Met lichte tegenzin gaat de mosselsector op een nieuwe wijze mosselzaad vangen. De vrede tussen kwekers en milieuclubs is voorlopig een feit.
De milieubeweging is enthousiast over het plan van de mosselsector om mosselzaad op een andere manier te vangen. Tot dusver werd het zaad vooral uit mosselbanken op de bodem van de Waddenzee gehaald. Volgens natuurbeschermers leverde dat te veel schade op voor het zeeleven.
Mosselkwekers willen nu een deel van de mosselzaadjes vangen met netten, die in de Waddenzee en de Oosterschelde komen te hangen. Mossellarven hechten zichzelf aan de touwen en kunnen dan eenvoudig in mosselpercelen worden ’uitgezaaid’, waar ze verder groeien tot de oogst. „Dit is heel milieuvriendelijk”, zegt Gijs van Zonneveld van de Zeeuwse Milieu Federatie. Ook de Waddenvereniging steunt de nieuwe vangstmethode.
De mosselkwekers zelf hebben er gemengde gevoelens bij. „Sommige kwekers zijn hier al jaren mee bezig, maar anderen zouden zelf niet verzonnen hebben om zo te gaan werken”, vertelt Hans van Geesbergen, secretaris van de Producentenorganisatie Mosselcultuur. „Het is een totaal andere manier van bedrijfsvoering.” Van Geesbergen blijft erbij dat ook de oude vangstmethode milieuvriendelijk genoeg was.
De mosselkwekers moeten echter overstag, want de rechter verbood de vangst van mosselzaad in het voorjaar. De vergunning voor vangst in het najaar bleef wel overeind. In oktober spraken de mosselkwekers met de natuurbeschermers af om conflicten niet meer uit te vechten voor de rechter. „We hebben een vervelend jaar achter de rug”, zegt Van Geesbergen. „Om de continuïteit te garanderen, moeten we wel duurzamer worden.”
De afgelopen tijd experimenteerden de mosselkwekers met ’mosselzaad-invanginstallaties’ op zo’n 10 hectare in de Oosterschelde. Het komend jaar moet dat 150 hectare worden. In de Waddenzee wil Van Geesbergen nog eens 160 hectare. De netten komen boven bestaande mosselkweekpercelen te hangen. De kwekers hopen in april een vergunning te krijgen van het ministerie van landbouw, natuur en voedselkwaliteit. Van de milieuorganisaties hoeven ze niets te vrezen.
Uiteindelijk wil de Producentenorganisatie ook installaties hangen in stukken water waar nog geen mosselpercelen zijn. Volgens Van Geesbergen kan de Waddenzee in totaal 660 hectare hebben en de Oosterschelde 200 hectare.
De Zeeuwse Milieu Federatie is voorzichtiger. Door de invanginstallaties blijven meer mossellarven in leven die op de zeebodem opgegeten zouden zijn door zeesterren of krabben. „We moeten opletten dat die mosseltjes niet al het voedsel opsouperen”, zegt Gijs van Zonneveld. „Maar de Oosterschelde is een redelijk rijk systeem, dus ik verwacht dat dit wel kan.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.