*

 

Zolang we afzijdig blijven helpt geen enkele maatregel

Annelies Huygen − 17/03/09, 00:00

opinie What goes up must come down. We ondervinden het aan den lijve. Welvaart en teruggang volgen elkaar op. Het collectieve ontkennen van deze wet is volgens mij de diepste oorzaak van deze crisis. Het geld verblindde. Ik denk wel eens aan het bijbelverhaal van het gouden kalf, waar iedereen in aanbidding omheen danste. Totdat het verpulverd werd. Een schuldige aanwijzen bij collectieve waan is lastig.

De afgelopen jaren was er te veel geld op zoek naar rendement. Dat kwam onder meer door onevenwichtigheden in de wereldhandel. De financiële markten konden die overvloed aan geld niet goed absorberen. De welvaart steeg naar ongekende hoogten. De klap, waarmee we nu weer op de aarde terechtkomen, is eveneens ongekend.

We willen schuldigen aanwijzen. Al was het maar om ervan te leren. Maar het is een lastige oefening. Er was collectief onvoldoende oog voor risico’s. Iedereen dacht dat de welvaart alleen nog maar zou stijgen en wilde een graantje meepikken. Consumenten spaarden in IJsland voor een procentje rente méér, ze namen tophypotheken en risicovolle beleggingshypotheken. Die financiële constructies werden aanbevolen door onverstandige bankiers, die alleen aan hun eigen omzet dachten. Ze aapten elkaar allemaal na. Als de ene bankier in rommelhypotheken ging, dan deed de ander het ook. Het vlees is zwak, zo blijkt maar weer.

Bankiers willen meer toezicht, zeggen ze nu zelf. Ze hebben geen vertrouwen (meer) in zichzelf. Ze stemmen hun gedrag blijkbaar af op wat anderen doen en niet op een onafhankelijke en kritische inschatting van wat juist is. Waarom zou het oordeel van een toezichthouder beter zijn dan dat van de bankier?

Pensioenfondsen wisselden bij het beleggen de zekerheid van veilige obligaties in voor volatiele, conjunctuurgevoelige aandelen. Ook zij dachten dat deze vooral omhoog zouden gaan. De toezichthouders zagen de toekomst te positief en versoepelden de regels. De politici grepen niet in, ook niet als het volk morde, bijvoorbeeld over hoge bonussen en hoge salarissen. Maar wie de politiek de schuld geeft, komt weer uit bij zichzelf. De burgers kozen de politici. De kans om zich actief met de politiek te bezig te houden, grijpen ze nauwelijks. Minder dan drie procent van de bevolking is lid van een partij.

Het gouden kalf is verpulverd. Het is crisis en we moeten er weer uitkomen. We gaan allemaal terug in welvaart. Verder moet er iets veranderen, dat vindt iedereen. Gedacht wordt aan minder marktwerking, strenger toezicht, een grotere staat. Daarmee is het niet opgelost. Een staat of toezichthouder kan geen excessen bestrijden als het merendeel van de bevolking het allemaal best vindt of zich afzijdig houdt. Dan staat hij er alleen voor. Het gedrag van toezichthouders is een neerslag van wat er algemeen leeft. Als een groot deel van de bevolking tophypotheken wenst en de banken willen ze verstrekken, zal een toezichthouder dat niet snel verbieden. Toezicht wordt gevoed door de samenleving. Het functioneert pas goed als een meerderheid zelf ook kritisch nadenkt, daarnaar handelt en zo het collectief beïnvloedt.

Of we werkelijk iets geleerd hebben, zien we binnenkort. Er staat een andere crisis voor de deur: de energie- en milieucrisis. We zien de ramp nog beter op ons afkomen dan we ooit zagen bij de kredietcrisis. Maar we gedragen ons er niet naar. We blijven vuile energie slurpen en de zee leegvissen. De meeste burgers willen pas iets doen als de overheid dat oplegt. De overheid legt het niet op omdat het onvoldoende wordt gesteund. Ra ra, wie is er schuldig als het helemaal misgaat?

mailIcon print |