Waar ergert u zich aan, op straat, in de winkel, in de trein, in het verkeer?
Het is onderzocht en het is een feest van herkenning. Te hard rijden, bumperkleven, twee parkeerplaatsen in beslag nemen, hardop bellen in de trein, met een tas een zitplaats bezet houden, luide muziek die uit koptelefoons dringt, bellen bij winkelkassa’s , rommel op straat gooien – kauwgum! – smakken, slurpen, boeren, neuspeuteren, nagelbijten.
En natuurlijk hondenpoep.
Dit is geen uitputtend lijstje dat Sire, de ideële stichting van de heropvoedingscampagnes, samen meteen onderzoeksbureau opstelde voor haar nieuwste en honderdste campagne, die de slogan ’onbewust asociaal’ meekreeg.
Een wat moeilijke spreuk, vond Elsemieke Havenga, die was gevraagd om in een Amsterdams café de presentatie van de campagne te leiden. Sire werd tenslotte bekend met slogans als ’Je bent een rund als je met vuurwerk stunt’ en ’De maatschappij, dat ben jij’ en ’Denk niet te licht over overgewicht’.
’Onbewust asociaal ’ heeft iets van een dubbele ontkenning. Maar bij Sire waren ze voor onbegrip niet bang. En inderdaad, nog diezelfde dag ging de site van de stichting plat, vermoedelijk door toedoen van Geen Stijl, dat nog wat aanvullende suggesties had op het lijstje van Sire. Zoals een vuilniszak van veertien hoog naar beneden gooien, peultjes kopen uit Kenia waardoor de zeespiegel zakt en je neus snuiten in een hoofddoek.
Aan tafel bij Havenga zat Binnert van Beaufort, auteur van ’De lompe leeuw’, een, zo las ik, met ironie geschreven onderzoek naar het gedrag van de Nederlander. Waarom Nederlanders van alle westerse volken het minst geneigd zijn voor zwangeren en bejaarden op te staan in de bus, waarom we elkaar tutoyeren, waarom we als klanten in een restaurant zo onbeschoft behandeld worden, langs zulke vragen leidt hij de lezer, maar aan tafel vatte hij zijn bevindingen samen in de visie dat het gelijkheidsprincipe tot in het egocentrische is doorgeschoten in een publieke ruimte die als een niemandsland wordt beschouwd.
Zijn we niet gewoon met te veel, probeerde Havenga nog, net als bij muizen die elkaar dan beginnen op te eten? Nee, die suggestie werd niet overgenomen. Op schermen langs de wand kregen we tv-spotjes te zien en advertenties, en ook liet men radiospotjes horen. ’Zonder dat we ’t doorhebben, worden we steeds asocialer’, luidde de mantra.
Ik twijfelde. Wat op de site van Sire nog wel werkte, was het deel van de campagne waarop je via een vragenlijst kon onderzoeken hoe asociaal je zelf bent.
Ik vulde naar waarheid in dat ik me wel eens ergerde, maar geen hond had, wel eens mijn tas van de zitplaats naast me nam, geen luide muziek in de trein draaide en nooit rommel op straat gooide. Aan het eind bleek dat ik jaarlijks bij 390 mensen irritatie opwek.
Die lezen dan zeker mijn stukjes hier.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.