*

 

Geluk nog niet meetbaar in hersenen

Cokky van Limpt − 17/03/09, 18:14

Dat je van boeddhistische meditatie gelukkig wordt, staat geenszins vast, meent filosoof en neurobioloog Owen Flanagan. Het helpt wel tegen griep.

  • Hersenonderzoek op de effecten van meditatie. (Trouw, Jorgen Caris)
  • (\N)

Al te groot enthousiasme over nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen kan leiden tot een hype en kritiekloosheid. Owen Flanagan heeft dat aan den lijve ondervonden. De Amerikaanse wetenschapper, hoogleraar filosofie en neurobioloog aan de Duke universiteit van Durham, bezocht vorige week Nederland, waar hij onder meer sprak met studenten en promovendi in Nijmegen en Leiden over de effecten van meditatie.

Onderzoek naar de uitwerking in de hersenen van meditatie en mindfulness juicht hij toe, maar hij waarschuwt voor overhaaste conclusies en kiest zelf voorlopig voor een sceptische houding. Tijdens zijn bezoek aan Nijmegen verhaalde hij van de mediahype die hij ongewild heeft ontketend met een artikel van zijn hand dat in 2003 in de New Scientist is gepubliceerd.

’De kleur van geluk’ heette het artikel, dat ging over het onderzoek van neurowetenschapper Richard Davidson in Wisconsin naar de reflectie van boeddhistische aandachtsmeditatie in de hersenen. Davidson had ontdekt dat bij boeddhisten met een grote meditatie-ervaring de prefrontale kwabben in de linkerhersenhelft voortdurend oplichten, ook als zij niet mediteren.

Dat is veelzeggend, schreef Flanagan, want voortdurende activiteit in de linker prefrontale hersenkwabben duidt op positieve emoties en een goed humeur, terwijl activiteit in de rechter prefrontale hersenkwabben op negatieve emotie wijst. De eerste beoefenaar van de boeddhistische praktijk die Davidson bestudeerde, liet meer activiteit zien in de linker prefrontale kwabben dan hij ooit bij iemand anders had geregistreerd.

Naar aanleiding van Davidsons onderzoek liet Flanagan zich verleiden tot de hypothese „dat die zichtbaar gelukkige, kalme boeddhistisch zielen die men regelmatig tegenkomt in plaatsen als het Indiase Dharamsala – thuisbasis van de Dalai Lama – werkelijk gelukkig zijn. Achter deze kalme uiterlijken gaan dartele linker prefrontale hersenkwabben schuil. Als deze ontdekkingen breed worden bevestigd, zullen ze van groot belang zijn”, voorspelde Flanagan.

In dat laatste zinnetje toonde hij zich de voorzichtige wetenschapper, maar die nuance was niet besteed aan de media. Persbureau Reuters, de BBC en de Canadese en Australische publieke omroep vatten zijn boodschap samen met overdrijvingen als ’Boeddhisten leiden wetenschappers naar geluksplekje’.

In interviews probeerde hij het ’belachelijke enthousiasme’ over het idee dat boeddhisten misschien wel de gelukkigste mensen op aarde zijn, te temperen, maar echt gelukt is zijn poging niet, want de claim dat er een connectie bestaat tussen boeddhisme en geluk doet nog steeds opgeld. „En dan te bedenken”, memoreerde Flanagan in Nijmegen, „dat Davidsons onderzoek slechts één man betrof. De Franse monnik Matthieu Ricard. Inderdaad een erg gelukkige man. Maar waardoor komt dat? Alleen door zijn grote ervaring met mediteren? Veel meer factoren kunnen hierin een rol spelen. Bijvoorbeeld dat hij over de vijftig is, van een goede familie, een opleiding heeft gehad tot elektrobioloog en van Franse komaf is. Bovendien, enkel het feit dat er in je linkerhersenhelft zoveel neurale activiteit is, betekent nog niet automatisch dat je gelukkig bent.”

Kortom, Flanagan is sceptisch over hoogdravende geluksclaims, en verzet zich tegen onverantwoorde conclusies. „Waardoor zouden boeddhisten de gelukkigste mensen zijn? Misschien wel door hun dieet of doordat ze grappige jurken dragen. En wat is geluk eigenlijk? En wanneer ben je een boeddhist? En om welke vorm van meditatie gaat het hier; er zijn wel 84.000 soorten.”

Zijn wetenschappelijke voorbehoud betreft overigens alleen te vergaande claims, die niet zijn onderbouwd met voldoende breed en deugdelijk onderzoek. De verhalen die hij in Nijmegen te horen kreeg van studenten en promovendi over de positieve effecten van op mindfulness gebaseerde cognitieve therapie en stressreductie (MBCT en MBSR), bij onder meer mensen met een depressieve stoornis, hadden wel degelijk zijn oprechte belangstelling. Maar hier gaat het dan ook om degelijk onderzoek met meetbare resultaten.

