opinie Het veldrijden heeft qua karakter wel wat weg van straatvoetbal en beachvolleybal. Je beoefent de sport expres zonder al te veel faciliteiten, op de grond zoals die er bij ligt. Nu is straatvoetbal niet eens georganiseerd maar eerder een soort oervorm, beachvolleybal daarentegen is wel georganiseerd, zelfs olympisch, en heeft door z’n zonnige uitstraling iets van een luxueus tijdverdrijf.
Er bestaat dus wel verschil tussen zulke schijnbaar nauwelijks gefaciliteerde sporten. Ook het veldrijden is wel degelijk georganiseerd, en kenners zullen in al die kuilen, heuvels, trapjes en touwtjes zelfs de hand van de specialist herkennen, een parcoursbouwer zoals je ze ook in de edele paardensport hebt. Maar op de neutrale leek maakt het geheel een geïmproviseerde indruk. En dat is ook juist het leuke eraan. Het wielrennen op de weg is al een sport voor de gewone man, maar het veldrijden is als het ware voor de nog gewonere man. Ik weet niet of je moet betalen om het veldrijden mee te maken, maar het ziet er uit of de mensen gewoon uit hun achtertuin het parcours zijn opgestapt, dat bij ze om de hoek ligt, dat dezelfde kluiten en plassen die hun eigen moddergrond vormen ook die van de wielrenners zijn.
Nu heeft het veldrijden een probleem, naar het schijnt. Omdat het geen olympische sport is, dreigt sportkoepel NOC-NSF de subsidiekraan dicht te draaien. Waarom is veldrijden eigenlijk niet olympisch en mountainbiken wel? Ik weet het niet, naar het schijnt is de sport niet internationaal genoeg, net zoals korfbal.
In elk geval sloofden de organisatoren van het WK in Hoogerheide zich uit om zoveel mogelijk nationaliteiten aan de start te krijgen, sleepten ze zelfs een Cyprioot aan, die op een geleende fiets rondreed en in een abdij in de buurt logeerde. Ik vind die laagdrempeligheid wel aardig in een wereld die doet of sport iets heel hoogs en belangrijks is. Maar de veldrijders zitten er maar mee.
Tijdens het WK, dat voornamelijk een kwestie van Belgen en Nederlanders is, plus een enkele buitenlander die dan toch in België woont, hoorde ik op de achtergrond voortdurend iemand in het Engels door een megafoon brullen wat er aan de hand was. Het was duidelijk, hij riep niet naar het publiek van Belgen en Brabanders, maar naar het Internationaal Olympisch Comité. Een verkapte noodkreet.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.