Van een slaperig oudemannenhuis tot een politieke factor van belang: de Eerste Kamer heeft een grote ontwikkeling doorgemaakt. Niet iedereen is hier tevreden mee. „Het is niet de taak van de senaat om zo actief op te treden. De Tweede Kamer moet het primaat terugpakken.”
Oudemannenhuis, parkeerplaats voor oudgedienden, politieke afkickkliniek, knekelhuis, jurassic park. De bijnamen voor de Eerste Kamer der Staten-Generaal zijn zelden positief. De senaat zou vol sigaar rokende heren en bejaarde dames zitten die nooit met hun vuist op tafel slaan. Een bolwerk van het bestel zou het zijn, immer kritiekloos de kant van de macht kiezend.
Dat beeld klopt niet meer. De senaat heeft zich in zijn bijna tweehonderdjarig bestaan ontwikkeld tot een activistische politieke factor van belang. Dat blijkt bij de discussie rond een parlementair onderzoek naar de Nederlandse steun aan de oorlog in Irak (zie kader). Tot groeiende ergernis van het kabinet blijft de Eerste Kamer kritische vragen stellen. Het is duidelijk: de dames en heren senatoren zijn niet meer bang om hun tanden te laten zien.
Hoe is de ontwikkeling naar een actieve Eerste Kamer ontstaan? Om daar achter te komen moeten we de geschiedenis induiken.
Ons tweekamerstelsel hebben we te danken aan de Belgen. In 1815 werden de noordelijke en zuidelijke Nederlanden samengevoegd onder koning Willem I van Oranje. De katholieke Belgen vreesden in dit nieuwe koninkrijk overheerst te worden door de protestantse Hollanders. Daarom drongen ze aan op de vorming van een tweekamerstelsel, met een vaste plaats voor de Belgische adel in de Eerste Kamer.
De koning stemde in en kreeg de exclusieve bevoegdheid om de Eerste Kamerleden aan te wijzen. De senaat kreeg al snel de bijnaam ménagerie du roi, dierentuin van de koning.
In 1830 namen de Belgen afscheid van de Nederlanders en verloor de Eerste Kamer een belangrijke pleitbezorger. Bij de grondwetswijziging van 1848 verdween bovendien het exclusieve benoemingsrecht van de koning: de Eerste Kamer zou voortaan via getrapte verkiezingen door het stemgerechtigde volk worden gekozen, de Tweede Kamer via directe verkiezingen.
Voorgesteld werd om de Eerste Kamer nu maar af te schaffen. De conservatieve staatsman Groen van Prinsterer noemde de Eerste Kamer ’een mislukte copie naar Engelsch model’ terwijl de grote liberaal Thorbecke de Eerste Kamer ’zonder grond en doel’ achtte.
Toch bleef ze bestaan. Een aloude politicologische wet geldt ook hier: politieke instituties zijn altijd gericht op zelfbehoud. De Eerste Kamer moet over haar eigen afschaffing stemmen en dat zal niet zo snel gebeuren.
Na 1848 werd het stil aan de overkant. Zelden gooiden de senatoren opzettelijk een steen in een stille hofvijver. Bij de grondwetswijziging van 1887 was vrijwel niemand meer tegen het bestaan van de senaat: als je er geen last van had, waarom zou je hem dan afschaffen?
In 1887 kreeg de Eerste Kamer er zelfs een bevoegdheid bij. Het recht van enquête is het zwaarste onderzoeksmiddel dat het parlement kan inzetten. Naast de Tweede kreeg nu ook de Eerste Kamer dit recht. Typerend voor de slapende senaat is dat die nog nooit een parlementaire enquête heeft gehouden.
In de roerige jaren zestig en zeventig begon men de relatieve rust in de Eerste Kamer als een nadeel te zien. Als niemand wat van dat instituut hoort, zo dacht een hervormingsgezinde generatie, waarom bestaat het dan eigenlijk nog?
