse Republiek. Het beste honkbal wordt natuurlijk in de Verenigde Staten gespeeld, waar het onder de naam baseball een grote volkssport is, maar succes tegen Caribische grootheden is een eerste stap.
Wij honkbalden vroeger op school wel eens, vooral omdat het ons niet lukte om uit te blinken in voetbal kreeg ik de indruk. Maar ik vond het, om eerlijk te zijn, toentertijd een sport voor een Afrikaans dorpje, iets in de buurt van tamtams en bijgeloof. Pas later, toen ik het niet meer hoefde te spelen en alleen maar mocht toekijken, begon ik het meer te waarderen.
Toch zou ik pas echt wakker liggen van de gedachte dat Nederland zich als cricketland zou ontwikkelen. Dat is een sport waar ik nog altijd weinig van begrijp en die daarom grote indruk op mij maakt. Alles klopt in cricket; de mannetjes met hun witte sweaters en hoeden, het theedrinken, de ondoorgrondelijke wickets. In vroeger tijden werd cricket zelfs met hoge hoeden op gespeeld en loofden Engelse vorsten gouden bekers voor de winnaars uit. Een koninklijke sport. De eerste keer dat Engeland met cricket van een buitenlands team verloor (Australiƫ) verscheen er een rouwadvertentie in de krant met de mededeling dat het Engelse cricket was overleden en dat de as naar Australiƫ zou worden gestuurd.
Maar de grootste verdienste van cricket is dat het de eerste sport in de moderne tijd is waarvoor entreegeld werd geheven. Dat was in 1744. Op dat moment ontstond dus ergens het besef dat sport iets bijzonders is, iets anders dan tegen een steentje trappen of naar huis hollen. In de roman ’Laagland’ van Joseph O’Neill wordt cricket haast verheerlijkt als een aparte levensvorm „waarbij de in wit gehulde ring van middenvelders, zwalkende figuren op het enorme ovaal, telkens weer naar elkaar toetrekken rond de batsman om zich even zo vele malen weer te verspreiden over hun verschillende uitgangsposities, een terugkerend, pulmonaal ritme, alsof het veld door zijn heldere bezoekers ademhaalt”.
Als we dat nou eens leerden beheersen! Maar goed, misschien is honkbal een begin.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.