Trouw publiceerde begin maart de ’Duurzame 100’, een ranglijst met de meest invloedrijke Nederlanders op het gebied van duurzaamheid. Een aantal verkozenen wordt de komende weken aan het woord gelaten. Vandaag: Louise Fresco (plaats 5), hoogleraar duurzame ontwikkeling.
Een indrukwekkend en betrokken mens, zo wordt Louise Fresco genoemd door het panel dat de Duurzame100 samenstelde. Indrukwekkend, in ieder geval, is haar enorme staat van dienst. Ze studeerde af als landbouwkundig ingenieur in Wageningen, deed onderzoek naar de teelt van tropische planten in zo’n zestig landen. Ze spreekt vloeiend Frans, Duits, Engels, Italiaans en Spaans. Had acht jaar lang een topfunctie in Rome bij de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties. Sinds haar terugkeer is ze universiteitshoogleraar, maar ook kroonlid van de Ser en commissaris bij de Rabobank. Ook is ze voorgedragen als bestuurslid bij Unilever.
In haar werkkamer aan het Amsterdamse Spui blijkt ze ook een gewoon, betrokken mens. Iemand die kalm en helder kan aangeven waar het volgens haar heen moet. Haar vak betreft ’duurzaamheid in internationaal perspectief’, maar ze betrekt net zo makkelijk haar eigen kledingkast in het gesprek.
Wat Fresco zorgen baart, is dat er in Europa een generatie leeft die denkt dat het alleen maar beter en meer wordt. „Meer vakanties, meer kopen. Met de kleding in mijn kast zou ik zo de rest van mijn leven kunnen doen, hooguit moeten er nog wat schoenen bij.” Zij is zuinig op haar spullen. „Ik kan ook echt blij worden van voorwerpen die ik al twintig jaar gebruik.” Ze hoopt op een duurzaamheidsslag. „We moeten ernaartoe dat mensen hun bevrediging niet halen uit nog meer producten, maar uit het delen met anderen.”
In de Duurzame 100 staat ze op nummer vijf. En het is ook wel terecht dat haar veel invloed wordt toegedicht, erkent ze schoorvoetend. „Geloof niet dat ik met één telefoontje de belangrijke mensen van Nederland kan beïnvloeden! Maar het is wel zo dat ik in die commissies en het bedrijfsleven mensen op sleutelposities ontmoet. Als je regelmatig je kennis en zorgen met ze deelt, en columns en boeken schrijft, dan komt daar soms wel iets uit voort.”
Was het maar zo simpel dat een telefoontje naar de minister-president zou helpen. Als je haar vraagt naar de huidige politieke impasse in het Torentje, is ze stellig. „Betreurenswaardig, of eigenlijk shockerend dat men er niet uitkomt. Ik zeg niet dat de economische kant van de zaak eenvoudig is, maar als overheid moet je vooral stabiliteit bieden en voorwaarden scheppen, dat kan toch niet zo moeilijk zijn. Partijpolitiek in de naarste zin van het woord heeft de overhand. Van leiders van een land mag je toch verwachten dat het vernieuwende denkers zijn?”
De mannen die boven kwamen drijven in de Duurzame 100, en dus het invloedrijkst worden geacht op het gebied van duurzaamheid, hebben een politieke achtergrond. Winsemius bij de VVD, en Wijffels in het CDA. Volgens Fresco staan ze niet voor niets buiten de dagelijkse politiek. „In de laatste tien jaar is in Den Haag een selectiemechanisme ontstaan dat ervoor zorgt dat de betrokken, oprechte denkers niet op belangrijke plekken komen.”
Nee, dan de VS. „Wat een veerkracht dat ze daar na zo’n Bush nog een Obama kunnen krijgen. Ik ken een paar mensen die bij zijn wetenschappelijke advisering betrokken zijn. Zoals hij probeert de samenleving bij z’n plannen te betrekken, zo’n omslag in leiderschap zou je ook in Nederland willen. Ons kabinet zegt ook wel dat het luistert naar zijn burgers, maar ik zie het er niet van afstralen. Kennis noch duurzaamheid heeft topprioriteit.”
Fresco is voor alles wetenschapper. „Kennis is de duurzaamste hulpbron die er is. We moeten investeren in de kenniseconomie. Leren hoe we technisch kunnen omgaan met problemen. In Nederland is er wel een innovatieplatform, maar waarom niet een vast percentage van de begroting vaststellen voor onderzoek?