Datzelfde geldt voor de ontdekking dat mensen die een MBSR-cursus volgen, minder bevattelijk zijn voor griep. Bij dit onderzoek zijn de antistoffen tegen influenza gemeten, met als conclusie dat mensen die zo’n cursus hebben gevolgd een sterker immuunsysteem ontwikkelen. Bij zulk onderzoek gaat het om wetenschappelijk bewezen resultaten, en daarvoor haalt ook Flanagan zijn neus niet op.

In de discussie over onderzoek naar de effecten van meditatie kwam het gesprek ook op de geloofwaardigheid van de onderzoekers, zeker als ze zelf aan boeddhistische meditatie doen. Rob Hogendoorn, promovendus in Leiden, noemde het voorbeeld van TM (transcendente meditatie). „TM is zelf begonnen met wetenschappelijke claims, met als gevolg dat geen goede wetenschapper daar nog in de buurt komt. En sommige wetenschappers gaan het onderwerp meditatie daarom helemaal uit de weg; zij willen zichzelf niet compromitteren.”

Flanagan onderschreef dit probleem en vergeleek het met de psychiatrie, waarin veel medicijnen worden getest voor de industrie. „Dat is zowel wetenschappelijk als ethisch problematisch. Je zou geen onderzoek moeten doen naar een onderwerp waarbij je ook zakelijk belang hebt.” Eigenlijk zou dat ook moeten gelden voor onderzoek naar boeddhistische meditatie, vindt hij. „Net zoals je geen onderzoek zou moeten doen naar het effect van bidden op zieke mensen, als je non bent, zou je bij voorkeur een agnost moeten zijn, als je onderzoek doet naar meditatie. Als je je eigen geloofssysteem meebrengt, ben je niet objectief maar geconditioneerd.”

De Nijmeegse hoogleraar grondslagen van de wiskunde en informatica Henk Barendregt bleek het niet met Flanagan eens te zijn. Barendregt is boeddhist, hij beoefent al dertig jaar vipassana, een inzichtsmeditatie. In 2003 ontving hij de Spinozapremie. Een deel van dit geld, in totaal 1,5 miljoen euro, besteedt hij aan een groot onderzoeksproject naar de effecten van meditatie op de hersenen: het Mind-Brain and Mindfulnessonderzoek, uitgevoerd door het Mind-Brain and Meditation Research Team van de Radboud Universiteit Nijmegen. Boeddhist zijn en wetenschappelijk onderzoek doen naar meditatie kunnen wat hem betreft prima samengaan. Barendregt: „Geloof zelfs niet wat ik zeg, zei Boeddha. Dat sluit aan bij mijn wetenschappelijke twijfel. Daarom heb ik me altijd graag een boeddhist genoemd.”

De twee wetenschappers bleken het op meer punten oneens te zijn. Flanagan: „Henk voorspelt een renaissance van het boeddhisme in de populaire cultuur, wijzend op het succes van mindfulness en vipassana. Ik weet niet wat er zal blijven en wat niet. Er bestaat nu eenmaal geen eenstemmige spirituele oplossing voor onze problemen.”

Sprekend over de populariteit van mindfulness, vroeg Flanagan zich hardop af of de mensen die daarin een cursus volgen, zich er wel van bewust zijn dat de wortels ervan in het boeddhisme liggen. „Negers gaan niet naar een psychiater en ik ga niet naar een priester, maar westerlingen doen wel aan mindfulness, terwijl dat van oorsprong boeddhistisch, dus oosters is.”

„Mindfulness is wel afgeleid van het boeddhisme, maar is het niet”, was de reactie van een van de studenten hierop. Barendregt vulde aan: „Ook vipassana-leraren willen de meditatie uit de boeddhistische context halen. Hoewel ze het beschouwen als het hart van het boeddhisme, willen ze toch de couleur locale eraf.”

Niet zo gek trouwens, als je bedenkt dat slechts vijf tot hooguit tien procent van de boeddhistische monniken in Azië mediteert. Wat de rest doet? Volgens Rob Hogendoorn wassen, koken, thee zetten, kletsen. En voetballen, vult Flanagan aan. Meditatie is vooral een westers verschijnsel geworden.

Het Leiden Institute for Brain and Cognition organiseert op 20/3 zijn eerste symposium: Imag(in)ing the Buddhist Brain. Er zal onder meer worden gesproken over de claims van de meditatietradities en over de vraag of de resultaten van meditatie meetbaar zijn. Voor meer informatie: Lorenza S. Colzato, 071-5273407.

mailIcon print |