De roep om afschaffing zwol aan. Vanaf 1967 boog de staatscommissie-Cals/Donner zich over staatkundige vernieuwing. Een groot deel van de commissie meende dat de Eerste Kamer slechts een overbodige en tijdrovende herhaling van zetten bewerkstelligde. Zeven van de zeventien commissieleden stemden voor afschaffing van de Eerste Kamer. Een Tweede Kamermotie uit 1975 om de senaat af te schaffen werd gesteund door de PvdA, D66, PPR en PSP, samen goed voor 58 zetels. Pikant detail is dat deze motie is ingediend door Klaas de Vries, momenteel senator.
De Eerste Kamer overleefde. With a vengeance.
In 1983 ondervond de grondwet voor de laatste maal een grootschalige wijziging. Voorstellen om de nutteloos geachte Eerste Kamer af te schaffen, haalden het weer niet. De positie van de senaat werd zelfs iets versterkt. De Eerste Kamer werd voortaan elke vier in plaats van elke zes jaar gekozen. Het zelfbewustzijn van de senatoren steeg.
In de jaren tachtig en negentig was opvallend veel activiteit te zien in het ’oudemannenhuis’. Senatoren als de CDA’er Ad Kaland verzetten zich fel en met succes tegen in hun ogen slechte wetgeving. De Tweede Kamer leverde vaak ondeugdelijk werk, vonden de senatoren, dus was het aan hen om goede wetgeving te waarborgen.
De Eerste Kamer kreeg nieuwe bijnamen, nu positiever. De laatste strohalm van de burger werd ze genoemd, de slapersdijk van de democratie.
De senaat roerde zich steeds vaker op cruciale momenten. Eén senator kon heel politiek Den Haag doen wankelen. Berucht is de VVD’er Hans Wiegel, die in een nacht in 1999 het kabinet-Kok II ten val bracht door tegen het referendum te stemmen. Een paar jaar later volgde de PvdA’er Ed van Thijn, die op een avond in 2005 de gekozen burgemeester tegenhield. (Wiegel, die de actie van Van Thijn niet vergelijkbaar vond met zijn eigen optreden, zei hierover: „Het was natuurlijk niet de Nacht van Van Thijn, het was een avondje.”)
Nu is er weer één senator die het de regering moeilijk maakt. De PvdA’er Klaas de Vries vreest de toorn van premier Balkenende niet en pleit voor een parlementaire enquête naar de oorlog in Irak. Het zal de eerste keer zijn dat de senaat dit zware parlementaire wapen inzet. Zelfs de lichtere vorm van een parlementair onderzoek is nog nooit gebruikt.
De actieve Eerste Kamer leidt tot opgetrokken wenkbrauwen aan het Binnenhof. D66-leider Alexander Pechtold noemt het ’onwenselijk’ dat de senatoren het voortouw hebben genomen. „Het is niet de taak van de senaat om zo actief op te treden. Zij zijn slechts parttime-politici, indirect gekozen bovendien. De Tweede Kamer moet het primaat terugpakken.”
Maar de Tweede Kamer heeft het primaat niet teruggepakt. Daarom steunt Pechtold een onderzoek naar de Irak-oorlog in de Eerste Kamer ’als uiterste consequentie’. „De PvdA handelt parlementair onzedelijk door een onderzoek in de Tweede Kamer tegen te houden. De senaat probeert het democratisch tekort van de Tweede Kamer te dichten.”
Pechtold stelt voor dat het parlement Nederlandse steun aan oorlogen altijd evalueert. „De grondwet verplicht het kabinet om het parlement in te lichten voordat een militaire missie begint. Na de missie gebeurt er niets.”
Een kwalijke zaak, vindt de D66’er. „Na afloop van een militaire missie moet de Tweede Kamer het besluit tot deelname aan de missie evalueren. Ook als we alleen politieke steun uitspreken, zoals nu het geval was, moet dat gebeuren. Een parlementaire evaluatie kan dan eventueel aanleiding geven tot een onderzoek of enquête.”
In de Tweede Kamer is hier geen steun voor. Vooralsnog is het de Eerste Kamer die de vraag naar een onderzoek levend houdt. De stemmen die roepen om opheffing, zijn verstomd. Eens leek ze irrelevant, nu kan niemand meer om haar heen. De Eerste Kamer is wakker geworden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.