Fresco kan wel tien definities geven van duurzaamheid, maar ziet het als een verschuivend ideaal. „In algemeenheid kun je zeggen dat je zo min mogelijk schade wilt toebrengen aan mens en natuur, maar twintig jaar geleden dacht niemand aan het terugbrengen van de CO2 uitstoot, nu is dat het hoofddoel.”
Wat haar betreft gaat de Duurzame 100 te veel van beperkte definities uit. „De lijst geeft een mooie dwarsdoorsnede van mensen die belangrijk zijn, maar allemaal hebben ze duurzaamheid expliciet in het vaandel staan. Ik mis mijn eigen sector: de landbouw. Vorig jaar hebben we met een Ser-werkgroep advies uitgebracht over het Europese landbouwbeleid. We vinden dat de algemene bedrijfstoelagen vervangen moeten worden door een beloningssysteem voor maatschappelijk gewenste prestaties. Dat is een enorme stap, voor boeren vormen die subsidies een groot deel van hun inkomen. Maar je ziet toch dat een organisatie als de LTO zo’n stap onderschrijft.”
Fresco ziet de sector als geheel opschuiven. „Duurzaamheid is misschien niet het hoofddoel, maar boeren werken al aan biodiversiteit en waterbeheer. Er zijn slimme, energiezuinige kassen, die CO2 uit de industrie gebruiken en hun eigen afval vergisten. Ook zorgboerderijen zijn een voorbeeld van duurzaamheid.”
Fresco nuanceert graag. Het nieuwe credo dat voedsel uit de eigen regio, zo niet moestuin, het meest duurzaam is, vindt ze te makkelijk. „Misschien zijn kassen door hun technologie wel het meest milieuvriendelijk, maar zijn Nederlandse tomaten uit de kas beter dan biologische uit Marokko? Aan zo’n vraag zitten meer dimensies, zoals werkgelegenheid en eerlijke handel. Zonder kassen zouden we in Nederland 9 maanden per jaar geen tomaten kunnen eten, terwijl ze een gezonde bron van voedingsstoffen zijn.”
Ze vindt autobezit ook niet per se verkeerd. Zelf heeft Fresco er geen, maar ze woont dan ook in de Amsterdamse binnenstad. „Een gezin met twee werkende ouders en drie kinderen kan moeilijk anders, een auto van Greenwheels delen is voor hen evenmin een optie. Ik zal ook niet zeggen dat ze nooit naar McDonald’s mogen. Overigens is dat bedrijf al aanzienlijk verbeterd.”
Mensen vinden het niet zo prettig om te horen dat ze zelf moeten nadenken en keuzes moeten maken, maar dat hoort bij het leven, vindt Fresco. Het is aan de overheid om ze van kennis te voorzien. „Dat begint al op de basisschool. Maak ze bewust van de impact van hun keuzes. In wezen kraait er geen haan naar als ik de kraan een half uur open laat staan, het gaat om een bewustwording. Het is dan wel aan de overheid om te faciliteren dat we afvalwater door de wc spoelen in plaats van drinkwater.”
Uiteindelijk blijkt de mens inventief. „Toen ik terugkwam in Amsterdam, zag ik opeens al die bakfietsen. Fantastische uitvinding toch?
Van haar post bij de VN lijkt Nederland een stap terug. Fresco: „Ik ben op mijn best in het internationale veld, ik weet hoe de diplomatie werkt, vind het ook leuk om te werken met mensen uit verschillende culturen. Maar ik vind het ook terecht om hier weer wat bij te dragen. Via Nederland kan ik er misschien aan meewerken dat er meer wordt geïnvesteerd in de kennis van duurzaamheid. En dat die kennis ook gezien wordt als exportproduct.”
Toen ze in Wageningen studeerde bestond het woord duurzaamheid nog niet, maar toen al ging het haar om werken aan een vrediger wereld, voldoende voedsel en werk. Idealisme noemt ze het liever niet. „Dat klinkt alsof ik de waarheid in pacht heb. Maar er is wel de overtuiging om iets van het leven te maken. In mijn geval is dat misschien wetenschappelijk, met internationaal perspectief. Maar bejaardenzorg in je eigen wijk vind ik net zo belangrijk. In die zin ben ik realistischer dan toen ik achttien was, en ook bescheidener over mijn eigen rol.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.