*

 

Dit is een enge droogte in ons sportbestaan

Mart Smeets − 24/01/09, 00:00

opinie Het is dat er geen kinderen van Dietschen Bloed in Melbourne aan het vertrek komen, want anders konden we mooi weer via de ’eigen’ zender dat tennis uit Down Under volgen. Nu moeten we uitwijken naar buitenlandse stations.

Ik herinner me dat we daar (van de NOS) nog naartoe trokken om er de Nederlandse inbreng te volgen. Met een ferme voorsprong in tijd betekende dat vaak werkdagen van 18 uur. Dat waren drukke, maar ook gezellige dagen. Die Australian Open draagt namelijk zo veel ’gevoel voor sport’ in zich dat je er, ook als journalist, erg prettig voelt.

Op een of andere manier gaan Aussies lekker met sport en sporters om. Niet aanmatigend, niet ruw, nauwelijks ordinair of volks, maar steeds met respect naar de sportende mens toe.

Dat de mensen elkaar nu de hersens inslaan op de tribune is niet typisch Australisch, maar een uitvloeisel van de nooit opgeloste Balkanoorlog. De organisatie moet er alles aan doen om elkaar rivaliserende supportersgroepen uit Servië, Bosnië en Kroatië uit elkaar te houden. Met (vaderlands)liefde en veel inzet slaan die lieden erop los in dat tennisstadion. Hoewel het triest is dat zulks gebeurt, is het wel reden om een goed onderwerp daarover te zien, dat weer wel.

Terug naar de Aussie-mentaliteit.

De eerste Grand Slam van het jaar onderscheidt zich vooral door de grote mate van vrijheid die je er als bezoeker hebt. Waar Parijs de sfeer van te dure Franse arrogantie in zich draagt, Wimbledon afgestoft moet worden en New York een speelplaats voor internetbrokers is geworden, heeft Flinders Park nog iets basaals: sport gaat hier voor.

Mensen aan de poort groeten je, je kunt gaan en staan waar je wil, spelers en speelsters zijn makkelijk te benaderen, waardoor alles een sfeer van een luie Garden Party in zich draagt. Zelden zie je meer mensen met sproeten, je smeert je in met door de organisatie gratis aangeboden zonnecrème, je drinkt een biertje en je kuiert over het park.

Beelden van het normale bestaan van zo’n dagje Australian Open missen we nu. We doen het met korte flitsen en uitslagen. Er zit geen persoonlijke touch meer aan de beelden; de wedstrijden zouden overal gespeeld kunnen worden. Juist de toevoeging van de eigen reportages maakte Melbourne zo vaak zo leuk.

Herinnert U zich nog de snoekduik van Jim Courier in het water? De zeer boze Miriam Oremans na een onnodige verlieswedstrijd? Jan Siemerink die een vijfsetter speelde die, door allerlei onderbrekingen, bijna een dag duurde. Die dingen zien we helaas niet meer. Nu moeten we slechts lezen dat de Fransman Sebastien de Chaunac blij was uitgeschakeld te zijn omdat hij nu snel naar huis en zijn kinderen kon.

Bij de Australian Open dien je als tennisser je ziel en zaligheid eruit te spelen om zo lang mogelijk in die sfeer te kunnen blijven sporten.

Boris Becker ging in Australië wel eens gewoon tussen het publiek zitten. ,,Ik was rossiger dan de meesten van die kerels rond me” zei hij dan lachend. En vielen de toeschouwers hem niet lastig? Becker: ,,Nee, ze zeggen je daar gedag met dat eeuwige ’hi mate’ en verder niets.’’

Daarom ook mis ik de eigen bijdrages uit Melbourne. Dat er maar snel weer kinderen van Oranje een beetje aardig mogen gaan tennissen. Dit is een enge droogte in ons sportbestaan. Zelfs het nummer Four seasons in one day van Crowded House hoor je tegenwoordig te zelden. Terwijl dat toch op een dagje Melbourne in januari slaat.

mailIcon print |