*

 

Bij iedere verhuizing duikt hij weer op

monic slingerland − 17/03/09, 00:00

opinie Deze winter heb ik een wat nomadisch bestaan. Het ene huis verkocht, en een ander huis gekozen, maar die twee sluiten niet erg op elkaar aan, wat tijd betreft.

Alle spullen zijn opgeslagen. Ik weet niet eens precies waar ze zijn, maar wel met welk telefoonnummer ze weer tevoorschijn kunnen komen. Zo breng ik de winter door op onbekende stoelen, aan een vreemde tafel en kijk ik naar een vreemde televisie, waar toch vertrouwde beelden uit komen. Het is steeds even zoeken in de keuken, dan weer zit de la links, dan weer rechts. Steeds weer duurde het enige dagen voor het gevoel van thuis-zijn terugkomt. Tot nu toe is dat iedere keer mee verhuisd, dat gevoel thuis te zijn. Dat heeft mij wel vaker verbaasd, de hardnekkigheid waarmee dit gevoel zich steeds weer nestelt in een kamer, of ergens in de buurt van het aanrecht, of naast het kopje met de tandenborstel, op de wastafel. Blijkbaar is de behoefte aan een thuisgevoel groot. Ook al is er geen vaste plaats onder een dak, iets in ons zorgt ervoor dat het toch lijkt alsof dat er wel is. Een schijnthuis. Zo houden we onszelf voor de gek. Of ook niet. Het hangt er maar net vanaf wat er voor nodig is. De afgelopen verhuizing – die nog niet de laatste is – was bizar. Het huisje waarin ik zat, was weer verhuurd. Dat ernaast was vrij. De huurders hadden hun zinnen gezet op precies dat huisje waarin ik me net met enige moeite en tegenzin was gaan thuisvoelen, dus er zat niets anders op dan al die papieren die ik tijdens dat korte nomadenbestaan toch weer verzameld had, in te laden en tien meter verderop de nieuwe, exact gelijke voordeur binnen te dragen. Zelden heeft een huis me zo in de war gebracht. Alles is precies, maar dan ook precies hetzelfde als in het andere huisje. De stoelen, het ronde tafeltje op metalen pootjes, de grijze vloerbedekkingtegels die doorlopen tot aan het keukenblok, het gasfornuis, het lepelrek, de de geruite gordijnen, het wandlampje boven de tv.

Alles, behalve het uitzicht. Buitengewoon verwarrend, om in hetzelfde huis als eerst te zijn, maar vervolgens buiten iets anders te zien. Dat stoort het thuisgevoel.

Terwijl ik daar sta, in het midden van de kamer met de sinds kort zo vertrouwde inrichting, gaat het door mijn hoofd wat dat nu is, dat ervoor zorgt dat we ons thuis voelen.

Tijdens de vijf weken durende fietstocht naar Rome sliepen wij, de drie fietsers, elke nacht in een ander onderkomen. Aan die ruimtes was niets vertrouwd, we hadden er geen herinneringen en geen verwachtingen, geen geschiedenis, en geen toekomst. Dat we ons thuis voelden, en volkomen op ons gemak, kwam doordat we altijd de vertrouwde aanblik hadden van steeds dezelfde sokken, shirts en ander wasgoed dat gedrapeerd was op iedere daarvoor geschikte plaats. Die vrolijke slinger was altijd precies hetzelfde, aangezien we nauwelijks wat bij ons hadden, en gaf een vertrouwd gevoel.

Tijdens het winterse nomadenleven moet ik het met iets anders doen.

Als het stil is en ik naar de bomen kijk, dan komt het. Makker, zeg ik, wij kennen elkaar, maar ik had gehoopt dat je in het vorige huis was blijven plakken, ik hoopte dat je me niet gevonden had. Maar ga zitten. Je hoeft je niet voor te stellen, wij kennen elkaar. Jij, het ontheemd zijn, die schraapt en schuurt, ik ken je. Een vertrouwde verschijning.

mailIcon print |