De Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid pleit voor het oprichten van plusscholen. Die moeten voortijdige schooluitval tegengaan.
Vmbo- en mbo-scholen met veel potentiële uitvallers moeten meer doen dan alleen kennis overdragen. Zij moeten ’plusscholen’ worden: instituties die jongeren naast onderwijs ook sociaal-emotionele ondersteuning bieden.
Dat is een van de aanbevelingen uit het rapport ’Vertrouwen in de school. Over de uitval van ’overbelaste’ jongeren’, dat de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) gisteren presenteerde. Daarin concentreert de raad zich op jongeren die kampen met een opeenstapeling van problemen, variërend van beperkte vaardigheden tot armoede en criminaliteit.
Jaarlijks verlaten ruim 50.000 jongeren de school zonder diploma’s. Zo’n 20.000 van hen zijn overbelast. Zij wonen vooral in de vier grote steden en vormen de moeilijkste én ’meest dramatische’ groep voortijdige schoolverlaters.
Om deze jongeren naar een diploma én een plek in de maatschappij te loodsen, moeten scholen structuur en verbondenheid bieden. Dat kan door kleine kernteams te vormen, die verantwoordelijk zijn voor een beperkte groep leerlingen. Elke leerling moet ook een vaste mentor krijgen. Onmisbaar daarbij zijn bevlogen leraren die oog hebben voor de persoonlijke problemen en noden van hun leerlingen.
Maar dergelijke leraren zijn dun gezaaid, zo concludeert de raad, die voor het rapport veel docenten en schoolleiders raadpleegde. Daarom moeten lerarenopleidingen specifieke aandacht gaan besteden aan het lesgeven aan overbelaste jongeren.
’Plusscholen’ moeten ook meer vrijheid én financiële armslag krijgen. De WRR adviseert de overheid om scholen voor leerlingen uit een ’opvoedingsarm multiprobleemgezin’ extra budget te geven. Plusscholen zouden ook een beroep moeten kunnen doen op het budget van de Wet Werk en Bijstand, dat bedoeld is om werklozen weer aan het werk te krijgen.
Veel jongeren vallen kort na de overstap van vmbo naar mbo uit. De WRR ziet daarom heil in een ’verlengd vmbo’, zodat jongeren op één school hun diploma’s kunnen halen. De regering moet die verlengde opleiding structureel mogelijk maken.
Ook vindt de raad dat de (lokale) overheid de concentratie van overbelaste jongeren op scholen moet tegengaan. Want uit onderzoek blijkt dat kansarme leerlingen beter presteren als er ook veel ’normale’ leerlingen in hun klas zitten.
De meeste Tweede Kamerfracties zijn positief over de plannen van Winesemius en vinden dat er geld moet worden vrijgemaakt. „Schooluitval is niet alleen een schoolprobleem, maar ook een maatschappelijk probleem. Winsemius wil daarbij de school gebruiken als ingang. Dat vind ik een goede benadering”, reageert CDA-Kamerlid Biskop.
GroenLinks ziet een rol weggelegd voor premier Balkenende. „Hij moet de belangrijkste ministers om de tafel roepen om de krachten en geldstromen te bundelen”, stelt onderwijswoordvoerder Dibi.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.