*

 

Altijd schijnwerpers rond Moreira de Melo

Fred Troost − 03/02/09, 00:00

Met het afscheid van Fatima Moreira de Melo (30) verliest het hockey een gelouterd international én een boegbeeld met grote promotionele waarde.

  • Een blije Moreira de Melo (r) in Peking met Booij (l). ( FOTO AP)

„Wat kan ze hockeyen, hè, die meid.” De afkondiging van Chantal Janzen op het Televizier Gala was dodelijk. Moreira de Melo had zojuist een lied ten gehore had gebracht, waarin ze –laten we positief blijven– niet goed bij stem was. Janzens uitschieter zal wel even pijn gedaan hebben, maar De Melo heeft in haar leven in de schijnwerpers wel meer kritiek gekregen en ze kan ermee omgaan.

In 2003 zei ze daarover in Trouw: „Wie zichzelf te duidelijk positioneert, loopt het risico op jaloerse collega’s. Onder vrouwen is altijd wel afgunst, maar het is nooit helemaal duidelijk hoe dat zit.”

Dat ze op dat Televizier Gala –pront aangekondigd als hockeydiva– zo afschuwelijk vals stond te zingen, was een tegenslag, maar één die ze allang had ingecalculeerd: De Melo neemt wel vaker risico in haar leven. Ze heeft het er ver mee geschopt. ’Faat’ is (nu: was) ontegenzeggelijk de populairste hockeyster van Nederland.

Fatima Moreira de Melo. Als je zo heet val je op, maar ook zonder exotische naam had De Melo de publiciteit wel gevonden. De status van hockey-international gaf haar een uitgangspositie om te pogen als zangeres en als tv-presentatrice aan de bak te komen. Daarbij bleef het niet voor deze duizendpoot in extravagantieën. Zo speelde ze met een roze hockeystick –om te shockeren. Op een teamfoto droeg zíj haar oranje jasje binnenstebuiten. Ze reed rond in een auto met luipaardprint en liet zich voor een mannenblad met een slang om haar nek fotograferen. Het reptiel was trouwens niet het enige gewaagde aan die pose.

Ze weet waarom ze gevraagd wordt: „Ik combineer hockey met zingen; dat vinden mensen interessant. Ik ben gemakkelijk benaderbaar, hoe ik er uit zie speelt een rol en ook mijn naam valt op. En dan kan ik ook nog aardig hockeyen.”

Met dat laatste is niets te veel gezegd. Ze is een topspeelster met 257 interlands die overigens nooit naar het record gestreefd heeft: „Dat boeit me niet.” Haar prijzenkast bevat olympisch brons, zilver en goud (in die volgorde), tweemaal WK-zilver en eenmaal goud en drie gouden Europese medailles.

Haar waarde voor het imago van hockey is groot. Dat sponsor Rabobank haar koos als opvolger van de populaire Jochem de Bruin in de tv-spotjes, was een bonus voor de hockeybond die dankbaar op haar bekendheid als sportbabe meeliftte. Door haar optreden legde ze mede de basis voor de commercialisering van hockey en maakte ze het elitaire hockey benaderbaar.

Minder bekend is haar sociale instelling. Als iemand uit de nationale selectie viel of geblesseerd afhaakte, nam De Melo de nazorg op zich: bellen, moed inspreken, motiveren om niet op te geven. In Peking koos ze de rol om jonge, zenuwachtige ploeggenootjes sturing te geven, niet opvallend maar ingetogen: een prominente rol –hier wél achter de coulissen.

De Melo is afgestudeerd juriste. Ze zou de advocatuur in kunnen. Het is de vraag of ze dat ooit doet. De rechtenstudie vond ze maar niks („Eigenlijk vond ik er geen bal aan”), maar met haar afstudeerscriptie over sport in penitentiaire jeugdinrichtingen toonde ze weer haar sociale belangstelling.

Wat het dan wel wordt? Ze wil zoveel: zingen, mode ontwerpen, tv-presentaties doen, acteren (ze krijgt een rol in een tv-serie). Daarnaast is ze sinds 2006 de geliefde van tennisser Raemon Sluiter, die ze bij zijn return op de baan wil bijstaan.

In 2003 relativeerde ze in Trouw: „Sporthelden zijn –op een enkele uitzondering na– vergankelijk.” Dat haar vergankelijkheid in 2009 begint, is nauwelijks aan te nemen –al is het maar omdat ze de wereld buiten de sport zo interessant vindt. En overal staan schijnwerpers.

mailIcon print |