*

 

Padden op pad

Koos Dijksterhuis − 17/03/09, 00:00

De padden trekken. Ze sjouwen naar het water waar ze ooit uit het ei kropen. Daar willen ze dril afzetten. Verstandig, want daar zijn ze met succes van donderpadje pad geworden.

Niet dat ze daar verstandig over nadenken, padden gaan gewoon terug naar hun geboortewater, ze kunnen niet anders. Avontuurlijker neigingen zijn er door de generaties heen uitgeselecteerd. Dat hun ingebouwde kompas niet de veiligste route wijst, blijkt als ze een weg oversteken. Het asfalt slaat groen uit van de platte padden. Bij sommige wegen stuiten padden op afrasteringen. Ze sjokken langs het hekje tot een dassentunnel. Dassentunnels zijn vaak nat en afschrikwekkend voor dassen, terwijl padden ze graag gebruiken. Op dertien plekken bij Delft helpen 200 mensen de KNNV afdeling Delfland padden over te zetten, zie www2.knnv.nl/afd.RegioDelft/paddentrek.php.

Ik kwam eens op drieduizend meter hoogte padden tegen, die tegen de avond een gletsjer opstoomden. Terwijl de nacht viel en de temperatuur tot min tien zakte, klommen die padden steeds trager de onafzienbare ijsmassa op. Ze kropen met stramme pootjes. Ik had ze wel over het ijs willen zetten, maar dat was onmogelijk. Achter al dat ijs zal wel kraamwater aan het smelten zijn geweest, waar ze zelf ooit rondzwommen. Sommige paddensoorten hebben antivries in hun bloed.

Nederlandse padden lijken steeds vroeger aan de wandel te gaan, en dat zal wel aan het klimaat liggen. Dit jaar trekken ze keurig op tijd. In het water, maar vaak onderweg al, zeulen vrouwtjes een mannetje mee op hun rug. Soms zelfs twee mannetjes. Ook beklimmen mannetjes mannetjes. Er is namelijk een mannenoverschot. Zodra het vrouwtje haar eitjes in het water dumpt, loost het mannetje zijn zaad eroverheen.

mailIcon print |